
Braganza kreeg duizenden hectares terwijl bedrijfsplan financiële onzekerheid vermeldt
| starnieuws | Door: Redactie
Braganza Marketing Group kreeg in januari 2026 van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) bijna 9.400 hectare staatsgrond in Para voorwaardelijk ter beschikking voor grootschalige landbouw. Op een deel van het terrein dat is ontbost, zijn nu Mennonieten actief die door Braganza naar Suriname zijn gehaald. In het bedrijfsplan waarop het landbouwproject mede is gebaseerd, erkende de onderneming echter dat haar financiële positie op het moment van opstelling nog onzeker was. Het bedrijfsplan 2022-2031, waarvan de definitieve versie dateert van
Als tussen 2023 en nu de financiële zekerheid van het bedrijf is verbeterd, is onduidelijk. Volgens Braganza werden de activiteiten tot dan toe door de partners gefinancierd en moest nog duidelijkheid komen over de eerste omzet, externe bankfinanciering, investeerders, subsidies en mogelijke steun van de overheid. Tegelijk stelde de onderneming dat de belangstelling onder internationale investeerders om met eigen middelen in Suriname te investeren groot was. Het ging volgens het plan om investeringen in landbouw, veeteelt en zuivel.
De financieringsstrategie die verderop in het bedrijfsplan wordt beschreven, rust op twee pijlers: eigen middelen van de aandeelhouders en bankfinanciering. Onduidelijk is welke financiële toetsing heeft plaatsgevonden voordat LVV op 13 januari 2026 besloot het omvangrijke areaal voor twintig jaar aan Braganza beschikbaar te stellen. De verplichtingen zijn aanzienlijk. Volgens de overeenkomst moet Braganza
Het bedrijfsplan zelf ging zelfs uit van een veel snellere ontwikkeling. Braganza wilde na het eerste jaar 5.000 hectare in productie hebben en mikte aanvankelijk op een jaarproductie van 11.250 ton soja en 25.000 ton maïs. Na vijf jaar moest 10.000 hectare in productie zijn. Daarvoor zijn omvangrijke investeringen nodig in onder meer het plantklaar maken van terreinen, landbouwmachines, infrastructuur, opslag, verwerking en transport.
Braganza erkent zelf dat Suriname momenteel niet beschikt over de volledige infrastructuur voor grootschalige soja- en maïsproductie. Grote hoeveelheden productiemiddelen zijn volgens het bedrijfsplan niet of onvoldoende beschikbaar en bepaalde grondstoffen zouden moeten worden geïmporteerd. De overeenkomst geeft LVV de bevoegdheid de uitvoering te inspecteren, monitoren en evalueren. Bij het niet nakomen van de cultuurplicht bepaalt het document dat de overeenkomst van rechtswege vervalt.
/>mei 2023, vermeldt onder de zwakke punten van de onderneming expliciet de financiële positie en cashflow.
Als tussen 2023 en nu de financiële zekerheid van het bedrijf is verbeterd, is onduidelijk. Volgens Braganza werden de activiteiten tot dan toe door de partners gefinancierd en moest nog duidelijkheid komen over de eerste omzet, externe bankfinanciering, investeerders, subsidies en mogelijke steun van de overheid. Tegelijk stelde de onderneming dat de belangstelling onder internationale investeerders om met eigen middelen in Suriname te investeren groot was. Het ging volgens het plan om investeringen in landbouw, veeteelt en zuivel.
De financieringsstrategie die verderop in het bedrijfsplan wordt beschreven, rust op twee pijlers: eigen middelen van de aandeelhouders en bankfinanciering. Onduidelijk is welke financiële toetsing heeft plaatsgevonden voordat LVV op 13 januari 2026 besloot het omvangrijke areaal voor twintig jaar aan Braganza beschikbaar te stellen. De verplichtingen zijn aanzienlijk. Volgens de overeenkomst moet Braganza
jaarlijks minimaal 10 procent van de 9.366,72 hectare in cultuur brengen. Dat komt neer op ongeveer 937 hectare per jaar.
Het bedrijfsplan zelf ging zelfs uit van een veel snellere ontwikkeling. Braganza wilde na het eerste jaar 5.000 hectare in productie hebben en mikte aanvankelijk op een jaarproductie van 11.250 ton soja en 25.000 ton maïs. Na vijf jaar moest 10.000 hectare in productie zijn. Daarvoor zijn omvangrijke investeringen nodig in onder meer het plantklaar maken van terreinen, landbouwmachines, infrastructuur, opslag, verwerking en transport.
Braganza erkent zelf dat Suriname momenteel niet beschikt over de volledige infrastructuur voor grootschalige soja- en maïsproductie. Grote hoeveelheden productiemiddelen zijn volgens het bedrijfsplan niet of onvoldoende beschikbaar en bepaalde grondstoffen zouden moeten worden geïmporteerd. De overeenkomst geeft LVV de bevoegdheid de uitvoering te inspecteren, monitoren en evalueren. Bij het niet nakomen van de cultuurplicht bepaalt het document dat de overeenkomst van rechtswege vervalt.
Uit de beschikbare stukken blijkt niet welke financiële garanties Braganza bij de ondertekening in januari 2026 aan LVV heeft overgelegd en of het ministerie vooraf heeft vastgesteld dat de onderneming over voldoende kapitaal beschikte om de cultuurplicht daadwerkelijk na te komen.
| starnieuws | Door: Redactie



































