• donderdag 28 May 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Surinaamse roofkunst bij de Oranjes? Geen claims verwacht

| waterkant | Door: Redactie

De commissie die onderzoek deed naar mogelijke koloniale roofobjecten in het bezit van het Koninklijk Huis, verwacht geen claims van de Surinaamse regering op dergelijke objecten. Dat bleek donderdag op Paleis Noordeinde in Den Haag, waar de commissie haar rapport presenteerde. Maar welke spullen komen uit Suriname en zijn die mogelijk toch twijfelachtig?

Kemal Rijken – Een onafhankelijke commissie heeft onderzoek gedaan naar de herkomst van koloniale objecten in het bezit van de koninklijke familie. Het project begon in 2022 nadat al een paar jaar werd gediscussieerd over kunstobjecten uit ex-koloniën in Nederlandse musea en collecties. Was het roofkunst en zo ja, aan wie behoorde dat dan toe? Zo deed Indonesië een claim op verschillende objecten en ging de Nederlandse overheid werken aan beleid voor de teruggave van koloniale collecties.

(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});

Net als andere Europese vorsten hebben de Oranjes door de eeuwen heen objecten verzameld, zoals kunstwerken, boeken, foto’s en historische documenten. Wat daarvan nog privébezit is, valt onder de dienst Koninklijke Verzamelingen. Het koloniale deel uit de collectie is nu grondig onderzocht. Tijdens de presentatie van de onderzoekers, donderdag op Paleis Noordeinde, bleek dat de enkele tientallen spullen uit Indonesië twijfelachtig zijn: mogelijk zijn die onder dwang verkregen.

De onderzoekers kwamen ook objecten uit Suriname tegen, maar niets daarvan is als krijgsbuit of roofkunst door de Nederlanders meegenomen. Het meeste is geschonken door burgers of ambtenaren, zoals de grote collectie die infanterieluitenant George Zimmermann in 1870 aan koning Willem III gaf. Die bestaat uit wapens, muziekinstrumenten, kleding, siervoorwerpen en gebruiksspullen. Tegenwoordig is alles echter foetsie.

‘Door overdracht en afstoting zijn deze stukken echter alle verdwenen uit de collectie, waardoor we geen volledig beeld meer kunnen krijgen van de (cultuur-)historische betekenis van Zimmermann’s schenking’, aldus de commissieleden in hun rapport. De meeste andere Surinaamse objecten zijn in de twintigste eeuw aangeboden, toen het land nog een kolonie was. En tussen 1943 en 1966 deden de Oranjes het aan. Eenmaal ter plaatse kregen ze geschenken van de Surinamers die ze niet konden weigeren. 

Ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen, zoals een geboorte of trouwerij, bood de kolonie vaak cadeaus van grote waarde aan. Na de koninklijke huwelijken van Willem III en koningin Wilhelmina werden een in goud, zilver en emaillen juwelenkistje en tafelmodel van een zeilschip – ‘Tafelstuk van galjoen op zee’ – aangeboden door Paramaribo. En bij de geboorte van prinses Juliana, in 1909, schonken Surinaamse vrouwen een gouden kindercouvert, bestaande uit een vork, lepel, bordje, servetring en messenlegger. 

Een van de meest interessante objecten is ‘De knots van Diponegoro’. Dit slaghout werd in 1841 aan prins Alexander, het tweede kind van koning Willem II, aangeboden. Tijdens een inventarisatie werd het ding toegeschreven aan de Javaanse prins Diponegoro, weliswaar tussen haakjes en met een vraagtegen er achter. Uit het huidige onderzoek van de commissie blijkt dat de knots met zilveren rand niet uit Indonesië, maar uit Suriname komt. En het bleek te zijn verwisseld met een ander object. 

Desgevraagd of hij claims van overheden op objecten verwacht, zoals in het geval van Griekenland met de Elgin Marbles of Nigeria met de Benin Bronzes, zei commissievoorzitter Rudi Ekkard dat dit niet waarschijnlijk is. Van de regering in Paramaribo wordt dan ook geen verzoek verwacht. Alle objecten worden in de komende maanden gedigitaliseerd en in een online database gestopt, waar straks iedereen kan kijken en zoeken. 

Het kan zijn dat bepaalde partijen in de voormalige koloniën, zoals particulieren, verzoeken doen om objecten terug te krijgen. In dat geval gaat de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau, waarvan koningin Máxima voorzitter is en Leatitia Griffith bestuurslid is, het gesprek met hen aan. Als duidelijk wordt dat objecten onrechtmatig door de Oranjes zijn verkregen, kan de vragende partij ze uiteindelijk terug krijgen.Koningin Máxima: ‘We omarmen de conclusies [van de commissie, KR] en nemen alle aanbevelingen graag over. Een zorgvuldige omgang met de koloniale collectieonderdelen binnen de Koninklijke Verzamelingen is van wezenlijk belang. Hiervoor is nu een solide basis gelegd. De komende tijd werken wij verder aan het toegankelijk maken van de beschikbare informatie over objecten die in koloniale situaties zijn verworven. Transparantie is een voorwaarde voor een open gesprek met betrokkenen uit de landen van herkomst.’ 

Koning Willem-Alexander kreeg vorige week vragen over het onderzoek:

| waterkant | Door: Redactie