
Regering Simons/Rusland passeert politiebond: benoeming korpschef zonder overleg en draagvlak
| surinamevandaag | Door: Redactie
De benoeming van de nieuwe korpschef van het Korps Politie Suriname werpt een schaduw over de manier waarop de regering-Simons/Rusland met cruciale partners binnen het veiligheidsapparaat omgaat. Niet de persoon van de korpschef staat nu centraal, maar het feit dat de Surinaamse Politiebond bij deze belangrijke beslissing buitenspel is gezet.
Juist dat maakt de gang van zaken opvallend. Bondsvoorzitter Revelino Eijk zegt in gesprek met SR Herald dat het in het verleden gebruikelijk was dat de bond werd geraadpleegd bij de aanstelling van een korpschef. Dat gebeurde bijvoorbeeld ook bij de benoeming van Bryan Isaacs, toen
Er werd dus ten minste erkend dat je voor zo’n topfunctie niet alleen naar formele bevoegdheden moet kijken, maar ook naar legitimiteit op de werkvloer.
Die benadering lijkt onder de huidige regering volledig losgelaten. Simons en Rusland hebben ervoor gekozen de bond niet te kennen in het proces, alsof de organisatie die dagelijks weet wat er binnen het korps leeft slechts een lastige toeschouwer is. Daarmee is niet alleen afgeweken van
De boodschap die daarvan uitgaat, is hard en helder: deze regering wil wel over partnerschap spreken, maar handelt er niet naar. Want een politiebond die volgens eigen zeggen het draagvlak binnen het korps kan inschatten, negeer je niet zonder gevolgen. Als je bewust afziet van consultatie, kies je er ook bewust voor om mogelijke onvrede, weerstand of verdeeldheid voor lief te nemen.
Pijnlijk is bovendien de uitleg vanuit het ministerie van Justitie en Politie. De mededeling dat men niet op de hoogte was van de eerdere werkwijze, omdat de personen die daarover hadden moeten informeren inmiddels overleden zijn, klinkt minder als een verklaring en meer als een bestuurlijke ontluistering. Een regering die zich op zo’n manier verschuilt achter verdwenen kennis, wekt vooral de indruk dat continuïteit, dossierkennis en institutioneel geheugen ernstig tekortschieten.
Dat de benoeming formeel volgens de wet zou zijn verlopen, neemt die kritiek niet weg. Wat wettelijk mogelijk is, hoeft nog niet verstandig te zijn. Een korpschef kan op papier correct zijn benoemd, maar als een wezenlijke gesprekspartner vooraf is genegeerd, blijft er een manco kleven aan de manier waarop het proces is gevoerd.
Het contrast met Santokhi is daarom veelzeggend. Waar hij bij een eerdere benoeming nog koos voor consultatie van de bond, heeft de regering-Simons/Rusland die stap simpelweg overgeslagen. Dat verschil is meer dan procedureel. Het laat zien hoe deze regering omgaat met inspraak: niet als meerwaarde, maar als iets wat desnoods kan worden omzeild.
De conclusie is scherp, maar moeilijk te ontwijken. Door de politiebond te passeren bij de benoeming van de nieuwe korpschef, heeft de regering-Simons/Rusland laten zien dat zij liever oplegt dan overlegt. Waar Santokhi de bond nog serieus nam als gesprekspartner, lijkt deze regering haar vooral te zien als een factor die achteraf wel zal moeten volgen. Dat is geen teken van kracht, maar van bestuurlijke kortzichtigheid.
| surinamevandaag | Door: Redactie


































