Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) waarschuwt dat Suriname ondanks nieuwe wetten en voorbereidingen nog onvoldoende klaar is voor de verwachte miljardeninkomsten uit offshore olieproductie vanaf 2028. Volgens het IMF dreigen ernstige risico’s zoals politieke uitgavenexplosies, begrotingsproblemen en nieuwe schulden als de overheid niet snel ingrijpt en belangrijke financiële hervormingen uitvoert. Dat blijkt uit het nieuwe technische assistentierapport “Strengthening the Fiscal Framework Ahead of the Anticipated Oil Boom”, dat werd gepubliceerd.
Het IMF stelt dat Suriname de afgelopen jaren wel belangrijke stappen heeft gezet met de invoering van de nieuwe Comptabiliteitswet 2024 en de hervorming van de Spaar- en Stabilisatiefonds ,
maar dat de uitvoering ernstig achterloopt. Het fonds, dat toekomstige olie-inkomsten moet beheren en beschermen, bestaat volgens het rapport momenteel vooral “op papier”. De noodzakelijke bestuursorganen, investeringsregels en operationele procedures zijn nog niet volledig opgezet.
Volgens het IMF vormt juist die vertraging een groot gevaar nu Suriname zich voorbereidt op
een historische economische omslag. Het fonds wijst erop dat veel grondstoffenlanden in het verleden grote fouten maakten door te vroeg massaal uit te geven zodra olie-inkomsten in zicht kwamen. Daardoor ontstonden economische instabiliteit, schuldenproblemen en langdurige financiële crises.
Het rapport benadrukt dat Suriname bijzonder kwetsbaar is omdat de economie al
sterk afhankelijk is van de mijnbouwsector. Momenteel komt ongeveer 60 procent van het bruto binnenlands product en circa 90 procent van de export uit de mineralensector. Volgens het IMF maakt dat de economie gevoelig voor schommelingen in grondstofprijzen en politieke druk om snel meer geld uit te geven.
Het IMF
waarschuwt expliciet voor “procyclisch beleid”, waarbij overheden tijdens economische hoogconjunctuur fors meer gaan uitgeven, terwijl in slechtere tijden juist zware bezuinigingen nodig worden. Dat scenario zou Suriname opnieuw in financiële problemen kunnen brengen.
Daarom adviseert het IMF dat de overheid nu al strikte begrotingsregels toepast voordat de eerste olie-inkomsten binnenkomen.
Een belangrijk onderdeel daarvan is een vijfjaren financieel plan met duidelijke uitgavenlimieten en schuldafspraken. Het IMF stelt echter vast dat zo’n plan nog steeds niet operationeel is. Ook ontbreekt volgens het rapport een goed functionerend Medium-Term Fiscal Framework (MTFF), dat toekomstige inkomsten, uitgaven en schulden op elkaar moet afstemmen.
Verder
maakt het IMF zich zorgen over de institutionele capaciteit binnen het ministerie van Financiën en Planning. De afdeling die verantwoordelijk is voor macro-economische analyses en begrotingsmodellen zou ernstig onderbezet zijn. Slechts enkele medewerkers werken actief aan het begrotingsmodel dat de toekomstige olie-inkomsten moet verwerken. Tegelijkertijd vertrekken ervaren krachten regelmatig naar
beter betalende functies bij andere instellingen of in de private sector.
Ook de samenwerking tussen overheidsinstanties verloopt volgens het IMF moeizaam. Belangrijke economische data worden onvoldoende gedeeld tussen het ministerie van Financiën, de Centrale Bank van Suriname (CBvS), het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) en andere instellingen. Vooral gegevens
over de olie- en goudsector zouden beperkt of onvolledig zijn. Daardoor bestaat het risico dat toekomstige inkomsten verkeerd worden ingeschat.
Het IMF merkt bovendien op dat Suriname momenteel nog geen duidelijke scheiding maakt tussen inkomsten uit de reguliere economie en inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen. Dat maakt het moeilijk om realistische
begrotingsregels vast te stellen en toekomstige risico’s goed te monitoren.
Een ander punt van zorg is de politieke besluitvorming. Het IMF stelt dat de begrotingsstrategie voor 2026 nog niet officieel door de Raad van Ministers is goedgekeurd en dat belangrijke onderdelen van de nieuwe wetgeving nog ontbreken. De overgang naar
een modern begrotingssysteem verloopt volgens het rapport daardoor veel trager dan oorspronkelijk gepland.
Volgens het IMF moet Suriname daarom tussen 2026 en 2027 versneld belangrijke maatregelen uitvoeren. Daarbij noemt het fonds onder meer:
het oprichten van een hoog niveau stuurcommissie voor toezicht op de hervormingen; het operationeel maken van het
SSFS; het invoeren van duidelijke begrotingsregels; het versterken van de macro-economische capaciteit; en het verbeteren van de transparantie rond olie-inkomsten
Het IMF benadrukt dat de geloofwaardigheid van Suriname straks niet alleen zal afhangen van nieuwe wetten, maar vooral van de vraag of de overheid de discipline kan opbrengen om zich
daadwerkelijk aan die regels te houden zodra de oliedollars beginnen binnen te stromen.