
Overeenkomst LVV basis voor landbouwproject waarbij Mennonieten zijn betrokken
| starnieuws | Door: Redactie
In de overeenkomst van 13 januari 2026 stelt LVV 9.366,72 hectare staatsgrond in Para voorwaardelijk ter beschikking aan Braganza. De overeenkomst geldt voor een initiële periode van twintig jaar en is bedoeld voor grootschalige machinale landbouw en daarmee samenhangende agrarische activiteiten. De Staat blijft eigenaar van de grond. Braganza krijgt een functioneel en niet-overdraagbaar gebruiksrecht en moet jaarlijks minimaal 10 procent van het beschikbaar gestelde areaal in cultuur brengen.
Nergens in de overeenkomst worden de Mennonieten genoemd niet genoemd, hoewel zij een bijzondere rol vervullen en voornamelijk betrokken zijn bij de uitvoering van het project. LVV-minister Mike Noersalim heeft eerder verklaard dat zijn ministerie geen afzonderlijke overeenkomst met Mennonieten heeft gesloten. Volgens hem sloot LVV een overeenkomst met een Surinaams bedrijf voor de productie van onder meer soja en maïs en
Braganza heeft echter zelf publiekelijk bevestigd dat het bij zijn landbouwprojecten gebruik wil maken van Mennonitische landbouwers. Voor Tibiti gaat het om Mennonieten uit Belize en voor Kabalebo om een groep uit Mexico.
Mennonieten aanwezig in het Tibiti gebied in district Para
Ook de internationale achtergrond van het project valt op. Als initiatiefnemer wordt in het bedrijfsplan onder anderen Adrian Barbero van Rural Real Estate Investments Ltd. (RREI) uit Bolivia genoemd. Volgens Braganza heeft deze onderneming meer dan dertig jaar ervaring met investeringen in grootschalige landbouw en veeteelt in Zuid-Amerika. In het bedrijfsplan wordt RREI in verband gebracht met de ontwikkeling en verwerving van grote landbouwgebieden in verschillende Zuid-Amerikaanse landen. Daarbij wordt gesproken over gebieden waar zogenoemde "Agricultural specialist colonies" actief zijn.
Het document maakt echter niet expliciet duidelijk dat met deze landbouwkolonies Mennonieten worden bedoeld. Wel staat inmiddels vast dat Braganza voor de uitvoering van zijn projecten in Suriname juist Mennonitische landbouwers heeft aangetrokken.Het bedrijfsplan vermeldt verder dat RREI vanuit Bolivia actief is en samen met Lionel Blokland betrokken is bij Braganza Marketing Group in Suriname. De
Daarmee ontstaat een belangrijk onderscheid in de constructie: de Staat heeft de grond niet aan de Mennonieten ter beschikking gesteld, maar aan Braganza. De Mennonieten komen vervolgens via Braganza in beeld als landbouwers die bij de uitvoering van de projecten worden ingezet. Welke afspraken Braganza vervolgens precies met de Mennonieten heeft gemaakt over het gebruik van de grond, de betaling per hectare, investeringen en eventuele opbrengsten, blijkt niet uit de overeenkomst met LVV of uit het beschikbare bedrijfsplan.
Petersen heeft verklaard dat zijn groep ervan uitging dat zij in Suriname landbouw kon bedrijven en dat er US$ 150 per hectare wordt betaald. Ook zei hij dat zijn groep uiteindelijk meer dan 9.000 hectare nodig heeft. Wie die US$ 150 ontvangt, waarvoor precies wordt betaald en welke contractuele rechten de Mennonieten
| starnieuws | Door: Redactie



































