• vrijdag 11 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Suriname en Venezuela: samenwerking of gewoon weer een volle diplomatieke agenda?

| snc.com | Door: Redactie

Een goede relatie met Venezuela is voor Suriname belangrijk. Het is een land in onze directe regio en samenwerking op het gebied van handel, energie en diplomatie is logisch. Maar wanneer landbouw en visserij prominent worden opgevoerd als nieuwe terreinen van samenwerking, mag de vraag worden gesteld: waarom juist Venezuela?

Die vraag wordt des te relevanter omdat het ministerie van Buitenlandse Zaken de afgelopen periode met meerdere landen spreekt over samenwerking op vrijwel dezelfde gebieden. Landbouw, visserij, energie, onderwijs en capaciteitsversterking keren regelmatig terug op de diplomatieke agenda.

Dat klinkt indrukwekkend. Maar waar is de strategie?

Tijdens het bezoek van het Venezolaanse staatshoofd Delcy Rodríguez aan Suriname worden opnieuw afspraken voorbereid over landbouw, visserij en energie. Vooral bij energie is de Venezolaanse connectie begrijpelijk. Venezuela heeft decennialange ervaring met olie en gas en Suriname staat aan het begin van een belangrijke nieuwe fase in zijn eigen petroleumsector.

Maar landbouw?

Waarom Venezuela?

Venezuela is bepaald niet het

eerste land waaraan gedacht wordt wanneer Suriname op zoek gaat naar een internationale partner om zijn landbouwsector structureel te ontwikkelen.

Het land heeft zelf jarenlang gekampt met grote economische problemen, hoge inflatie, problemen met voedselvoorziening, beperkte financieringsmogelijkheden en moeilijkheden binnen de eigen landbouwproductie.

Dat maakt samenwerking niet automatisch waardeloos. Misschien beschikt Venezuela over specifieke kennis, technologie of bedrijven die voor Suriname interessant zijn.

Maar vertel dat dan.

Welke Venezolaanse landbouwkennis heeft Suriname nodig? Welke concrete technologie wordt overgedragen? Welke productie moet hierdoor stijgen? Welke exportmarkten worden geopend? En waarom kan Venezuela dit beter bieden dan landen met een veel sterker ontwikkelde landbouwsector?

Zolang zulke antwoorden ontbreken, lijkt het vooral alsof landbouw op de agenda is geplaatst omdat er nu eenmaal een bilateraal bezoek plaatsvindt.

Visserij verdient een andere beoordeling

Bij visserij ligt het genuanceerder. Er bestaat al een relatie met Venezuela. Venezolaanse vissers en bedrijven zijn actief binnen de sector en daarom is overleg logisch.

Maar ook hier

moet Suriname niet tevreden zijn met het woord ‘samenwerking’. De relevante vraag is wat Suriname eraan verdient. Hoeveel lokale ondernemingen profiteren? Hoeveel Surinamers krijgen werk? Vindt verwerking van vis in Suriname plaats of worden vooral onze visgronden benut? Hoeveel toegevoegde waarde blijft in het land?

Een samenwerkingsovereenkomst is geen resultaat. Het is hooguit een afspraak om resultaten te gaan boeken.

Buitenlandse Zaken mist een herkenbare koers

En daar zit het grotere probleem. Het Surinaamse buitenlandse beleid lijkt steeds meer landen en steeds meer samenwerkingsgebieden te verzamelen, zonder dat duidelijk wordt welke economische strategie daarachter zit.

Een klein land moet veel vrienden hebben. Suriname moet relaties onderhouden met Venezuela, Brazilië, Guyana, Nederland, China, India, de Verenigde Staten, Caricom-landen en vele andere partners.

Maar buitenlandse politiek is geen wedstrijd in hoeveel landen je kunt bezoeken of hoeveel samenwerkingsovereenkomsten je kunt aankondigen.

Het gaat om de vraag: wat heeft Suriname nodig en welk land kan dat het beste leveren?

Voor

landbouw betekent dat eerst bepalen welke gewassen Suriname grootschaliger wil produceren, welke exportmarkten het wil bereiken, welke technologie ontbreekt en welke problemen rond voedselveiligheid en internationale certificering moeten worden opgelost. Daarna zoek je de beste internationale partners. Niet andersom.

Eerst strategie, dan partner

Als Nederland kennis kan leveren over voedselveiligheid en toegang tot de Europese markt, benut die kennis. Als Brazilië expertise heeft in tropische grootschalige landbouw, praat met Brazilië. Als China technologie en investeringen kan bieden, onderzoek die mogelijkheden. Als Caricom afzetmarkten biedt, richt het beleid daarop.

En als Venezuela specifieke expertise heeft die Suriname nodig heeft, werk dan vooral met Venezuela samen. Maar de partner moet voortkomen uit de strategie. De strategie mag niet ontstaan omdat toevallig een president, minister of delegatie op bezoek komt.

Anders ontstaat diplomatieke agendavulling: landbouw erbij, visserij erbij, onderwijs erbij, energie erbij, een intentieverklaring ondertekenen en vervolgens wachten op het volgende buitenlandse bezoek. Suriname heeft inmiddels voldoende

ervaring met overeenkomsten, memoranda en goede intenties. Wat ontbreekt zijn vaker de meetbare resultaten.

Minister Bouva heeft zelf aangegeven dat bezoeken niet beperkt moeten blijven tot gesprekken en officiële fotomomenten. Dat is terecht. Laat Buitenlandse Zaken daarom ook duidelijk maken wat iedere nieuwe samenwerking Suriname concreet moet opleveren.

Hoeveel investeringen? Hoeveel banen? Welke technologie? Welke export? Binnen welke termijn?

Een goede relatie met Venezuela is prima en moet worden gekoesterd. Maar een goede buur is nog niet automatisch de beste landbouwpartner. Suriname heeft geen behoefte aan een buitenlandse agenda die vooral vol is. Het heeft behoefte aan een buitenlandse agenda die ergens naartoe gaat.

| snc.com | Door: Redactie