• zondag 13 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Geen eer te halen voor Suriname en Venezuela met overeenkomst visserijsector

Geen eer te halen voor Suriname en Venezuela met overeenkomst visserijsector

| starnieuws | Door: Redactie

Udo Karg, voorzitter van de Suriname Seafood Associatie

Suriname en Venezuela hebben met de recente afspraken over de Venezolaanse vissers een situatie gecorrigeerd die al sinds 2007 niet behoorlijk was geregeld. Volgens Udo Karg, voorzitter van de Suriname Seafood Association (SSA), valt er daarom voor geen van beide landen “eer te behalen” met de overeenkomst. Beide hebben volgens hem jarenlang nagelaten de juridische status van de betrokken Venezolaanse vissers en vaartuigen correct te regelen.


Karg, tevens CEO van SUVVEB N.V., zegt dat

de oorspronkelijke vergunningen in 2007 zijn vervallen en dat pas nu, negentien jaar later, de noodzakelijke correctie heeft plaatsgevonden. Hij legt daarbij een groter deel van de verantwoordelijkheid bij Venezuela, dat volgens hem eveneens had moeten zorgen voor verlenging of het opnieuw regelen van de afspraken. “In de ondertekening van dit contract is eigenlijk geen eer te behalen, niet door Suriname en ook niet door Venezuela”, zegt Karg. Volgens hem is de kwestie te lang blijven liggen, terwijl er ook vanuit de Europese Unie aandacht voor is gevraagd.


De SSA-voorzitter benadrukt dat uit het vervallen van de oorspronkelijke vergunningen niet automatisch mag worden geconcludeerd dat de Venezolaanse vissers en hun vaartuigen sinds 2007 illegaal in Suriname hebben gevist. Volgens hem voldeden zij aan de voorwaarden waaronder zij binnen de Surinaamse visserijsector werden ingezet. Nadat hun oorspronkelijke juridische status was weggevallen, bleven Venezolaanse vissers en vaartuigen volgens Karg namelijk werkzaam voor

Surinaamse bedrijven. Zij werden ingehuurd om visserijactiviteiten voor deze bedrijven uit te voeren. “We huren ze in om voor ons het werk te doen en ze worden daarvoor betaald, Ze leveren een behoorlijke economische bijdrage”, zegt Karg.


Hij maakt daarom onderscheid tussen het niet correct geregeld zijn van de juridische status en de feitelijke werkzaamheden van de Venezolanen voor Surinaamse bedrijven. Met de recente afspraken wordt volgens hem vooral het eerste probleem aangepakt. Tegen die achtergrond vindt Karg de commotie die is ontstaan over de mededeling dat 200 Venezolaanse vissers een vergunning zouden krijgen, overdreven. Een deel van de reacties gaat volgens hem voorbij aan wat er daadwerkelijk binnen de sector speelt.


Hij erkent tegelijkertijd dat ook de communicatie vanuit de Surinaamse overheid niet helemaal correct en duidelijk is geweest. Daardoor kon volgens hem de indruk ontstaan dat Suriname nu ineens zijn viswateren openstelt voor 200 Venezolaanse vissers, terwijl het

volgens hem om het formaliseren en corrigeren van een reeds lang bestaande situatie gaat. Karg ziet daarom ook geen noodzaak voor de oproepen om speciaal voor deze Venezolaanse vissers een vangstquotum vast te stellen. Volgens hem passen dergelijke voorstellen niet bij de manier waarop de betrokken vissers en vaartuigen voor Surinaamse bedrijven worden ingezet.


De uitleg van Karg sluit aan bij de verduidelijking die het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij heeft gegeven over de overeenkomst met Venezuela. Het ministerie heeft aangegeven dat de afspraken niet moeten worden uitgelegd als het zonder meer toelaten van 200 nieuwe Venezolaanse vissers tot de Surinaamse visserij. Volgens Karg moet de kwestie daarom vooral worden gezien als het rechtzetten van een situatie die veel eerder door beide landen had moeten worden geregeld.

| starnieuws | Door: Redactie