
Waarom het ambtenarenapparaat Suriname kan redden
| starnieuws | Door: Redactie
Suriname staat aan de vooravond van een ingrijpende economische versnelling. De effecten van olie en gas worden steeds zichtbaarder. Investeringen nemen toe, prijzen bewegen sneller en de vraag naar arbeid verandert. Die
ontwikkeling biedt kansen, maar roept ook een fundamentele vraag op: hoe zorgen we ervoor dat Surinamers niet worden voorbijgelopen in hun eigen economie?In eerdere artikelen heb ik geschreven over de blinde vlek van oil and gas en over de noodzaak van een economie die langer en efficiënter draait. Maar zelfs de beste economische structuur werkt alleen als de mensen die haar moeten dragen ook kunnen meegroeien.De Surinaamse arbeidsmarkt is smal. We hebben een beperkte groep midden- en hoger kader en een grote groep mensen die nooit structureel kansen heeft gekregen om door te groeien. Wanneer de economie versnelt, ontstaat een
sterke zuigkracht op die kleine bovenlaag. Grote bedrijven zullen logischerwijs trekken aan dezelfde mensen: planners, supervisors, administratieve krachten, veiligheidsfunctionarissen, logistieke medewerkers en teamleiders. Als we niets doen, verliest niet alleen de overheid mensen, maar ook het midden- en kleinbedrijf — en uiteindelijk de samenhang van de economie.Daar komt een tweede risico bij, dat vaak onderbelicht blijft. De olie- en gassector zal niet alleen direct personeel aantrekken, maar ook indirect druk zetten op de particuliere sector. Bedrijven met beter getrainde, praktisch ingestelde medewerkers verliezen hun kern. Zodra dat gebeurt, volgt een volgende beweging: zij halen op hun beurt mensen weg bij de overheid, vooral uit het midden- en hogere kader, en vormen hen verder naar eigen behoefte. Zonder voorbereiding ontstaat zo een kettingreactie waarbij sectoren elkaar verzwakken.Juist in dat licht beschikt Suriname over iets wat weinig landen hebben: een groot ambtenarenapparaat met een structureel overschot. Precies die omvang maakt het mogelijk om mensen op te leiden, door te laten groeien en zo het land weerbaarder te maken. Wat vaak als zwakte wordt benoemd, kan bij een andere benadering juist een kracht blijken.Continue bij- en herscholing is bij uitstek bij de overheid mogelijk, omdat er ruimte is binnen de bezetting. Scholing kan plaatsvinden tijdens werktijd of daarbuiten, zonder loonverlies. In plaats van steeds externe opleidingsinstituten te zoeken, kan de overheid — samen met gerichte externe deskundigen — zelf uitgroeien tot de grootste opleidingsinstelling van het land. Hoog kader en ambtenaren met twintig tot dertig jaar ervaring kunnen hierin een sleutelrol vervullen. Dat dit werkt, is eerder bewezen: duizenden ambtenaren zijn succesvol getraind voor verkiezingsprocessen. Die ervaring kan nu structureel worden benut.De opleiding hoeft zich daarbij niet te beperken tot technische functies. De economie vraagt mensen op alle niveaus: in administratie, dienstverlening, logistiek, bouw, onderhoud, agro, beveiliging, transport en productie. Het uitgangspunt moet zijn dat Surinamers minimaal doorgroeien tot het niveau van voorman of supervisor. Dat vormt de basis voor verdere ontwikkeling.Daarbij is het essentieel dat Surinamers niet alleen worden opgeleid om mee te draaien, maar ook om leiding te geven. In een versnelling van de economie zullen duizenden buitenlandse werknemers naar Suriname komen. Juist daarom moeten Surinamers voorbereid zijn om op alle niveaus leidinggevende rollen te vervullen, zodat zij richting geven aan werkvloeren, teams en bedrijven in hun eigen land.Voor mensen zonder formele opleiding betekent dit geen uitsluiting, maar perspectief. Met een combinatie van soft skills en hard skills — zoals communicatie, discipline, veiligheid, basisadministratie en leidinggeven — kunnen zij doorgroeien tot voorman binnen schilderbedrijven, timmerbedrijven, onderhoudsdiensten, productie-eenheden en andere sectoren. Zo stijgt niet alleen het individu, maar de hele beroepsbevolking in waarde.Cruciaal hierbij is de rol van de vakbeweging. Geen enkele hervorming van deze omvang kan slagen zonder haar actieve betrokkenheid. Vakbonden zijn niet alleen belangenbehartigers, maar ook bewakers van rechtvaardigheid, ervaring en draagvlak. In partnerschap met overheid en bedrijfsleven kunnen zij meewerken aan opleidingsstructuren, functiegroei en eerlijke doorstroming, met respect voor verworven rechten. Juist die samenwerking maakt duurzame verandering mogelijk.Ook het bedrijfsleven moet hierin verantwoordelijkheid nemen. Grote bedrijven weten vaak jaren vooruit welke profielen schaars zullen worden. Via publiek-private samenwerking kunnen zij hun behoeften aangeven, meedenken over opleidingsinhoud en bijdragen aan de kosten. De overheid leidt op, bedrijven nemen over — en Suriname voorkomt dat functies automatisch worden ingevuld door buitenlandse krachten terwijl eigen mensen toekijken.Dit artikel vertrekt vanuit de overtuiging dat vooruitgang niet vanzelf inclusief is. In 2026 staan we voor keuzes die bepalen of economische groei leidt tot versterking of tot nieuwe breuklijnen. Ontwikkeling krijgt pas betekenis wanneer niemand structureel achterblijft. Dat vraagt tijdige actie, samenwerking en verantwoordelijkheid.Alleen zo bouwen we aan een Suriname dat niet alleen groeit, maar ook samen vooruitgaat.Dinesh Dinai
| starnieuws | Door: Redactie



































