• vrijdag 17 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

SURGE-PROGRAMMA ONDERSTEUNT 41 BEDRIJVEN MET GROEISUBSIDIE

Ingediend door admin op

In het kader van het Suriname Growth Enterprises (SURGE)-project hebben 41 ondernemingen een zogenoemde Matching Grant ontvangen van het ministerie van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZ).

De officiële ondertekening van de subsidieovereenkomsten vond op dinsdag 29 april plaats in de Congreshal, in aanwezigheid van president Chandrikapersad Santokhi. De Matching Grants maken deel uit van een breed programma dat wordt gefinancierd door de Wereldbank, met technische ondersteuning van de internationale organisatie Solidaridad. Sinds de start van het SURGE-programma in 2023 zijn in totaal 96 bedrijven geselecteerd, waarmee een totaalbedrag van circa 15,9 miljoen Amerikaanse dollar is gemoeid.

EZ-minister Rishma Kuldipsingh onderstreepte

tijdens de ceremonie dat de selectieprocedure transparant en eerlijk is verlopen. De ondernemingen presenteerden hun groeistrategieën in een pitchronde en doorliepen een grondige aanbestedingsfase. “Vandaag hebben we het vierde en laatste cohort afgerond. Hiermee komt het SURGE-programma formeel ten einde,” aldus de bewindsvrouw.

De geselecteerde bedrijven ontvangen niet alleen materiële ondersteuning, zoals apparatuur, maar worden ook gedurende vijf jaar intensief begeleid met trainingen op het gebied van onder meer administratie, marketing, productie en certificering.

Daarnaast stimuleert het programma samenwerking tussen de begunstigde bedrijven en het vinden van nieuwe afzetmarkten.

Revinh Ramnandanlall, directeur Communicatie en Outreach van SURGE en vertegenwoordiger van Solidaridad, benadrukte dat

de begeleiding leidt tot concrete bedrijfsinzichten. “Met de combinatie van matching grants en eigen middelen kunnen deze ondernemers hun groeiambities waarmaken, extra omzet genereren en zelfs de stap naar export zetten.” Volgens hem draagt het programma ook bij aan werkgelegenheid.

Een belangrijk onderdeel van SURGE is de inclusie van Inheemse en marron-ondernemers, met speciale aandacht voor vrouwelijke ondernemers. Daarmee beogen de Wereldbank en het ministerie een bredere sociaaleconomische impact te realiseren.

Minister Kuldipsingh riep ten slotte ook de ondernemers die niet zijn geselecteerd op om hun ambitie niet op te geven: “Er zijn nog andere financieringsmogelijkheden waarvoor zij zich bij het ministerie kunnen aanmelden. We begeleiden hen graag verder.”

UNITEDNEWS

 

VOLGENS BONDRU: ANDREW BAASARON, DE NIEUWE VADER VOOR SURINAME’S TOEKOMST

Ingediend door admin op

Stichting Bondru Suriname roept op tot het kiezen van integere politici bij de komende verkiezingen, waarbij ze Krishna Mathoera (VHP), Diana Pokie (NPS) en Andrew Baasaron (DOE) naar voren schuiven. Bijzondere aandacht gaat uit naar Andrew Baasaron, die wordt gezien als een vernieuwende kracht en “vader van een nieuwe generatie”.

Baasaron, lijsttrekker van A20/DOE/PRO, heeft zich bewezen als een daadkrachtige leider met een oplossingsgerichte aanpak. Als managing director van N.V. AMPS Engineering, een bedrijf dat zich richt op duurzame energie, heeft hij bijna 100 werknemers in Suriname en de regio geleid. Zijn focus op duurzame groei, werkgelegenheid, goed bestuur en vernieuwing

in onderwijs en economie maakt hem een opvallende kandidaat.  

Zijn toewijding aan de gemeenschap gaat verder dan het bedrijfsleven. Hij heeft een weeshuis opgericht en zet zich in voor de zorg en ontwikkeling van kwetsbare jongeren, wat hem de bijnaam “vader van een nieuwe generatie” heeft opgeleverd.

Zijn motivatie om de politiek in te gaan komt voort uit de wens om te investeren in onderwijs, ondernemerschap en het tegengaan van braindrain. Hij wil een nieuw ecosysteem opbouwen met de beste mensen, ongeacht hun achtergrond, om de productiesectoren van Suriname te stimuleren.

Baasaron gelooft heilig in de onbegrensde mogelijkheden van Suriname, in

het bijzonder die van de jonge generatie. Zijn streven is gericht op een veelzijdige ontwikkeling van het land, met een sterke focus op het stimuleren van jong talent binnen alle cruciale sectoren. Deze visie omvat niet alleen economische vooruitgang, maar ook de actieve bevordering van de unieke en diverse culturele identiteit van Suriname. Een duidelijk bewijs hiervan is de samenstelling van zijn bedrijf Amps, waar uitsluitend jonge, hoogopgeleide Surinamers met een sterke multiculturele achtergrond werkzaam zijn. Met de aanstaande opening van de CEO Club in juni 2025, een modern businesscenter dat internationale samenwerking en economische groei faciliteert, onderstreept hij zijn diepe toewijding aan de toekomst van Suriname, gedragen door haar jeugd. Baasaron is ervan overtuigd dat Suriname, met zijn rijke natuurlijke bronnen en het immense potentieel van zijn jonge, diverse bevolking, voorbestemd is om een belangrijke rol te spelen.

VOORMALIG PRESIDENT JULES WIJDENBOSCH (83) OVERLEDEN

Ingediend door admin op

Foto: Jules Albert Wijdenbosch, voormalig president van de Republiek Suriname.

Jules Albert Wijdenbosch, voormalig president van de Republiek Suriname, is vandaag op 83-jarige leeftijd overleden in Paramaribo. Hij zou op 2 mei zijn 84ste jaardag vieren. President Santokhi bevestigt dat de ex-president een staatsbegrafenis krijgt.

Onder zijn leiding werden belangrijke infrastructurele projecten gerealiseerd, waaronder bruggen over de Suriname- en Coppenamerivier. De brug die Paramaribo met Commewijne verbindt, draagt officieel zijn naam: de Jules Albert Wijdenboschbrug, in de volksmond bekend als de Bosjebrug.

Wijdenbosch bekleedde talloze sleutelposities binnen de Surinaamse politiek en was een centrale figuur in het politieke landschap van de jaren tachtig,

negentig en begin jaren 2000.

Wijdenbosch werd in 1996 president namens de NDP. Zijn termijn zou oorspronkelijk tot 2001 duren, maar door toenemende maatschappelijke onvrede over zijn economisch beleid en grootschalige protesten, werd besloten tot vervroegde verkiezingen in mei 2000.

Opmerkelijk is dat Wijdenbosch tijdens zijn presidentschap brak met de NDP en Bouterse. Hij ontsloeg Bouterse als adviseur van staat en richtte vervolgens het Democratisch Nationaal Platform 2000 (DNP 2000) op. Een aantal prominente NDP-leden volgde hem naar deze nieuwe partij, wat destijds leidde tot grote politieke spanningen. De twee gewezen boezemvrienden sloten later weer politieke vrede en ging de DNP weer

op in de NDP.

Wijdenbosch bekleedde eerder functies als minister, premier, vicepremier en vicepresident. Na de kerstcoup van 1990 werd hij benoemd tot vicepresident, een functie die hij tot 1991 vervulde. Tijdens het presidentschap van Bouterse werd hij benoemd tot raadsadviseur. Wijdenbosch was naast politicus ook wetenschapper. Hij studeerde bestuurskunde en politicologie in Amsterdam en publiceerde meerdere studies over staatsinrichting en het kiesstelsel van Suriname. Hij gold als een autoriteit op dit terrein.

UNITEDNEWS

 

JAGESAR | STAATSOLIE KLAAR VOOR LEIDENDE ROL IN SURINAME’S ENERGIESECTOR

Ingediend door admin op

Fotocompilatie: Annand Jagesar, algemeen directeur van Staatsolie N.V.| Bron: Kaori Media.

Staatsolie, de nationale oliemaatschappij van Suriname, bereidt zich voor op een sleutelrol in de transformatie van het land tot energienatie van formaat. In een exclusief gesprek met Kaori Media blikt algemeen directeur Annand Jagesar terug op de ontwikkeling van het bedrijf én vooruit op de kansen en uitdagingen die het offshore tijdperk met zich meebrengt.

Sinds de oprichting in 1980 en de start van de olieproductie in 1982, is Staatsolie uitgegroeid tot een volledig geïntegreerd energiebedrijf, met activiteiten in raffinage, energieopwekking en belangen in twee goudmijnen. “Onze rol is geëvolueerd van

een bescheiden onshore-producent tot spil in de overgang naar offshore olie-exploitatie,” aldus Jagesar.

Miljardenproject in aantocht

De belangrijkste motor voor toekomstige groei is het GranMorgu-project in Blok 58, dat bij piekproductie 220.000 vaten olie per dag zal leveren. De geschatte opbrengst voor Suriname bedraagt tussen de 15 en 25 miljard Amerikaanse dollar over een periode van 22 jaar. In Blok 52 ontdekte Petronas recentelijk gas, met een definitieve investeringsbeslissing gepland voor 2027. Twee oliebronnen worden dit jaar nog verder verkend.

Ook andere offshoregebieden zoals blokken 64 en 65 worden onderzocht. “Als daar olie wordt gevonden, kan dat een geheel nieuw petroleumgebied openen,” stelt

Jagesar.

Aantrekkelijke voorwaarden voor investeerders

Staatsolie werkt samen met buitenlandse partners via productie-delingscontracten (PSC’s). Deze bieden Suriname een gunstig aandeel van 60 tot 70 procent in de opbrengst na kosten, inclusief royalty’s, winstverdeling en vennootschapsbelasting. “Onze voorwaarden zijn internationaal concurrerend, vergelijkbaar met die van Guyana, Brazilië en Angola,” zegt Jagesar.

Voor het GranMorgu-project neemt Staatsolie een belang van 20 procent, wat een financieringsbehoefte van circa 2,4 miljard dollar met zich meebrengt. Een lokale obligatieronde, afgesloten in maart 2025, leverde al ruim 516 miljoen dollar op.

Duurzaamheid voorop

Hoewel olie en gas centraal staan, krijgt duurzaamheid expliciete aandacht. Staatsolie publiceert een duurzaamheidsrapport en heeft een speciale ESG-commissie. De methaanuitstoot is fors gereduceerd. De waterkrachtcentrale voorziet in 50 procent van de nationale elektriciteitsbehoefte en er ligt een plan voor een zonnepark van 30 megawatt, dat nog wacht op goedkeuring.

Bij het offshoreproject wordt de CO₂-uitstoot beperkt tot 18 kilogram per vat, aanzienlijk lager dan het industriegemiddelde van 25 kilogram, mede dankzij gasinjectie en het vermijden van affakkelen.

Tekort aan geschoolde arbeidskrachten

Volgens Jagesar ligt de grootste werkgelegenheid niet in de olieproductie zelf, maar in de afgeleide sectoren zoals logistiek, infrastructuur en dienstverlening. “Slechts 7 procent van ons personeel heeft een bachelordiploma of hoger. Suriname heeft dringend meer hoogopgeleide vakmensen nodig.” Buitenlands talent zal mogelijk noodzakelijk zijn, evenals het terughalen van Surinaamse professionals uit de diaspora.

Investeren in menselijk kapitaal

Via het Blue Wave Supplier Development Program, in samenwerking met Chevron, TotalEnergies en PetroChina, worden Surinaamse mkb-bedrijven klaargestoomd voor deelname aan internationale aanbestedingen. Daarnaast worden opleidingen aangeboden die aansluiten op de behoeften van de energiesector, in samenwerking met lokale onderwijsinstellingen.

Verantwoord omgaan met olierijkdom

Staatsolie bereidt zich niet alleen operationeel, maar ook beleidsmatig voor op de nieuwe rol van Suriname als energieland. Er wordt intensief samengewerkt met de overheid aan een stabiel fiscaal en regulerend kader. “We kijken naar voorbeelden als Noorwegen, Trinidad & Tobago en Guyana om te leren van hun ervaringen.”

Maar Jagesar tempert ook de verwachtingen: “De economische vruchten van olie laten zich pas na verloop van tijd plukken. Infrastructuur, onderwijs en financiële stabiliteit zijn minstens zo belangrijk als de olie zelf.”

Blik op de toekomst

Over tien jaar ziet Jagesar Staatsolie als toonaangevende speler in de offshore-industrie én in duurzame energie. “We willen koploper zijn in duurzaamheid en innovatie. Ons doel is ervoor te zorgen dat deze natuurlijke rijkdom ten goede komt aan komende generaties.”

Zijn slotboodschap aan investeerders is duidelijk: “Suriname is open voor zaken. We hebben een stabiel regelgevend klimaat, veelbelovende oliereserves en een regering die duurzame ontwikkeling serieus neemt.”

En aan het Surinaamse volk: “Staatsolie zal alles op alles zetten om onze olie- en gasbronnen verantwoord en transparant te beheren. Maar alleen samen – overheid, bedrijfsleven en burgers – kunnen we dit potentieel omzetten in echte vooruitgang.”

ENERGY

HUIDIG KABINET SLOOT MEER DAN USD 1,5 MILJARD AAN BUITENLANDE LENINGEN | IDB GROOTSTE FINANCIERDER

Ingediend door admin op

Opvallend is dat het veelbesproken IMF-programma van USD 572 miljoen, dat vaak centraal staat in het overheidsbeleid, slechts een derde van dit totaalbedrag vertegenwoordigt. Het merendeel, ruim USD 987 miljoen, is geleend bij andere internationale financiële instellingen.

Volgens officiële documenten zijn in totaal 22 buitenlandse leningen geregistreerd, uitgaande dat de IMF-faciliteit als één lening wordt aangemerkt. De eerste externe lening onder de huidige regering werd in 2022 afgesloten met de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB). Tijdens deze regeerperiode is de IDB de grootste externe kredietverlener aan de staat geweest, met een totaalbedrag van meer dan USD 885 miljoen tot en met begin 2025.

Andere

financieringsbronnen zijn onder meer het Saudi Fund for Development, de Wereldbank (World Bank), KBC Group, de Caribische Ontwikkelingsbank (CDB) en de Islamitische Ontwikkelingsbank (IsDB). Samen verstrekten zij leningen ter waarde van meer dan USD 102,3 miljoen.

De impact van deze externe financiering weerspiegelt zich in de totale staatsschuld, die momenteel wordt geraamd op SRD 131 miljard, het hoogste niveau ooit voor Suriname. Deze schuld bestaat ook uit verplichtingen die onder eerdere regeringen zijn opgebouwd. Dankzij een stijging van het Bruto Binnenlands Product (BBP) is er sprake van een technische daling van de schuldquote naar 103% van het BBP, hoewel deze nog

steeds boven de internationale norm van houdbare schuldniveaus ligt. 

UNITEDNEWS

 

ZOWEL HUIDIGE ALS VORIGE REGERING HEEFT VEEL TE VERKLAREN AAN KIEZERS OVER LENINGENBELEID

Ingediend door admin op

Financieel beleid regering-Santokhi onder de loep: Onvolledige informatie van beide kampen. Er is sprake van een patroon van onvolledige en selectieve informatievoorziening, zowel door de vorige NDP-regering als door de huidige VHP-geleide coalitie.

Beide regeringen blijken tijdens verkiezingscampagnes cruciale financiële gegevens te verzwijgen of een vertekend beeld te geven van de realiteit. Zo blijkt dat de regering onder leiding van de NDP vlak voor de verkiezingen van 2020, en zelfs nog ná de verkiezingsdag van 25 mei, forse leningen is aangegaan. Er zijn lokale leningen afgesloten ter waarde van honderden miljoenen Surinaamse dollars, ook met aannemers die bereid waren grote projecten

voor te financieren.

Na de machtsoverdracht op 16 juli 2020, trof het kabinet-Santokhi een ernstig verzwakte financiële situatie aan. In de tweede helft van datzelfde jaar sloot de nieuwe regering in hoog tempo zes leningen bij lokale banken om subsidies te kunnen betalen en sociale onrust te voorkomen.

Al op 30 juli werd bij Finabank SRD 50 miljoen geleend, gevolgd door onder meer SRD 8 miljoen bij Trustbank Amanah en SRD 250 miljoen bij de Hakrinbank. In totaal ging het om honderden miljoenen SRD aan kortlopende noodfinanciering.

Opvallend is ook de zogeheten “lening” bij brandstofleverancier Rubis in oktober 2020, waarmee een schuld van

SRD 250 miljoen werd erkend – inclusief openstaande betalingen die teruggingen tot augustus 2019. De rekening was door de vorige regering nagelaten.

Hoewel het huidige kabinet zich publiekelijk profileert als terughoudend met leningen, toont de financiële data aan dat er in alle jaren van de regeerperiode, met uitzondering van 2022, geld is geleend op de lokale markt. Daarnaast ging de regering-Santokhi verder met ten minste één van de aannemers waarmee de NDP-regering overeenkomsten sloot. Die contracten werden uitgebreid, en de bijbehorende leningen aangepast, een praktijk die financieel gezien gelijkstaat aan het aangaan van nieuwe schulden.

UNITEDNEWS

 

 

WERELDWIJDE OLIEPRIJZEN KELDEREN WEER DOOR ESCALERENDE HANDELSOORLOG VS EN CHINA

Ingediend door admin op

De wereldwijde olieprijzen zijn deze week scherp gedaald nadat de Amerikaanse president Donald Trump op 2 april onverwachts aankondigde dat de Verenigde Staten importtarieven zullen heffen op alle buitenlandse goederen.

De benchmarkprijzen voor zowel Brent- als West Texas Intermediate (WTI)-olie bereikten vervolgens het laagste niveau in vier jaar, nadat China reageerde met eigen heffingen. De dreigende handelsoorlog tussen de twee grootste olieconsumenten ter wereld wakkert de angst voor een wereldwijde recessie verder aan.

Volgens een peiling van persbureau Reuters is de kans reëel dat de wereldeconomie dit jaar in een recessie glijdt. Analisten wijzen erop dat de invoerheffingen van Trump niet alleen

het internationale handelsverkeer verstoren, maar ook directe gevolgen hebben voor de vraag naar olie.

Uit economische cijfers die woensdag zijn vrijgegeven, blijkt dat de Amerikaanse economie in het eerste kwartaal is gekrompen. Bedrijven hebben in de aanloop naar de invoering van de tarieven massaal goederen geïmporteerd, wat de handelsbalans negatief beïnvloedde.

Tegelijkertijd lieten fabriekscijfers uit China zien dat de industriële activiteit in april is gedaald in het hoogste tempo in zestien maanden. “De markt heeft simpelweg geen reden om nu positief te reageren,” aldus analisten van FX Empire. “Beide oliebenchmarks testten woensdag de onderkant van hun recente handelsbereik, een niveau waar normaal

gesproken steun wordt verwacht. Maar zonder positieve impuls blijft het sentiment somber.”

WTI-olie zakte woensdag kortstondig onder de psychologische grens van 60 dollar per vat. Hoewel er later op de dag een lichte correctie volgde, blijft het vertrouwen broos. “Deze prijszone is historisch gezien belangrijk,” aldus marktwaarnemers. “Maar zolang er geen uitzicht is op een verbetering van de mondiale economische vooruitzichten, blijft het risico op verdere dalingen aanwezig.”

Sommige beleggers hopen dat de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) zal ingrijpen met renteverlagingen om de economie te stimuleren, wat op termijn de olieprijzen zou kunnen ondersteunen. “We bevinden ons op een kritisch kantelpunt,” concludeert FX Empire. “Een sterke beweging omhoog of omlaag ligt in het verschiet. Maar zelfs als we een opleving zien, lijkt de weerstand rond de 65 dollar per vat voorlopig moeilijk te doorbreken.”

UNITEDNEWS

 

COLOMBIAANSE PRESIDENT GUSTAVO PETRO NOEMT IMF ‘VAMPIERS’

Ingediend door admin op

Foto: de Colombiaanse president Gustavo Petro. | Bron: RD

De Colombiaanse president Gustavo Petro heeft uitgehaald naar het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en verwees daarbij naar ‘vampiers’. Dat deed hij nadat de VN-organisatie de toegang van zijn land tot een flexibele kredietlijn van 8,1 miljard dollar had opgeschort.

Het IMF, onder leiding van de Bulgaarse Kristalina Georgieva, wees eerder deze maand op een sterker dan verwachte verslechtering van de Colombiaanse overheidsfinanciën. Zaterdag bracht het fonds een verklaring uit waarin staat dat de toegang van het Zuid-Amerikaanse land tot het geld afhankelijk is van het voltooien van een lopend overleg en een daaropvolgende evaluatie.

“Vampiers

komen, maar vampiers verdwijnen als de zon opkomt, Georgieva”, schreef Petro in een bericht op X, zonder verder in te gaan op wat hij precies bedoelde met deze opmerking. Het IMF heeft nog niet gereageerd.

Het Colombiaanse ministerie van Financiën liet in een verklaring weten dat het overleg met het fonds nog gaande is.

Op het IMF komt vaker kritiek over de voorwaarden die worden gesteld aan leningen. De organisatie voor financiële stabiliteit, die eerder Griekenland er mede weer bovenop hielp na de eurocrisis, dringt doorgaans aan op stevige overheidshervormingen. Dat zien betrokken landen lang niet altijd zitten. Daarbij wordt vaak geklaagd

dat het IMF met zijn eisen het democratische proces zou ondermijnen.

REGIO

GAS KRIJGT HOOFDROL OP SURINAME ENERGY SUMMIT TE MIDDEN VAN REGIONALE AMBITIES

Ingediend door admin op

Foto: President Santokhi spreekt tijdens de Suriname Energy, Oil and Gas Summit (SEOGS) 2024. | Bron: OilNow

Tijdens de komende Suriname Energy, Oil and Gas Summit (SEOGS), die plaatsvindt van 17 tot en met 20 juni, zal aardgas centraal staan in de debatten en presentaties.

Volgens de officiële SEOGS-website zal een gas-masterclass voorafgaand aan de conferentie samen met technische sessies diepgaand ingaan op de beschikbaarheid, vraag en prijs van gas, en de rol ervan in de wereldwijde energietransitie.

Tijdens de Executive Summit worden strategieën besproken voor opkomende gasproducerende regio’s. Daarbij ligt de nadruk op de toenemende internationale consensus over aardgas en LNG als

betrouwbare en relatief koolstofarme energiebronnen. Grote spelers zoals Petronas, Honeywell, Fulcrum LNG en de National Gas Company van Trinidad en Tobago zullen spreken over onder meer drijvende LNG-projecten (FLNG) en maatwerkontwikkelingen in de sector.

Voor Suriname wordt het potentieel aanzienlijk genoemd. Onderzoeksbureau Wood Mackenzie schat dat het land inmiddels meer dan 2,4 miljard vaten aan ontdekte olievoorraden bezit, naast 12,5 biljoen kubieke voet aardgas. Daarmee bestaat maar liefst 48 procent van Suriname’s bewezen hulpbronnen uit aardgas. De belangrijkste vondsten zijn gedaan in blokken 58 en 52, terwijl het eerste offshoreproject van het land, GranMorgu, naar verwachting in 2028 in productie zal

gaan.

Suriname zet inmiddels ook stappen richting zelfstandige gasontwikkeling. In 2023 tekende de regering een intentieverklaring met ExxonMobil en Petronas, de operators van Blok 52, om de gasexploratie en -productie gezamenlijk verder te ontwikkelen. Die overeenkomst biedt een onderhandelingskader voor toekomstige exploitatie.

Volgens Rystad Energy zou een belastingvrijstelling van tien jaar voor deze partners cruciaal kunnen zijn om de productie economisch haalbaar te maken. Eerste output wordt mogelijk tegen 2031 verwacht. Petronas onderzoekt de haalbaarheid van een drijvend LNG-project, waarbij volgens analist Luiz Hayum van Wood Mackenzie de geschatte gasvolumes in Blok 52 – zo’n twee biljoen kubieke voet – voldoende draagvlak kunnen bieden.

Ook buurland Guyana zet stevig in op aardgas. De regering heeft Fulcrum LNG ingehuurd om samen met ExxonMobil te werken aan de ontwikkeling van niet-geassocieerde gasreserves in het Stabroekblok. Een omvangrijk Gas-to-Energy-project moet betaalbare en stabiele elektriciteit leveren aan de bevolking, terwijl er ook wordt gekeken naar de opbouw van een bredere gasmarkt.

Guyana beschikt over bewezen gasreserves van 17 biljoen kubieke voet in het Stabroekblok, waarbij ontdekkingen zoals Longtail en Haimara tot de hoekstenen behoren. Longtail is inmiddels geselecteerd als het achtste ontwikkelingsproject, volgend op Hammerhead. ExxonMobil heeft recent de afronding van zijn appraisewerk bevestigd, als onderdeel van de voorbereiding van een gasgebruiksplan. Het bedrijf ziet daarbij potentieel voor de oprichting van een aluminiumraffinaderij, datacenters en een kunstmestfabriek.

Volgens Wood Mackenzie kunnen Suriname en Guyana samen tegen het midden van de jaren 2030 tot wel 11 procent van het mondiale LNG-tekort opvangen. Daarmee groeit de rol van de regio in het wereldwijde energielandschap, met aardgas als strategische troef in de overgang naar een meer duurzame energievoorziening.

ENERGY

 

NIEUW BURGERLIJK WETBOEK TREEDT OP 1 MEI 2025 OFFICIEEL IN WERKING

Ingediend door admin op

Na maanden van voorbereiding, intensief overleg en juridische toetsing is het besluit definitief: het nieuwe Burgerlijk Wetboek (BW) van Suriname treedt op 1 mei 2025 in werking.

President Chandrikapersad Santokhi maakte dit bekend op basis van breed gedragen adviezen uit de juridische gemeenschap en na afweging van de recente uitspraak van de kortgedingrechter.

De aankondiging volgt op een eerder voornemen van de regering om uiterlijk vóór 1 mei een beslissing te nemen over de invoering van het nieuwe wetboek. Daarbij werd expliciet verwezen naar het advies van de Begeleidingscommissie Nieuw BW en het lopende kortgeding dat door enkele belanghebbenden was aangespannen. In

die rechtszaak heeft de kortgedingrechter op 30 april bepaald dat de Federatie van Plantagehouders Para niet-ontvankelijk is verklaard in haar verzoek tot uitstel.

Ondertussen is ook uitvoerig overleg gevoerd met maatschappelijke en juridische instellingen, waaronder de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB), die pleitten voor uitstel. Daartegenover stonden stevige aanbevelingen van de Begeleidingscommissie Nieuw BW, bestaande uit vertegenwoordigers van het Hof van Justitie, de Surinaamse Orde van Advocaten, de Anton de Kom Universiteit van Suriname en de Surinaamse Notariële Beroepsorganisatie. Deze gremia gaven unaniem aan geen bezwaar te hebben tegen inwerkingtreding op 1 mei. Ook het MI-GLISS onderschrijft dit standpunt.

De keuze voor 1

mei is niet toevallig. De Begeleidingscommissie had eerder geadviseerd de invoeringsdatum te verschuiven van 1 januari naar 1 mei 2025, om betrokken beroepsgroepen meer voorbereidingstijd te geven. De regering heeft dit voorstel overgenomen, waarmee tegemoet wordt gekomen aan zowel juridische als praktische overwegingen.

De president benadrukt dat dit besluit is genomen na diepgaande consultaties en met inachtneming van het belang van rechtszekerheid en institutionele continuïteit. De Begeleidingscommissie heeft aangegeven de vinger aan de pols te houden bij de implementatie van het nieuwe wetboek. Daarbij zal zij actief adviseren over de knelpunten die beroepsgroepen ervaren en bijdragen aan oplossingen. Zo is voorgesteld dat de VSB en de Vereniging van Medici eventuele uitdagingen delen met de president van het Hof van Justitie, zodat deze in samenwerking met de Begeleidingscommissie aangepakt kunnen worden.

Volgens de commissie is het bijscholingstraject dat parallel loopt aan de invoering een doorlopend proces. Zij onderstreept dat hoe eerder het wetboek in werking treedt, hoe sneller de noodzakelijke bijscholing binnen de juridische beroepsgroepen op gang komt.

Met de officiële inwerkingtreding van het nieuwe BW zet Suriname een historische stap richting modernisering van zijn civiele wetgeving, waarmee de fundamenten voor een eigentijdse rechtsorde verder worden verstevigd.

UNITEDNEWS