
DOE-voorzitter: “De regering zet stappen, maar het tempo moet omhoog”
| suriname herald | Door: Redactie
Eén jaar na de verkiezingen van 25 mei 2025 ziet DOE-voorzitter Steven Alfaisi wel degelijk beweging binnen de regering, maar volgens hem verloopt het veranderingsproces trager dan gewenst. In het actualiteitenprogramma De Tafel stelde hij dat de coalitie belangrijke stappen heeft gezet op het gebied van integriteit en bestuurlijke vernieuwing, maar dat er nog veel werk te verzetten is om de verwachtingen van de samenleving waar te maken.
Volgens Alfaisi zou het volgens hem naïef zijn te verwachten dat problemen die gedurende tientallen jaren zijn opgebouwd binnen enkele maanden kunnen worden opgelost. Hij benadrukte dat de huidige coalitie werkt aan structurele veranderingen, maar dat deze tijd vergen en niet zonder weerstand verlopen. Daarbij wees hij op wat hij omschreef als gevestigde belangen binnen verschillende instituties die verandering bemoeilijken.
Eén zetel, maar wel een stem in regering en parlement Terugblikkend op de verkiezingen gaf Alfaisi aan dat de combinatie A20, DOE en PRO op meer dan één zetel had gehoopt. Toch beschouwt hij het behaalde resultaat niet als een nederlaag.
Volgens hem heeft een deel van de samenleving met die ene zetel aangegeven dat het de stem van de combinatie in het parlement en binnen de regering wil blijven horen. Hij stelde dat DOE daardoor niet alleen buiten, maar ook binnen de besluitvorming invloed kan uitoefenen.
De DOE-voorzitter sprak zich opnieuw positief uit over het stelsel van landelijke evenredigheid. Volgens hem weerspiegelt dit systeem beter hoe partijen landelijk worden gewaardeerd en voorkomt het dat stemmen verloren gaan door districtgebonden verschillen. Hij merkte op dat het oude districtenstelsel zijn partij in het verleden juist benadeelde.
Bewuste keuze voor deelname aan coalitie Alfaisi maakte duidelijk dat DOE niet lichtvaardig heeft besloten deel te nemen aan de coalitie. Volgens hem heeft de partij uitvoerig afgewogen of deelname de beste manier was om daadwerkelijk verandering te helpen realiseren.
Hij stelde dat het eenvoudiger is om vanaf de zijlijn kritiek te leveren, maar dat DOE ervoor heeft gekozen verantwoordelijkheid te nemen. Daarbij speelde volgens hem mee dat tijdens de coalitieonderhandelingen voldoende bereidheid werd geconstateerd bij de andere partijen om Suriname een andere richting op te sturen. “Suriname op de eerste plaats” bleef volgens hem een belangrijke leidraad tijdens de gesprekken die voorafgingen aan de vorming van de regering.
Verandering zichtbaar, maar nog onvoldoende Op de vraag of de samenleving de beloofde verandering daadwerkelijk merkt, erkende Alfaisi dat veel burgers nog ontevreden zijn. Tegelijkertijd vindt hij dat er wel degelijk stappen worden gezet.
Hij wees erop dat politieke belangen nog steeds een rol spelen binnen het bestuur en dat niet iedereen altijd vanuit het nationaal belang handelt. Ook binnen bepaalde instellingen bestaan volgens hem nog structuren die verandering tegenwerken.
Toch ziet hij positieve ontwikkelingen. Als voorbeeld noemde hij het optreden tegen leden van raden van toezicht en raden van commissarissen die volgens de regering niet correct hebben gehandeld. Volgens Alfaisi gebeurde het in het verleden minder vaak dat functionarissen direct ter verantwoording werden geroepen of vervangen wanneer zij over de schreef gingen.
Openbaarheid van bestuur en Comptabiliteitswet prioriteit Hoewel hij tevreden is over enkele stappen die zijn gezet, vindt de DOE-voorzitter dat belangrijke hervormingen sneller moeten worden doorgevoerd.
Hij noemde specifiek de Wet Openbaarheid van Bestuur en de verdere implementatie van de Comptabiliteitswet als essentiële instrumenten in de strijd tegen corruptie en voor beter bestuur. Volgens hem zijn dit maatregelen waar zijn partij al jarenlang voor pleit.
Tegelijkertijd erkende hij dat coalitiepolitiek betekent dat niet iedere partij hetzelfde tempo voorstaat en dat voortdurend naar evenwicht moet worden gezocht.
Kritiek op benoemingen binnen RVC’s Alfaisi liet doorschemeren dat hij niet volledig tevreden is over de wijze waarop sommige benoemingen binnen raden van commissarissen en raden van toezicht plaatsvinden. Volgens hem moeten kandidaten niet alleen over de juiste deskundigheid beschikken, maar ook voldoen aan duidelijke functieprofielen en een onbesproken reputatie hebben. Daarnaast wees hij erop dat macht mensen kan veranderen en dat integriteit niet altijd vooraf volledig kan worden ingeschat.
Hij stelde dat politieke partijen soms nog personen naar voren schuiven die niet volledig aan de vereiste profielen voldoen. Volgens hem moeten coalitiepartijen hiervan afstappen en deskundigheid zwaarder laten wegen dan politieke loyaliteit.
Meer focus op nationaal belang Een belangrijk probleem binnen de Surinaamse politiek is volgens Alfaisi dat partijbelangen vaak zwaarder wegen dan nationale belangen.
Hij pleitte voor een mentaliteitsverandering waarbij politici niet langer denken in verkiezingscycli, maar in generaties. Volgens hem moet het uitgangspunt zijn dat wat goed is voor Suriname uiteindelijk ook goed is voor politieke partijen en hun achterban.
Daarom vindt hij dat deskundigen moeten worden ingezet ongeacht hun politieke achtergrond. Hij stelde dat DOE binnen de beschikbare ruimte ook personen heeft voorgedragen die niet tot de eigen partij behoren, maar wel over de juiste expertise beschikken.
Singapore als voorbeeld Tijdens het gesprek verwees Alfaisi meerdere malen naar Singapore als voorbeeld van succesvol bestuur en effectieve corruptiebestrijding. Na gesprekken met vertegenwoordigers van Singapore concludeert hij dat sterk leiderschap een cruciale rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van dat land. Volgens hem is daar op alle niveaus van de samenleving geïnvesteerd in integriteit, discipline en goed bestuur. Hij vindt dat Suriname lessen kan trekken uit die aanpak.
Vermogensregistratie belangrijke stap Op het gebied van corruptiebestrijding ziet Alfaisi wel vooruitgang. Hij noemde de registratie van vermogens van politici en topfunctionarissen als een belangrijke ontwikkeling. Daarbij herinnerde hij eraan dat hij zelf eerder zijn vermogen openbaar heeft laten registreren en andere politici heeft uitgedaagd hetzelfde te doen.
Volgens hem maakt een dergelijke registratie het eenvoudiger om eventuele onverklaarbare vermogensgroei op te sporen. Tegelijkertijd benadrukte hij dat dit slechts één onderdeel is van een bredere anticorruptiestrategie, waarin ook wetgeving, toezicht en sterke rechtshandhaving noodzakelijk zijn.
Achterban wil sneller resultaat Volgens Alfaisi deelt ook de achterban van DOE de opvatting dat de regering sneller moet leveren.Hij erkende dat veel burgers nog geen directe verbetering in hun dagelijks leven ervaren. De prijzen zijn volgens hem niet wezenlijk gedaald en veel mensen kampen nog steeds met dezelfde financiële uitdagingen als voorheen.
Hij benadrukte echter dat duurzame verbetering vooral moet komen uit economische groei, ondernemerschap en productiviteitsverhoging. De overheid moet volgens hem vooral barrières voor ondernemers wegnemen, zodat meer investeringen, banen en inkomensgroei kunnen ontstaan.
Alfaisi benadrukt dat corruptie zonder aanzien des persoons moet worden aangepakt. Volgens hem ligt het probleem niet alleen bij lage salarissen, maar ook bij hebzucht. Hij stelde dat wetgeving alleen onvoldoende is als regels niet consequent worden gehandhaafd.
De DOE-voorzitter pleitte daarom voor sterkere instituten, betere controlemechanismen en gelijke behandeling voor iedereen, ongeacht functie of politieke positie. “Niemand is meer dan een ander”, aldus Alfaisi.
| suriname herald | Door: Redactie




































