
Verbod vervreemding Surinaams grondgebied
| starnieuws | Door: Redactie
Artikel 2 lid 2 van onze Grondwet (G.W.) bepaalt dat de Staat geen grondgebied of soevereiniteitsrechten die hij daarover uitoefent, vervreemdt. Kortweg kan vervreemden aangeduid worden als de overdracht van eigendom, zoals bij verkoop, schenking of ruil.
In de praktijk blijkt dat er verschil van mening bestaat over de uitleg van dit artikel. Decennia geleden heeft een goede kennis – die op dat moment parlementariër was – mij verteld dat hij in onze Assemblee het standpunt had verdedigd dat de Staat
Mijn antwoord hierop was dat juridisch verschil gemaakt moet worden tussen het (internationaal) publiekrecht dat de relaties tussen staten onderling regelt, en het privaatrecht dat de relaties tussen de burgers onderling regelt. Ook de Staat kan in het privaatrecht als rechtspersoon optreden.
Voor de uitleg van een wettelijke bepaling moet gekeken worden naar de Memorie van Toelichting (MvT). Het is helaas zo dat onze G.W. van 1975 noch die van 1987 voorzien is van een MvT. Het ontbreken hiervan mag alle regeringen vanaf 1975 ernstig verweten worden. Het resultaat hiervan is in de praktijk op pijnlijke wijze voelbaar. Vermeldenswaard is dat de G.W. van 1975 geen vervreemdingsverbod kent. Dit verbod werd pas in 1987 ingevoerd.Een boek dat enige duidelijkheid verschaft, is dat van Hugo Fernandes Mendes: Handboek Constitutioneel recht Suriname, dat slechts enkele regels wijdt aan de onderhavige materie:“In artikel 2 lid 2 van de G.W.
In dit verband zijn de begrippen imperium en dominium verhelderend. De betekenis van imperium is het recht om gezag of gezaghebbende macht uit te oefenen, terwijl dominium bezit of eigendom van grond betekent.
Artikel 2 lid 2 handelt over imperium, dat wil zeggen dat de Staat zijn soevereine macht over Surinaams grondgebied
Uit onze geschiedenis blijkt dat de overheid vanaf de koloniale tijd tot heden rechten op de grond heeft overgedragen, aanvankelijk voornamelijk in allodiale eigendom en erfelijk bezit (in ons huidige B.W. gelijkgesteld aan volledige eigendom) en erfpacht. Na de invoering van het Nederlands B.W. in 1869 ook in volledige (B.W.-)eigendom.
In artikel 3 van de Agrarische Wet (1936) – vervallen in 1982 bij de invoering van de landhervormingswetgeving – was de mogelijkheid geopend voor de overheid om domeingrond in eigendom af te staan met een oppervlakte van ten hoogste 10 hectaren tegen een daarbij vast te stellen koopsom. Van deze mogelijkheid is volgens Quintus Bosz (Drie eeuwen grondpolitiek in Suriname) weinig gebruikgemaakt.
In 1982 werd door de militaire machthebbers de landhervormingswetgeving ingevoerd waarbij grond uitsluitend in grondhuur kon worden uitgegeven. De bestaande eigendoms- en erfpachtsrechten en andere titels op de grond bleven gehandhaafd. In 2003 werd de mogelijkheid geopend
Tenslotte wordt erop gewezen dat indien het onjuiste standpunt zou worden gehuldigd dat de overheid geen domeingrond in eigendom mag uitgeven, de inheemsen en marrons hun collectieve (eigendoms)rechten op de historisch aan hen toebehorende gronden zouden kunnen vergeten.
Carlo Jadnanansing
| starnieuws | Door: Redactie




































