(Door Ashwin Ramcharan) – De recente uitspraken van mevrouw Jennifer van Dijk-Silos over de procureur-generaal en de Surinaamse rechtsstaat verdienen niet alleen een juridische analyse, maar vooral ook een politieke en morele analyse. Want wie vandaag met opgeheven vinger spreekt over “respect voor de trias politica”, “onbeschaafd gedrag” en
een “gevaar voor de rechtsstaat”, moet ook bereid zijn rekenschap af te leggen over zijn of haar eigen rol in de geschiedenis van diezelfde rechtsstaat. En precies daar wringt het bij Silos. Want de vrouw die vandaag publiekelijk suggereert dat de procureur-generaal een gevaar vormt voor het Openbaar Ministerie en
de rechtsstaat, is dezelfde Silos die jarenlang onderdeel is geweest van het machtsapparaat rond Desi Bouterse — de man die uiteindelijk als veroordeelde massamoordenaar de geschiedenisboeken is ingegaan en Suriname politiek, economisch en institutioneel van de ene crisis in de andere heeft geduwd.
Van minister onder Bouterse naar hoeder van de rechtsstaat?Dat is de paradox die veel Surinamers moeilijk kunnen plaatsen. Silos presenteert zich tegenwoordig als principiële staatsrechtgeleerde en bewaker van constitutionele balans, maar haar politieke verleden kan onmogelijk los worden gezien van haar huidige uitspraken. Zij diende als minister van Justitie en Politie onder het regime
van Desi Bouterse, juist in een periode waarin de Surinaamse rechtsstaat internationaal zwaar onder druk stond, instituties gepolitiseerd raakten en het vertrouwen in onafhankelijke rechtspraak afbrokkelde. Dat betekent niet automatisch dat Silos persoonlijk verantwoordelijk is voor alles wat onder Bouterse gebeurde, maar het betekent wél dat zij deel uitmaakte van
een politiek systeem dat actief gebruik maakte van juridische en staatskundige constructies om Bouterse uit handen van justitie te houden. En niemand weet dat beter dan Silos zelf.
De amnestiewet en staatskundige acrobatiekMevrouw Silos weet als jurist dondersgoed dat de amnestiewet rond Bouterse internationaal werd gezien als
een juridisch en staatsrechtelijk manoeuvre om strafrechtelijke vervolging onmogelijk te maken. Het was geen gewone wetgeving, maar politieke overlevingsstrategie vermomd als staatsrecht. Jarenlang werd via juridische trucs, procedurele vertragingen en politieke druk geprobeerd het Decembermoordenproces te neutraliseren. De rechtsstaat werd niet versterkt, maar juist gemanipuleerd. En waar was toen de
morele verontwaardiging van Silos over “balance” binnen de trias politica? Waar was toen haar publieke woede over een politieke macht die rechtstreeks invloed probeerde uit te oefenen op het functioneren van justitie? Waar was toen haar waarschuwing dat de rechtsstaat “out of balance” was geraakt? Die vragen zijn legitiem, omdat
dezelfde Silos die nu spreekt over beschaving en institutioneel respect, destijds onderdeel was van een systeem waarin de onafhankelijkheid van justitie structureel onder druk stond.
De ironie van de huidige situatieDe ironie is bijna historisch. Het is namelijk juist onder de regering-Santokhi en onder leiding van dezelfde
procureur-generaal die Silos nu bekritiseert, dat het gezag van de rechtsstaat gedeeltelijk werd hersteld door eindelijk door te pakken in de zaak-Bouterse. Waar eerdere regeringen terugdeinsden, aarzelden of politiek laveerden, werd uiteindelijk onder Santokhi de veroordeling van Bouterse geëffectueerd. Dat was geen kleine gebeurtenis. Dat was een historisch moment waarin
voor het eerst sinds decennia zichtbaar werd dat zelfs een voormalig legerleider en president niet volledig boven de wet stond. Dat proces verliep verre van perfect, maar het signaal was helder: de rechtsstaat moest eindelijk laten zien dat zij nog bestond. En juist nu kiest Silos ervoor om diezelfde PG
publiekelijk neer te zetten als een gevaar voor het OM en de rechtsstaat. Dat roept onvermijdelijk vragen op over consistentie en geloofwaardigheid.
Wanneer kritiek omslaat in ondermijningNiemand beweert dat de procureur-generaal boven kritiek verheven is. Integendeel. In een democratische rechtsstaat moet justitie kritisch gevolgd kunnen worden. Maar
er bestaat een verschil tussen inhoudelijke kritiek en het structureel delegitimeren van instituties. En precies daar begeeft Silos zich op gevaarlijk terrein. In haar interview spreekt zij over “etterbuilen” binnen het systeem, noemt zij de houding van de PG “onbeschaafd”, stelt zij dat de PG “weg moet” en verklaart zij
zelfs dat de procureur-generaal een “gevaar voor het OM en daardoor een gevaar voor de rechtsstaat” vormt. Dat zijn zware publieke beschuldigingen richting één van de hoogste juridische functionarissen van het land. Daarmee ontstaat juridisch en maatschappelijk een relevante vraag: wanneer burgers of publieke figuren worden aangepakt wegens uitspraken die
het vertrouwen in justitie zouden ondermijnen, waarom zouden vergelijkbare uitspraken van een voormalig minister van Justitie volledig buiten beschouwing moeten blijven?
Het OM zou een zaak kunnen overwegenPuur juridisch bekeken zou het Openbaar Ministerie kunnen overwegen om te onderzoeken of bepaalde uitspraken van Silos grenzen overschrijden die
in eerdere zaken wél aanleiding vormden voor strafrechtelijke actie. Dat betekent niet automatisch dat vervolging wenselijk is, maar de vraag is legitiem. Wanneer iemand publiekelijk suggereert dat de top van het OM een gevaar vormt voor de rechtsstaat, zonder dat daarvoor concrete juridische bewijzen worden gepresenteerd, kan een OM redeneren
dat dergelijke uitspraken het publieke vertrouwen in justitie beschadigen, zeker in Suriname waar het vertrouwen in instituties al broos is. Bovendien heeft Silos als voormalig minister van Justitie en staatsrechtgeleerde een uitzonderlijke maatschappelijke positie. Haar woorden hebben gewicht. Wanneer zij spreekt, luisteren burgers anders dan wanneer een willekeurige commentator op
straat iets roept. Juist daarom kan het OM zich afvragen of haar uitspraken niet bijdragen aan institutionele ondermijning.
Twee maten en twee gewichten?
Daarmee ontstaat ook een ongemakkelijke kwestie voor het Openbaar Ministerie zelf. Als men in eerdere zaken hard optreedt tegen publieke figuren
die de PG of de rechterlijke macht beschuldigen, maar tegelijkertijd zwijgt wanneer een voormalige minister soortgelijke of zelfs scherpere uitlatingen doet, ontstaat het beeld van selectieve handhaving. En selectieve handhaving is dodelijk voor een rechtsstaat. Dan ontstaat het idee dat juridische normen afhankelijk zijn van politieke status, netwerk of elitepositie.
Een rechtsstaat kan echter alleen functioneren wanneer dezelfde maatstaven gelden voor iedereen, niet alleen voor burgers zonder macht, maar ook voor voormalige ministers, juristen en politieke insiders.
De diepere crisis van Suriname
Wat deze hele kwestie uiteindelijk blootlegt, is de diepere crisis van Suriname:
een elite die voortdurend spreekt over democratie en rechtsstaat, maar die begrippen vaak inzet als politieke wapens in plaats van als universele principes. De rechtsstaat wordt verdedigd wanneer het uitkomt en aangevallen wanneer zij in de weg staat. Dat patroon heeft Suriname decennialang verzwakt. Onder Bouterse gebeurde dat via openlijke
politieke beïnvloeding, amnestiewetten en institutionele druk. Vandaag gebeurt het subtieler, via publieke delegitimatie, media-optredens en selectieve verontwaardiging. Maar het effect kan hetzelfde zijn: verdere erosie van vertrouwen in justitie en democratische instituties.
Conclusie: geloofwaardigheid vereist consequentie
Mevrouw Silos heeft het recht om kritiek te
leveren op de PG, het parlement of de rechterlijke macht. Maar wie zichzelf positioneert als verdediger van de rechtsstaat, moet bereid zijn dezelfde maatstaven toe te passen op het eigen verleden en het eigen politieke kamp. En daar ontbreekt het momenteel aan. Want het blijft opmerkelijk dat iemand die deel
uitmaakte van een regering die jarenlang juridische trucs gebruikte om een veroordeelde massamoordenaar politiek te beschermen, vandaag anderen de les leest over institutioneel respect en constitutionele balans. Dat is niet alleen ironisch; voor veel Surinamers voelt het als pure hypocrisie. En precies daarom zal de discussie blijven terugkomen of het
Openbaar Ministerie, puur vanuit het principe van gelijke behandeling en consistentie, niet minstens zou moeten overwegen om dezelfde juridische maatstaven toe te passen op de uitspraken van Silos als op die van anderen die eerder werden beschuldigd van het ondermijnen van vertrouwen in de rechtsstaat.
Dr. Ashwin
Ramcharan RO