• dinsdag 08 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Hypocriet: NDP hekelde commissies onder Santokhi, maar Simons installeert nu zelf de ene na de andere

Hypocriet: NDP hekelde commissies onder Santokhi, maar Simons installeert nu zelf de ene na de andere

| surinamevandaag | Door: Redactie

De regering-Simons heeft opnieuw een commissie geïnstalleerd. Donderdag 3 september werd de Nationale Commissie Veiligheid, Gezondheid en Welzijn ingesteld. Dat is opmerkelijk want de NDP had tijdens de regering Santokhi continue kritiek op de commissies die werden geïnstalleerd om het land vooruit te helpen. Anno 2026 zien we echter dat onder president Jennifer Simons een flink aantal commissies en werkgroepen worden geïnstalleerd. De namen en opdrachten verschillen, maar het vertrouwde ritueel blijft hetzelfde.

Simons installeerde in januari een nieuwe Deviezencommissie. In maart volgde een presidentiële werkgroep voor Heritage Month. In juli werden twee nationale commissies voor de burgerluchtvaart geïnstalleerd en diezelfde maand werd de Commissie Vrij Verkeer van Personen opnieuw samengesteld. Het is duidelijk: ook onder Simons blijft de overheid volop gebruikmaken van commissies en werkgroepen.

In sommige gevallen maakt men gebruik van het woord ‘task force’ zoals bij de installatie van de nieuwe Anti-Money Laundering Task Force in

augustus, waarbij NDP-propagandist en voormalig juridisch adviseur van oud-president Bouterse Jennifer van Dijk-Silos zelfs een maandelijkse onkostenvergoeding van SRD 100.000 krijgt, terwijl overige leden elk SRD 80.000 per maand krijgen.

En precies daar begint het politieke geheugen interessant te worden. Tijdens de regering-Santokhi werd jarenlang met veel dedain gesproken over de enorme hoeveelheid commissies, werkgroepen en taskforces. Simons wilde bij haar aantreden juist laten zien dat het anders moest. Nog in haar nieuwjaarstoespraak voor 2026 benadrukte zij dat haar regering bewust met een beperkt aantal werkgroepen werkte, in tegenstelling tot het grote aantal commissies dat bij haar aantreden was aangetroffen.

Maar hoe langer Simons regeert, hoe moeilijker het wordt om vol te houden dat haar bestuursmodel fundamenteel anders is. Commissie hier, werkgroep daar, een nieuw team voor dit dossier en een adviesorgaan voor het volgende. Wie de regeringsberichten volgt, ziet de installatiemomenten gewoon weer voorbijkomen.

Dat maakt de kritiek op

Santokhi achteraf des te ongemakkelijker. Want kennelijk was het instrument ‘commissie’ helemaal niet het probleem. Zodra Simons zelf aan de knoppen zit, blijken commissies en werkgroepen ineens eveneens bruikbaar om beleid voor te bereiden, problemen te onderzoeken en ministers te adviseren.

Daarmee dreigt precies dezelfde bestuurlijke ziekte waar eerder zo hard tegen werd geschopt: een overheid die voor problemen buiten of naast het bestaande apparaat steeds weer aparte structuren nodig heeft. Want als ministeries voldoende deskundigheid, slagkracht en verantwoordelijkheid hebben, waarom moet er dan telkens een commissie, werkgroep of speciaal team naast worden gezet?

Nog belangrijker is de vraag wat al deze organen de belastingbetaler kosten. Wie ontvangt een vergoeding? Welke faciliteiten worden beschikbaar gesteld? Hoe lang blijven deze groepen bestaan? Waar worden hun adviezen gepubliceerd? Welke aanbevelingen zijn daadwerkelijk uitgevoerd? En welke commissie wordt opgeheven wanneer haar opdracht klaar is? Een regering die transparantie predikt, zou die informatie standaard

bij iedere installatie moeten publiceren.

Simons kan zich bovendien niet verschuilen achter het argument dat haar groepen anders heten. Een werkgroep, quickscan-team, commissie of adviesorgaan kan inhoudelijk verschillen, maar voor de belastingbetaler telt uiteindelijk maar één ding: wat kost het en wat levert het concreet op?

Daar ligt de werkelijke hypocrisie die politiek mag worden benoemd. Wat onder Santokhi als symbool van bestuurlijke wildgroei werd neergezet, wordt onder Simons steeds meer onderdeel van de eigen gereedschapskist. De verpakking verandert, maar het gebruik van aparte groepen naast het reguliere overheidsapparaat blijft bestaan.

De vraag is daarom niet meer of Jennifer Simons commissies nodig vindt. Het antwoord daarop geeft haar regering inmiddels zelf.De vraag is: waarom moest Suriname geloven dat het allemaal anders zou worden?

Want als iedere nieuwe regering eerst de commissies van haar voorganger bekritiseert, ze vervolgens opruimt en daarna haar eigen commissies en werkgroepen installeert, verandert er uiteindelijk helemaal

niets.

: probleem geconstateerd, groep deskundigen bij elkaar gezet, officiële installatie, mooie woorden en vervolgens moet het volk afwachten wat er daadwerkelijk van terechtkomt.

| surinamevandaag | Door: Redactie