
Hoe Nederland Suriname heeft uitgebuit en verwaarloosd
| NRC | Door: Redactie
Koloniaal verleden Anton de Kom schreef in 1934 Wij slaven van Suriname, dat een klassieker over de koloniale wandaden werd. In Nederland is het niet zo gecanoniseerd als Max Havelaar, in Suriname is het verankerd in de culturele opvoeding. Nu het land weer ten prooi valt aan economisch wanbeleid, is het boek onverminderd relevant.
Afbeelding: Slaafgemaakten malen koffie in Suriname, halverwege de 19de eeuw.Illustratie HH
Bent u een witte, Nederlandse lezer, dan is de kans groot dat u niet van Anton de Kom (1898-1945) heeft gehoord. Als u daarentegen van Surinaamse afkomst bent, is de kans klein dat u hem niet kent. Wanneer u zijn klassieker Wij slaven van Suriname al niet zelf op de boekenplank heeft staan, dan uw ouders of grootouders wel. Toch richt De Kom zich niet alleen tot zijn Surinaamse landgenoten, maar ook tot de Nederlanders. Net als Multatuli, die wél in de Hollandse herinnering is verankerd, wilde hij bij de koloniale heersers iets
Holland heeft niet geluisterd, het nu opnieuw uitgegeven Wij slaven van Suriname is in Nederland vrijwel vergeten; in een zaal met vijftig Leidse eerstejaars studenten Nederlands vorige maand had er niet één van hem gehoord – in een leesclub met leraren idem dito. In de Bijlmer staat wel een standbeeld van De Kom, maar zelden sloeg een kunstwerk zo de plank mis. De zwarte schrijver, die zich nooit zonder hoed of das in het openbaar liet zien, rijst daar halfnaakt uit het graniet alsof hij zichzelf uit de ketenen bevrijdt
Verwaarloosde provincie
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data56843055-87427c.jpg)
Anton de Kom, ca. 1922 Foto familiearchief
Met die pen doet hij uit de doeken hoe Hollanders hebben huisgehouden in hun kolonie, met die pen schrijft hij in 1934 zijn woedende, lyrische, en ongenadige tekst, die de Surinamers hun
De intellectueel en communist richtte zijn pijlen dus niet alleen op de daden van de Hollanders (hoewel hun gruwelijkheden uitvoerig aan de orde komen), maar op de geschiedschrijving daarvan. ‘Eerwaarde’ missiebroeders uit Nederland leerden hem en zijn klasgenootjes alles over Piet Hein en Willem de
Koloniale wensdromen
Het resultaat is een gloedvolle tekst over hoe Nederland Suriname heeft uitgebuit en verwaarloosd, van de eerste voet aan wal tot aan 1934, het jaar waarin de tekst verscheen. De ‘slaven’ uit de titel moeten dan ook zowel historisch als contemporain begrepen worden. Het gaat net zo goed over de proletariërs in het heden van de auteur, die meer dan
Hij dwingt verontwaardiging af bij zijn lezers door zich op te stellen als getuige en over de slavenmarkt te vertellen in de tegenwoordige tijd: ‘Een blanke kerel onderzoekt vrijpostig een bevallig tienjarig meisje, wier moeder gisteren door de koopman ondershands verkocht werd. Een wreed uitziende Europeaan grijpt een neger bij de kin en trekt zijn mond open om te zien of de tanden gaaf zijn.’
De Koms literaire genie schuilt erin dat hij de geadresseerde ‘gij’, ‘blanke lezer’ uitnodigt om afwisselend het perspectief aan te nemen van zowel de ‘wij’, de Surinamers, als dat van de Nederlanders die ‘tussen schrijf- en rekenmachine dromen over de gouden volheid van
En voelen doe je. Of je nu een Surinaamse of een Nederlandse lezer bent: het verhaal gaat door merg en been. Zoals de stelselmatige verkrachtingen van de vrouwen, wier kinderen weer eigendom werden van de plantagehouder, niet zelden hun eigen vader. Ook de mishandelingen neemt De Kom in detail over uit rechtbankverslagen: ‘Een neger, Joosje genaamd, werd met een ijzeren haak door zijn ribben geslagen, en alzo aan de galg gehangen, zodat het hoofd en de voeten naar de grond hingen en
Tempels en gedichten
De Kom was zelf geen historicus, maar politiek en literair activist. Dat levert een verleidelijke en ook wonderlijke tekst op. Lyrische en persoonlijke passages wisselen zich af met ernstige analyses van winst- en verliesbalansen van landbouwgronden in het Suriname van de jaren dertig. Het is geen roman, geen pamflet en geen autobiografie, en tegelijk is het dat allemaal. Zijn woede beteugelt De Kom met retorische
Het was, zo duidt De Kom, ‘alsof men trachtte de angst jegens de onderworpene, die in ieders hart leefde, in een roes van zingenot te vergeten’. Cultuur brachten de Hollanders niet mee – zo ondermijnt De Kom de traditionele tegenstelling tussen Europa en de kolonie. Als er dan een beschaving in slavernij gebouwd moest worden, zoals ook de oude Grieken deden, waar zijn dan de tempels en de verheven gedachten, vraagt de Kom zich af.
Al net zo
De uiteindelijke afschaffing van de slavernij brengt niet veel verbetering. Meer dan in het eerste deel van dit boek, handelt dit moderne deel over de economische omstandigheden. De Kom was in de jaren twintig in Nederland beïnvloed door communistische en nationalistische studenten uit Nederlands-Indië. Hij schrijft namens en over ‘de onderliggende klasse’ die woont in krotten, lijdt aan malaria en tuberculose, aan
In dat persoonlijker, laatste deel, vertelt De Kom hoe hij na zijn studie met zijn blanke vrouw en kinderen terugkeert naar Suriname. Zijn roem als intellectuele activist was hem vooruitgesneld, maar hij kan niets anders dan een ‘adviesbureau’ beginnen. Na
Dat hij daar werkeloos dit boek schreef, en uiteindelijk (na een periode in een kliniek, waarover Karin Amatmoekrim de biografische roman De man van veel schreef) stierf in Neuengamme, wegens zijn verzet tegen de nazi’s, maakt hem tot een klassieke held. Een van de drie inleiders van deze nieuwe editie van Wij slaven van Suriname, Duco van Oostrum, legt een verband met Afro-Amerikaanse auteurs zoals William Du Bois, die een vergelijkbaar boek schreef met Souls of Black Folk (1903). Net als die auteurs werd ook De Kom miskend en vervolgd vanwege zijn communistische activiteiten. Het verschil is dat Du Bois en anderen in de VS al lang gecanoniseerd zijn en verplichte stof voor iedereen, ook aan de bètafaculteiten. Zelfs nu Nederland schoorvoetend zijn eigen koloniale verleden en koloniale schuld begint te ontdekken, is zo’n canonisering van deze klassieker nog niet
/s3/static.nrc.nl/bvhw/files/2019/11/data52348750-30e4d0.jpg)
Lees ook: Suriname ruilt de oude Nederlandse kolonisator in voor suikeroom China
Voor Surinamers ligt dat anders. Voor hen schetste De Kom een geschiedenis waarin zij hun trauma en pijn herkennen, een geschiedenis waardoor ze zichzelf kunnen begrijpen en de zwarte minderwaardigheidspositie – aangeleerd door de koloniale overheersers – kunnen ontstijgen. Er gaat een boodschap van kracht, trots en vaderlandsliefde uit van De Koms formuleringen, van het idee dat ‘slechts de solidariteit alle zonen van moeder Sranang kan verenigen in hun strijd voor een menswaardig leven’.
Veel Surinaamse ouders confronteren hun kinderen op een bepaald moment met de betekenis van zwart zijn in de Nederlandse samenleving. Daarna volgen verhalen over de eigen zwarte helden, onder wie Tula en ook De Kom. Het is het begin van een zwart bewustwordingsproces dat ook onder Surinaams-Nederlandse jongeren nog steeds van groot belang is voor de vorming van hun culturele identiteit.
| NRC | Door: Redactie




































