• dinsdag 28 May 2024
  • Het laatste nieuws uit Suriname

“DE STALWEIDE, DE REGERINGEN EN DE RIJSTSECTOR”

| united news | Door: Redactie

Auteur: Kenneth Sukul.

Met de oprichting van de Stichting Machinale Landbouw (SML) in Wageningen in 1948 door de Landbouw Hogeschool Wageningen Nederland in het district Nickerie, werd moderne rijstbouw op wereldniveau in Suriname ingezet.

In 1997 werd het werk van de SML verder uitgebreid door de promotiestudie van Ir. Robert J. Zevenhuizen, van de Nanizwamp als irrigatiebron, waardoor de boeren in Nickerie van goed waterbeheer werden verzekerd. Dit zorgde voor verdere groei van de sector.

De productie van rijst in Suriname

De SML zorgde niet alleen voor mechanisatie van de rijstbouw, maar ook voor de ontwikkeling van rijstrassen die de opbrengsten en de kwaliteit

voortdurend verbeterden. Na 1991 vervielen de preferentiële voordelen die de voormalige koloniën uit Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (de ACP-landen) hadden op de rest van de wereld bij de import van landbouwproducten in de EG (EU).

Deze voordelen hielden in dat deze landen zonder invoerrechten hun rijst op de EU-markt konden afzetten. Vervolgens werd ook de belastingvrije import in de EU via overzeese gebieden stopgezet. Suriname moest vanaf dat moment concurreren met goedkope rijst uit met name de VS en Vietnam, waarvoor het niet was voorbereid door gebrek aan beleid en wetenschappers in de sector. Hierdoor daalde de

productie van meer dan 44.000 ha per seizoen in 1985 naar 12.000 ha in 1991 om na 2005 naar gemiddeld 25.000 te stijgen.

Het gebrek aan wetenschap in de sector

De Surexco (Suriname Rice Company) werd in 1986 opgericht. Daarvoor, als Staats Commissie Rijst, monitorde zij de inzaai, de input en de afzet van de rijstsector. Ondanks de crisis op de wereldmarkt van rijst in de beginjaren tachtig, slaagde zij erin de sector overeind te houden en te leiden tot een record inzaai en oogst van meer dan 78.000 ha in 1985/86. Helaas werd Surexco na 1991 door de regering Venetiaan/Adjodhia opgeheven, waardoor de sector stuurloos werd.

In 1984 gingen de tot dan toe succesvolle rijstboeren in Coronie failliet. Bij de bouw van een nieuwe waterkerende dam in 1983 in de westelijke polders van Coronie was er geen rekening gehouden met de kwaliteit van het bouwmateriaal (klei). Ook was er geen voorafgaande studie van de Coroniezwamp (de grootste van Suriname) uitgevoerd om in te spelen op gedragsverandering van het water als gevolg van de ingrepen in de zwamp. Het gevolg is dat er tot op heden elk jaar dambreuken en overstromingen plaatsvinden in Coronie. Die zwampstudie is er nog steeds niet en weerhoudt het ministerie van LVV er nu ook van om op grote schaal handelingen in de zwamp uit te voeren.

Voor een succesvolle inzaai en oogst van de ruim 50.000 ha rijstareaal is goed waterbeheer van cruciaal belang voor de sector. Echter, de sector heeft sinds 1986 geen cultuurtechnicus meer.

De laatste werd in 1986 door de politie uit zijn kantoor gezet. En dat niet zonder gevolgen (Cultuurtechniek is de discipline die ervoor moet zorgen dat water op het juiste moment op de juiste plaats in de juiste hoeveelheid aanwezig is). De rijstarealen in Wageningen kampen steeds met watertekorten en moeten vaker brak staan. In Nickerie moeten de boeren eerst “lawaai” maken voordat de waterpompen bij Wakai (MCP-kanaal) worden opgestart. Ook lijden ze vaak verliezen (2006, 2011, 2021 en 2023) door overstromingen omdat de beheerder van de Naniezwamp (OW/MCP-beheer) het waterpeil in de zwamp niet beheert.

Vanaf 2016 installeert het ministerie van LVV nieuwe pompen te Wageningen in de Nickerierivier. Helaas worden deze pompen op dezelfde plek geplaatst waar de zouttong (zeewater) bij extreme droogte binnendringt en het water onbruikbaar maakt als irrigatiewater. Meer dan 10.000 ha rijstareaal in Wageningen staan nu brak en wachten op de regen. En die zullen vanwege El Niño wellicht pas na mei vallen.

In het jaar 2000 gaf de regering Venetiaan/Adjodhia de SML de opdracht om 5000 ha in te zaaien. De regering zou voor de financiering zorgen. Echter, ze stopte de financiering op het meest cruciale moment, waardoor het bedrijf verder afgleed en de sector ook meenam. In 2019 gaf de regering Bouterse/Adhin het bedrijf met een waarde van meer dan tien miljoen USD aan een partij financierder.

Volgens artikel 1 van het decreet Gronduitgifte zoals gewijzigd in 2019 is de minister van GGB (lees de regering) verplicht bij vervallen van het erfpachtrecht het perceel, waarop beterschap staat, opnieuw in huurpacht uit te geven, in dit geval, aan de SML. Welk belang de regering en het bestuur van de SML dienen om na bijna vier jaar hun eigendommen nog steeds niet via de rechter op te eisen, moet minister Ing. P. Sewdien van LVV nog aan de boeren en de samenleving uitleggen.

De Stalweide

Om de rijstbouw winstgevend te maken moesten de kleine boeren bijna hun volledige perceel, waarop ze ook moesten wonen, gebruiken als rijstareaal. Hierdoor was er geen ruimte meer voor de koeien, die functioneerden als spaarpot en melkverschaffer van het gezin. In tijden van weinig inkomsten konden ze een of meerdere koeien verkopen om daarmee de volgende inzaai te financieren of hun huishouding draaiend te houden.

De overheid maakte toen de voortzetting daarvan mogelijk door gezamenlijke grasweiden (stalweide 1 en 2) ter beschikking te stellen van de boeren. Mede daardoor konden de kleine boeren, na het uitvallen van de EU-markt, zichzelf en de rijstsector overeind houden. Ook de eerste levensbehoefte van de samenleving konden ze daardoor verzekeren en betaalbaar houden.

Echter, dat was geen reden voor de opeenvolgende ministers van LVV, en ook de huidige minister niet, om de veehouderij op de stalweiden te professionaliseren. Integendeel, de NDP-regering (1996-1999) onder leiding van J. Wijdenbosch/P. Radhakishun gaf de eerste stalweide weg aan een partij financierder, en nu de laatste door de huidige regering, Santokhi/Brunswijk, aan hun partij financierder.

Zaaizaad en Input

In 2008 kreeg Suriname een schenking van 9 miljoen euro van de EU om een rijstonderzoekscentrum (ADRON) op te zetten. Het zou ook moeten zorgen voor zaaizaad. Het resultaat daarvan na 15 jaar is dat de regering Santokhi/Brunswijk de smokkel van zaaizaad uit Guyana moest legaliseren om de inzaai in Suriname mogelijk te houden. Naast zaaizaad halen de boeren ook de onderdelen voor hun machines en andere input uit Guyana omdat ze daar goedkoper zijn.

De afzet van padie

In 1991 daalde de inzaai naar 12.000 ha per seizoen om vervolgens naar gemiddeld 25.000 te stijgen na 2005. Door deze lage inzaai kunnen de kippenboeren niet optimaal van de bijproducten voor voer worden voorzien, waardoor de kippensector zich ook niet kan herstellen naar het niveau van voor “de Kerstkip” (december 1987).

De padieprijs wordt afgeleid door de opkopers van de prijs voor rijst op de internationale markten. Die prijs komt tot stand door vraag en aanbod. Op de internationale markt fluctueert slechts het aanbod van rijst. Die fluctuatie wordt veroorzaakt door lage oogsten als gevolg van overstromingen of gebrek aan irrigatiewater. Dat betekent dat tekorten of overschotten niet langer duren dan een seizoen. De boeren worden gecompenseerd bij slechte oogsten en hebben garantie op winst. De overschotten worden opgeslagen waardoor die landen optimaal profiteren van de hoge prijzen bij verwachte of tekorten op de internationale markt.

In Suriname wordt de lage wereldmarktprijs op de boer afgewenteld. De boer zaait vervolgens minder of niet. Vervolgens wordt er bij hoge marktprijzen weer ingezaaid. Echter, vist Suriname dan achter het net omdat de hoge prijzen van korte duur zijn. Als de boer minder inzaait ontstaan er tekorten op de lokale markt, betaalt de consument duurder voor een zak rijst, gaat de kostprijs van Surinaamse kip omhoog en kan de overheid ook minder belasting innen.

Vrijemarkt of kartel en boerenbedrog

Volgens LVV heeft ze geen rol bij het bepalen van de opkoopprijs van padie omdat de sector geliberaliseerd is. Ook maakt zij geen kostprijsberekening van de padie productie. Als zij de kosten in de sector niet bijhoudt, hoe maakt ze dan beleid?

De boer kan onder de huidige situatie niet anders dan direct na de oogst zijn padie leveren aan de opkoper met of zonder prijs. Daarbij krijgt de boer een prijs die volgens de opkoper voor “hem” haalbaar is vanwege de internationale markt. En die prijs wordt door alle 28 opkopers/verwerkers in Nickerie betaald.

Is er dan nog sprake van een vrije markt of is het een markt van een kartel?

In 1985 betaalden de opkopers slechts SF 9,50 voor een baal padie. Om die prijs af te dwingen lieten de opkopers de afgeoogste padie dagen op het veld staan. Daarin kwam verandering door interventie van de SML die de boeren toen SF 16,50 per baal aanbood. Stapt de huidige regering/SML-bestuur daarom niet naar de rechter?

De verantwoordelijkheid van de overheid

Het is de taak van de overheid ervoor te zorgen dat de bevolking verzekerd is van haar eerste levensbehoefte. Daarnaast moet ze ook zorgen voor de ontwikkeling van alle burgers in het land. Verwacht zou mogen worden dat zij uit die verantwoordelijkheid alle belangen in de sector zou dienen met als voorkeur het belang van de samenleving.

INGEZONDEN

GERELATEERD AAN: UITGIFTE GROND IN NICKERIE HOT ISSUE TIJDENS REGERINGSVERGADERING

 

 

| united news | Door: Redactie