De voorgenomen reis van president Simons met een ministersdelegatie naar Brazilië begint steeds meer te lijken op een nieuw voorbeeld van duur bestuur zonder duidelijke opbrengst voor de samenleving. Terwijl burgers dagelijks de gevolgen voelen van financiële krapte, stijgende kosten en een overheid die zegt weinig ruimte te
hebben, wordt opnieuw een buitenlandse missie opgetuigd waarvan de concrete meerwaarde voor Suriname voorlopig uiterst vaag blijft.
DNA-lid Ameerani Jarbandhan heeft de president daarom schriftelijk om opheldering gevraagd. De kern van haar brief is simpel maar pijnlijk: waarom moet een president met meerdere ministers naar Brazilië
afreizen als de uitkomst niet verder lijkt te komen dan een Letter of Intent? Aanvankelijk zou er sprake zijn geweest van een Memorandum of Understanding over maritieme samenwerking, maar dat zou door tijdsgebrek en toedoen van de ambassadeur zijn teruggebracht tot een minder zwaarwegende intentieverklaring.
Dat
maakt de kwestie extra gevoelig. Een Letter of Intent is doorgaans geen eindstation, maar vooral een bestuurlijke aankondiging van mogelijke samenwerking. Zulke documenten kunnen in veel gevallen ook zonder dure fysieke delegatiereis worden afgehandeld. Juist daarom groeit de vraag waarom Suriname opnieuw kosten moet maken voor een reis waarvan de
werkelijke winst nog niet helder is.
Volgens Jarbandhan bestaan er bovendien zorgen dat Suriname opnieuw in een scheve internationale samenwerking belandt. Zij verwijst naar eerdere ervaringen met Colombia, waarbij volgens haar de buitenlandse partner vooral financieel voordeel haalde, terwijl Suriname met de lasten bleef zitten. Die
vrees verdient serieuze beantwoording, zeker wanneer het gaat om geleend geld, nationale middelen en afspraken waarvan de inhoud nog niet publiekelijk helder is toegelicht.
Ook de samenstelling van de delegatie roept vragen op. Naar verluidt zouden ministers van LVV, TCT, SOZAVO en Defensie meereizen. Als de
opbrengst van de missie beperkt blijft tot een intentieverklaring, moet de president uitleggen waarom zo’n brede delegatie noodzakelijk is. Buitenlandse reizen zijn geen symbolische uitstapjes, maar moeten meetbare voordelen opleveren voor het land.
Het meest problematische punt is echter de gebrekkige verantwoording. Volgens de brief verloopt
de communicatie tot nu toe vooral via de eigen communicatiedienst van het kabinet. De president en de minister van Financiën zouden daarbij een vaag verhaal hebben gepresenteerd over het gebruik van geleend geld, zonder directe verantwoording aan De Nationale Assemblée. Dat is precies waar het wringt: wie regeert met publieke
middelen, moet niet alleen zenden via eigen kanalen, maar rekenschap afleggen aan het parlement.
De vragen van Jarbandhan raken daarom aan meer dan alleen één reis naar Brazilië. Ze gaan over bestuurscultuur, transparantie en de manier waarop deze regering omgaat met geld dat uiteindelijk door de
samenleving moet worden gedragen. In een land waar elke dollar telt, kan de regering zich geen buitenlandse missies veroorloven waarvan de kosten concreet zijn, maar de opbrengsten slechts in mooie woorden blijven hangen.
President Simons zal duidelijk moeten maken wat Suriname precies wint met deze reis,
welke kosten ermee gemoeid zijn, uit welke begrotingsposten die worden betaald en waarom het parlement niet vooraf helder is geïnformeerd. Tot die antwoorden er zijn, blijft deze Brazilië-trip hangen in dezelfde mist die de regering zegt juist te willen doorbreken.