• zaterdag 12 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

LVV ontkent komst van 200 nieuwe buitenlandse boten; gaat om actualiseren bestaande visserijrelatie 

| waterkant | Door: Redactie

De visserijovereenkomst tussen Suriname en Venezuela was sinds 13 februari 2007 niet meer vernieuwd. De actualisering moet nu de juridische basis voor de bestaande activiteiten verduidelijken, de controle versterken en bijdragen aan het herstel van de export van de betreffende visproducten naar de Verenigde Staten. Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) weerspreekt daarbij dat 200 nieuwe buitenlandse vissersboten toegang krijgen tot de Surinaamse wateren.

De toelichting volgt op berichtgeving en reacties uit de samenleving over de afspraken met Venezuela. Volgens het ministerie gaat het om vaartuigen onder Venezolaanse vlag die al tientallen jaren in Surinaamse wateren vissen, voornamelijk op red snapper en makreel. Die visserijrelatie wordt sinds 1986 via opeenvolgende overeenkomsten geregeld. De huidige afspraken zijn bedoeld als actualisering en aanscherping daarvan.

Een belangrijke aanleiding is de internationale druk om de juridische basis en controle op deze visserij goed te regelen. In de dialoog met de Europese Commissie over illegale,

ongemelde en ongereglementeerde visserij is specifiek aandacht gevraagd voor de Venezolaanse vaartuigen. Zonder actuele overeenkomst bestaat volgens de toelichting het risico dat hun activiteiten internationaal als onvoldoende gereguleerd worden beschouwd. Daarmee wordt niet gesteld dat alle bestaande activiteiten illegaal waren.

Van vrije toegang tot de Surinaamse wateren is volgens de uitleg geen sprake. Ieder vaartuig heeft een Surinaamse visvergunning nodig en moet voldoen aan de voorwaarden die jaarlijks worden vastgesteld. Bij overtredingen kunnen onder meer boetes volgen en vergunningen worden geschorst of ingetrokken. Suriname behoudt daarnaast de bevoegdheid om op basis van monitoring of wetenschappelijke informatie maatregelen te nemen voor vergunningen, visgebieden en visseizoenen.

Het controlekader voorziet in het volgen van vaartuigen via VMS/AIS, inspecties op zee en in havens, de inzet van waarnemers en informatie-uitwisseling over onder meer vangsten en aanlandingen. Daarmee moet beter te controleren zijn waar de vis vandaan komt en of de vangst volgens de regels heeft plaatsgevonden.

De

vangsten moeten aan land worden gebracht bij CEVIHAS NV of een andere door de minister aangewezen overheids- of staatshaven. Daar vindt de ontvangst, controle en afhandeling plaats. Het gebruik van ligplaatsen, ijs en nutsvoorzieningen levert CEVIHAS inkomsten op. Vervolgens gaat de vis naar Surinaamse verwerkingsbedrijven, die voor een belangrijk deel van deze aanvoer afhankelijk zijn.

Ook voor de export staat er volgens de toelichting veel op het spel. Internationale afnemers verlangen zekerheid over de herkomst en legaliteit van visproducten. Een actuele overeenkomst, effectieve controles en een controleerbare route van aanlanding tot verwerking worden daarom noodzakelijk geacht voor het herstel van de betreffende export naar de Verenigde Staten. Wanneer dat herstel kan plaatsvinden, wordt niet vermeld.

De inzet is daarmee zowel het aanscherpen van het toezicht als het behouden van inkomsten en werkgelegenheid rond de visserij. Suriname blijft verantwoordelijk voor het beheer van zijn visbestanden en bepaalt onder welke voorwaarden de Venezolaanse vaartuigen

mogen vissen. De overeenkomst biedt hun volgens de toelichting geen vrijstelling van de Surinaamse regels.

| waterkant | Door: Redactie