
De erfenis van Santokhi: Herstel zonder zekerheid?
| starnieuws | Door: Redactie
Met het onverwachte overlijden van Chandrikapersad Santokhi verliest Suriname een bestuurder die het land door een van zijn moeilijkste periodes leidde. Maar de vraag die blijft hangen, is ongemakkelijk. Heeft hij het
Toen Santokhi in 2020 aantrad, verkeerde Suriname in crisis. De staatskas was leeg. De schulden waren hoog. Het vertrouwen van buitenlandse partijen was weg. Onder begeleiding van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) werd een strak hervormingsprogramma ingezet. De wisselkoers stabiliseerde. De begroting kwam onder controle. Suriname werd weer serieus genomen.
Dat was een prestatie. Maar cijfers vertellen niet het hele verhaal. Voor veel huishoudens werd het dagelijks leven juist zwaarder. De inflatie steeg hard. Boodschappen werden duurder. Brandstofprijzen liepen op. Elektriciteit werd minder betaalbaar. Subsidies
Daarmee dringt zich een fundamentele vraag op. Voor wie is economisch herstel bedoeld? Stabiliteit is belangrijk. Maar het is geen einddoel. Wanneer de lasten vooral terechtkomen bij de meest kwetsbaren, ontstaat een scheef beeld. Groei zonder draagvlak is broos. Een samenleving die structureel onder druk staat, verliest vertrouwen in de overheid.
Toch verdient Santokhi hier ook erkenning. De beleidsruimte was beperkt, gezien de acute financiële crisis en internationale verplichtingen. Zonder ingrijpen dreigde verdere ontwrichting. De keuze voor harde maatregelen was niet vrijblijvend. Dat maakt de afweging complexer, maar niet minder relevant.
Juist daarom waren de verwachtingen hoog op het gebied van bestuur. Santokhi beloofde een breuk met het verleden. Transparantie. Rechtsstatelijkheid. Geen vriendjespolitiek, maar gelijke regels voor iedereen.
De praktijk bleef achter. Kritiek op benoemingen nam toe. Beslissingen riepen vragen op. Voor veel burgers leek het alsof oude patronen bleven bestaan. Misschien in een andere vorm, maar herkenbaar. Dat voedde cynisme. Zeker bij mensen die offers moesten brengen. Hervormingen vragen vertrouwen. En vertrouwen vraagt voorbeeldgedrag.
Hier ontstond een spanningsveld. Om hervormingen door te voeren, moest de macht worden geconsolideerd. Maar juist dat kan afstand creëren. Besluitvorming raakt dan verder verwijderd van de samenleving. Democratie vraagt niet alleen om resultaten, maar ook om betrokkenheid.
Ook economisch blijft het beeld gemengd. De blik was gericht op offshore-olie en -gas. Dat bood perspectief. Nieuwe inkomsten. Groei. Maar het bracht ook risico’s. Afhankelijkheid van grondstoffen maakt kwetsbaar. Schommelingen op de wereldmarkt kunnen direct doorwerken in de economie.
Daar lag een gemiste kans. Suriname had ook kunnen inzetten op een bredere koers. Op ecotoerisme, waarin natuur en economie samenkomen. Op carbon credits, waarbij het regenwoud economische waarde krijgt zonder het te vernietigen. Op duurzame bosbouw, met oog voor lange termijn opbrengsten. Zo’n strategie had de economie minder afhankelijk gemaakt en meer mensen direct laten profiteren.
Santokhi koos voor stabiliteit. Voor orde in de cijfers. Hij bracht rust in een turbulente tijd. Dat is zijn verdienste. Maar besturen vraagt meer dan stabiliseren. Het vraagt ook om perspectief. Om het gevoel dat vooruitgang gedeeld wordt.
Dat gevoel bleef voor velen uit. De afstand tussen beleid en dagelijks leven bleef groot. En juist daar wordt uiteindelijk het oordeel gevormd.
Suriname staat nu opnieuw voor een belangrijke drempel. De basis is gelegd. Maar de vraag blijft hoe die basis wordt vertaald naar het leven van mensen. Niet in rapporten of statistieken, maar aan de keukentafel.
De erfenis van Santokhi is daarmee dubbel. Financieel herstel, maar sociale spanning. Stabiliteit aan de top, onzekerheid aan de basis. Het is aan zijn opvolgers om die kloof te dichten.
Want uiteindelijk is de vraag niet of de cijfers kloppen, maar of mensen ze herkennen in hun eigen leven.
Vincent Roep
fundament van de samenleving versterkt? Of vooral het vertrouwen van internationale partners hersteld?
Toen Santokhi in 2020 aantrad, verkeerde Suriname in crisis. De staatskas was leeg. De schulden waren hoog. Het vertrouwen van buitenlandse partijen was weg. Onder begeleiding van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) werd een strak hervormingsprogramma ingezet. De wisselkoers stabiliseerde. De begroting kwam onder controle. Suriname werd weer serieus genomen.
Dat was een prestatie. Maar cijfers vertellen niet het hele verhaal. Voor veel huishoudens werd het dagelijks leven juist zwaarder. De inflatie steeg hard. Boodschappen werden duurder. Brandstofprijzen liepen op. Elektriciteit werd minder betaalbaar. Subsidies
werden afgebouwd. In het binnenland kwam de zorg onder druk te staan. Scholen kampten met tekorten. Voor veel mensen voelde herstel niet als vooruitgang, maar als achteruitgang.
Daarmee dringt zich een fundamentele vraag op. Voor wie is economisch herstel bedoeld? Stabiliteit is belangrijk. Maar het is geen einddoel. Wanneer de lasten vooral terechtkomen bij de meest kwetsbaren, ontstaat een scheef beeld. Groei zonder draagvlak is broos. Een samenleving die structureel onder druk staat, verliest vertrouwen in de overheid.
Toch verdient Santokhi hier ook erkenning. De beleidsruimte was beperkt, gezien de acute financiële crisis en internationale verplichtingen. Zonder ingrijpen dreigde verdere ontwrichting. De keuze voor harde maatregelen was niet vrijblijvend. Dat maakt de afweging complexer, maar niet minder relevant.
Juist daarom waren de verwachtingen hoog op het gebied van bestuur. Santokhi beloofde een breuk met het verleden. Transparantie. Rechtsstatelijkheid. Geen vriendjespolitiek, maar gelijke regels voor iedereen.
De praktijk bleef achter. Kritiek op benoemingen nam toe. Beslissingen riepen vragen op. Voor veel burgers leek het alsof oude patronen bleven bestaan. Misschien in een andere vorm, maar herkenbaar. Dat voedde cynisme. Zeker bij mensen die offers moesten brengen. Hervormingen vragen vertrouwen. En vertrouwen vraagt voorbeeldgedrag.
Hier ontstond een spanningsveld. Om hervormingen door te voeren, moest de macht worden geconsolideerd. Maar juist dat kan afstand creëren. Besluitvorming raakt dan verder verwijderd van de samenleving. Democratie vraagt niet alleen om resultaten, maar ook om betrokkenheid.
Ook economisch blijft het beeld gemengd. De blik was gericht op offshore-olie en -gas. Dat bood perspectief. Nieuwe inkomsten. Groei. Maar het bracht ook risico’s. Afhankelijkheid van grondstoffen maakt kwetsbaar. Schommelingen op de wereldmarkt kunnen direct doorwerken in de economie.
Daar lag een gemiste kans. Suriname had ook kunnen inzetten op een bredere koers. Op ecotoerisme, waarin natuur en economie samenkomen. Op carbon credits, waarbij het regenwoud economische waarde krijgt zonder het te vernietigen. Op duurzame bosbouw, met oog voor lange termijn opbrengsten. Zo’n strategie had de economie minder afhankelijk gemaakt en meer mensen direct laten profiteren.
Santokhi koos voor stabiliteit. Voor orde in de cijfers. Hij bracht rust in een turbulente tijd. Dat is zijn verdienste. Maar besturen vraagt meer dan stabiliseren. Het vraagt ook om perspectief. Om het gevoel dat vooruitgang gedeeld wordt.
Dat gevoel bleef voor velen uit. De afstand tussen beleid en dagelijks leven bleef groot. En juist daar wordt uiteindelijk het oordeel gevormd.
Suriname staat nu opnieuw voor een belangrijke drempel. De basis is gelegd. Maar de vraag blijft hoe die basis wordt vertaald naar het leven van mensen. Niet in rapporten of statistieken, maar aan de keukentafel.
De erfenis van Santokhi is daarmee dubbel. Financieel herstel, maar sociale spanning. Stabiliteit aan de top, onzekerheid aan de basis. Het is aan zijn opvolgers om die kloof te dichten.
Want uiteindelijk is de vraag niet of de cijfers kloppen, maar of mensen ze herkennen in hun eigen leven.
Vincent Roep
| starnieuws | Door: Redactie




































