• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Nieuwe ambassadeur van Suriname overhandigt geloofsbrieven aan president Oostenrijk

Ingediend door admin op

Op woensdag 26 juni 2024 vond in het historische Hofburg-Ballhausplatz paleis in Wenen een bijzondere ceremonie plaats. Ambassadeur Gilbêrt van Lierop overhandigde zijn geloofsbrieven aan de federale president van Oostenrijk, Alexander Van der Bellen. Met deze formele plechtigheid is van Lierop nu officieel de vertegenwoordiger van Suriname in Oostenrijk.

De diplomatieke banden tussen Suriname en Oostenrijk, die teruggaan tot 1977, worden hiermee verder versterkt. Dit biedt kansen voor samenwerking op gebieden zoals handel, cultuur, onderwijs, olie en gas, bosbeheer en technologie. Suriname krijgt toegang tot Europese markten en technologieën, terwijl Oostenrijk kan profiteren van Suriname’s natuurlijke hulpbronnen en strategische ligging in

Zuid-Amerika.

Na de ceremonie klonk het Surinaamse volkslied en voerde de ambassadeur een inspectie uit van de Oostenrijkse legertroepen. Van Lierop droeg een elegante sherwani, speciaal ontworpen door de internationaal erkende modeontwerper Sandhya Manniesing uit Den Haag, waarmee hij de culturele rijkdom van Suriname benadrukte.

Tijdens zijn bezoek voerde de ambassadeur gesprekken met diverse Oostenrijkse organisaties, waaronder de Kamer van Koophandel, het Austrian Research Centre for Forests (BFW), en het ministerie van Economische Zaken en Arbeid. Daarnaast werd er gesproken over de aanstelling van een nieuwe Honorair Consul van Suriname in Oostenrijk, waarvoor veel belangstelling blijkt te zijn.

Zowel van Lierop als Van

der Bellen onderstreepten het belang van duurzaam natuurbeheer als een centraal element van hun samenwerking, waarmee ze hun toewijding aan milieubescherming en duurzame ontwikkeling benadrukken.

Uitspraak in strafzaak zaak Pakkitow en truckchauffeur op 2 augustus

Ingediend door admin op

Na een slepend proces zijn vandaag, vrijdag 28 juni, de laatste handelingen gepleegd in de zaak van de activist Stephano ‘Pakkitow’ Biervliet en de truckchauffeur die op 17 februari 2023 de soundtruck bestuurde. Pakkitow wordt verweten dat hij als organisator van een demonstratie tegen het regeringsbeleid, de truckchauffeur heeft opgedragen te rijden en dat die daarbij op de menigte zou zijn ingereden. Pakkitow wordt ook opruiing verweten en het aanzetten tot strafbare feiten en het in gevaar brengen van de openbare orde.

Pakkitow was de organisator van de protestactie op 17 februari 2023 die ontaardde in rellen en plunderingen.

Advocaat Benito Pick

heeft zijn pleidooi gevoerd voor Pakkitow en daarin gevraagd hem integraal vrij te spreken. Pick gaf gemotiveerd aan dat het publiek al verhit was op het Onafhankelijkheidsplein, maar dat dit niet het publiek van Pakkitow was. Ook de processen-verbaal van de politieambtenaren, die allen achteraf zijn opgemaakt, werden hierbij besproken. Plots beweerde een politie-inspecteur dat Pakkitow geen toestemming had om met de soundtruck op straat te gaan. Dit wordt vervolgens tegengesproken door een andere politiefunctionaris. In ieder geval heeft Pakkitow zich te allen tijde gehouden aan de instructies van de politie, betoogde Pick. 

Uit getoonde camerabeelden is te zien dat er

gewoon te weinig politie op de been was. Daarnaast werd zonder noodzaak door de politie geschoten en dit zette kwaad bloed bij de menigte. 

Veiligheidsdiensten hebben gefaald 

De Officier van Justitie had eerder aangevoerd dat er geschoten was, omdat het traangas was opgeraakt. Uit de beelden blijkt dat Pakkitow de menigte steeds tot kalmte heeft aangemaand. Pick verwees ook naar uitspraken van president Santokhi, die na evaluatie aangaf dat alle veiligheidsdiensten hadden gefaald. Korpschef Brian Isaac, die toen nog hoofd Operationele Diensten was, beweerde in zijn proces-verbaal juist anders.Terwijl de president heeft aangegeven dat er signalen waren dat anderen de demonstratie wilde misbruiken en hij daarom advies kreeg van zijn beveiliging om thuis te blijven, beweert  Brian Isaac dat er geen signalen waren. Pick concludeerde dan ook dat Brian Isaac het niet zo nauw neemt met de waarheid.

Isaac is een jokkebrok 

Advocaat Irvin Kanhai, die de truckchauffeur bijstaat, was harder in zijn oordeel over Isaac en zei in zijn dupliek dat Isaac een jokkebrok is. Vreemd was dat de Officier van Justitie in repliek zei, dat er geen rekening moet worden gehouden met hetgeen de president heeft gezegd. Deze uitlating stuitte op onbegrip van beide advocaten.

Tegen de truckchauffeur is een strafvoorstel van 180 dagen gedaan waarvan 154 dagen voorwaardelijk  en een proeftijd van 3 jaar. Hierdoor zijn de 26 dagen van voorarrest van de truckchauffeur gedekt. De strafeis tegen Pakkitow luidde 400 dagen waarvan 391 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Pakkitow was eerder 9 dagen in voorarrest totdat het Hof van Justitie zijn aanhouding onrechtmatig verklaarde.

Na de dupliek kreeg Pakkitow het laatste woord. Op 2 augustus doet Kantonrechter Ishwardath Sonai uitspraak.

REPUBLIC BANK WIL ZICH POSITIONEREN IN SURINAAMSE OLIE- EN GASSECTOR

Ingediend door admin op

Republic Bank heeft haar intentie uitgesproken om ondersteuning te bieden aan de opkomende olie- en gassector in Suriname.

Hoewel de details van deze steun nog niet zijn bekendgemaakt, vond een delegatie van de bank het belangrijk genoeg om dit persoonlijk aan president Chan Santokhi kenbaar te maken.

Naast de olie- en gassector werden ook andere sectoren, zoals woningbouw en ondersteuning van lokale Surinaamse bedrijven, besproken waarin de bank kan assisteren.

De delegatie werd geleid door Vic Salickram, vicepresident van Republic Financial Holdings Limited in Trinidad & Tobago en tevens president-commissaris van Republic Bank in Suriname. Tijdens de ontmoeting onderstreepte Salickram het belang voor

de bank om haar betrokkenheid bij Suriname en haar groei op lange termijn te versterken.

President Santokhi toonde zich ingenomen met de intenties van Republic Bank en deelde zijn visie om de private sector significant te stimuleren. “Ook uit de private sector kunnen er investeerders ontstaan,” merkte hij op. Hij benadrukte echter dat momenteel de meeste investeerders uit het buitenland komen, zoals de Inter-American Development Bank (IDB), die in vele projecten heeft geïnvesteerd. De president kijkt uit naar een steeds nauwer partnerschap met Republic Bank.

UNITEDNEWS

GERELATEERD AAN: SURINAME OP WEG NAAR OLIEPRODUCTIE: SEOGS FOCUST OP ‘VOLGENDE SUCCESFASEꞌ

 

 

 

 

Argentinië: Bezuinigingspakket president Milei goedgekeurd

Ingediend door admin op
Demonstranten protesteren voor het Nationaal Congresgebouw terwijl afgevaardigden een plenaire zitting bijwonen om de wijzigingen in de Senaat van het economische hervormingspakket van president Javier Milei te onderzoeken en te stemmen in Buenos Aires, Argentinië. (Foto: AFP)

Het Argentijnse parlement overhandigde de populistische president Javier Milei vrijdag zijn eerste wetgevende triomf en keurde zijn economische hervormingspakket goed na maanden van debat.

"We gaan de regering van president Milei de middelen geven om de staat voor eens en voor altijd te hervormen", zei regerend blokhoofd Gabriel Bornoroni in zijn slottoespraak.

Milei begon zichzelf al te feliciteren voordat het pakket werd aangenomen en noemde het "de grootste begrotingsaanpassing, niet alleen in de Argentijnse geschiedenis, maar ook in de geschiedenis van de mensheid".Zijn regering heeft een drastisch, allesomvattend bezuinigingsprogramma toegepast, met als doel tegen eind 2024 een 'nul begrotingstekort' te bereiken om de chronische inflatie te beteugelen.Maar bezuinigingen, waaronder de verlamming van de openbare werken, in combinatie met een brutale devaluatie van de peso met
meer dan de helft in december, hebben de koopkracht onderdrukt.Politiek gezien betekent het groene licht van vrijdag "een totaal succes voor de regering", vertelde politicoloog en econoom Pablo Tigani aan AFP.Maar op economisch gebied "zal het een terugkeer zijn naar het beleid van de jaren negentig, met deregulering, privatisering en de onvoorwaardelijke openstelling van de economie, wat een zware klap zal toebrengen aan de industrie en aan de nationale kleine en middelgrote ondernemingen."

Ambassadeur Van Lierop overhandigt geloofsbrieven aan president van Oostenrijk

Ingediend door admin op

Ambassadeur Gilbêrt van Lierop heeft woensdag 26 juni zijn geloofsbrieven overhandigd aan de federale president van Oostenrijk, Alexander van der Bellen. De ceremonie vond plaats in het historische Hofburg-Ballhausplatz paleis.

Deze overhandiging markeert de formele aanstelling van ambassadeur Van  Lierop, die gestationeerd is in Brussel, België en geaccrediteerd bij de Europese Unie, als de nieuwe vertegenwoordiger van Suriname in Oostenrijk en symboliseert het versterken van de banden tussen beide landen.

De diplomatieke betrekkingen tussen Suriname en Oostenrijk dateren van 7 mei 1977. Het versterken van de samenwerking tussen Suriname en Oostenrijk biedt tal van mogelijkheden op het gebied van handel, cultuur,

onderwijs, olie en gas, bosbeheer en technologie. Door deze banden aan te halen, kunnen beide landen profiteren van elkaars sterke punten en expertise.

Asabina noemt project MINOWC barbaars en discriminatoir

Ingediend door admin op

BEP-parlementariër Ronny Asabina vindt dat het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (Minowc) discriminatoir en barbaar bezig is door het gros van de scholen in het binnenland van Suriname niet mee te nemen in een project.

Volgens de parlementariër heeft het ministerie een project geïnitieerd met als inhoud dat leerlingen op basisscholen en het voortgezet onderwijs in staat gesteld worden om hun cijfers op te halen, waardoor zij zo de mogelijkheid krijgen om alsnog over te gaan naar de volgende klas.

“Voor de zoveelste keer moeten we aanhoren dat het binnenland hermetisch is uitgesloten voor dit project. Brokopondo kent 17 basisscholen, maar

slechts 2 zijn geselecteerd. En het totale binnenland niet. En met welk argument? Uitgestrektheid van het binnenland. Dit is de zoveelste discriminatie en uitsluiting van delen van dit land. Het kan niet. Dit is barbaars. We vragen de overheid om dit besluit terug te draaien”, zei Asabina donderdag in De Nationale Assemblee (DNA).

Volgens de BEP-topman moet men rekening ermee houden dat de meeste drop-outs voorkomen in het Surinaamse binnenland.

“De meeste drop-outs komen voor in het achterland. En juist zou je daar moeten inzoomen. Maar wat zien wij? Nee, het is alsof er geen mensen daar wonen. Het kan nooit zo

zijn dat daar waar je woont nooit je lot moet zijn. Het moet juist jouw trots zijn. Het onderwijsklimaat moet inspirerend en gezond zijn voor iedereen. Dit kan niet. We vragen de regering om tot inkeer te komen”, vervolgde hij verder.

Asabina noemde ook andere zaken waar er discriminatoir te werk wordt gegaan met het binnenland. Hij noemde onder andere bij de berekening van de inflatiecijfers waar de cijfers uit het binnenland ook niet worden meegenomen vanwege het argument dat goederen daar te duur aan de consument worden aangeboden.

SURINAM AIRWAYS KEURT GEDRAG AAN BOORD BUSINESS CLASS AF

Ingediend door admin op

Surinam Airways heeft kennis genomen van het nu viraal gaand filmpje opgenomen aan boord en in de businessclass van vlucht PY 993/28 juni vanuit Amsterdam naar Paramaribo

In dit filmpje worden uitlatingen geuit naar een bekende Surinamer. Surinam Airways keurt dit gedrag ten stelligste af en wenst te benadrukken dat elke passagier zich netjes dient te gedragen aan boord haar vliegtuigen. De luchtvaart maatschappij distantieert zich van gedane uitspraken en spoort passagiers aan elkaars privacy niet te schenden en elkaar te respecteren.

PERSBERICHT|SLM

 

DANGOTE GROEP WIL TERMINAL IN CARAÏBEN OPZETTEN VOOR EXPORT PETROLEUMPRODUCTEN

Ingediend door admin op

Foto: Voorzitter en CEO van de Dangote Groep, Aliko Dangote.

De Dangote Groep is van plan een terminal op te zetten in het Caribisch Gebied voor de export van petroleumproducten naar landen in de Noord-Amerikaanse regio.

Deze onthulling is van de week gedaan door de voorzitter en CEO van Dangote Groep, Aliko Dangote, tijdens het Afreximbank Trade and Investment Forum in de Bahama’s.

Volgens Dangote kan het bedrijf gemakkelijk petroleumproducten binnen 18 tot 20 dagen naar de regio leveren. “Ik weet dat de prijs van petroleumproducten in de Caraïben erg hoog is. Wij produceren het goedkoop en kunnen het hierheen brengen. We kunnen

een terminal opzetten en daarmee in hun behoeften voorzien,” aldus Dangote.

De rijkste man van Afrika verklaarde dat het bedrijf een bilaterale overeenkomst met de regio zal ondertekenen om de terminal te bouwen voor de export van zijn petroleumproducten. “We zullen een bilaterale overeenkomst met hen sluiten en het transport van producten naar hier duurt maximaal 18 tot 20 dagen.

We moeten een terminal opzetten. Zodra de terminal er is, zullen ze zeer goedkope olie en energie hebben, wat de groei van hun economie zal versnellen.”

Dangote geeft de verzekering dat het bedrijf aan de vraag van de Caribische markt kan voldoen en

een win-winsituatie voor beide partijen kan creëren. “Het gaat niet alleen om olie. We hebben nu een cementproductiecapaciteit van bijna 52 miljoen ton. Tegen het einde van volgend jaar zal dat 62 miljoen ton zijn. We zeggen niet alleen dat we producten uit Nigeria of Afrika kunnen brengen. Als ze kalksteen hebben, kunnen we ook lokaal produceren om in hun behoeften te voorzien. We hebben dat eerder in Afrika gedaan en we kunnen hen bevrijden van de invloed van anderen.”

Dangote benadrukte dat als de nodige ingrediënten zoals kalksteen aanwezig zijn, de regio binnen 28 maanden zelfvoorzienend kan worden. “Het zal een win-win situatie zijn tussen ons en hen,” aldus Dangote.

De Dangote-raffinaderij, met een raffinagecapaciteit van 650.000 vaten, wordt beschreven als de “game changer” van de olie- en gassector en zal de grootste worden in Afrika en Europa zodra deze volgend jaar volledig operationeel is.

UNITEDNEWS

GERELATEERD AAN: ALIKO DANGOTE | RIJKSTE ZAKENMAN VAN AFRIKA KOMT NAAR SURINAME

 

 

NIEUWE MACHTEN, OUDE GEDAANTEN & GEDACHTEN

Ingediend door admin op

Bron: MO

Macht is verschoven van het Westen naar het Globale Zuiden. De wereld zoekt naar woorden en vormen om die ‘big shift’ gestalte te geven.

Is het toeval dat de Chinese wereldkampioen schaken Ding Liren en de 17-jarige Indiër Dommaraju Gukesh binnenkort om de wereldtitel spelen? Ongetwijfeld speelt een element van toeval mee dat die uitzonderlijke talenten juist nu de kop opsteken. Maar tegelijk zegt het iets over de ontwikkeling die hun beide reusachtige vaderlanden de voorbije decennia doormaakten.

De macht in de wereld is verschoven van westerse staten in Europa en Noord-Amerika naar een aantal staten uit het Globale Zuiden, met

China aan kop, op enige afstand gevolgd door India. Een belangrijke graadmeter én verklaring van die machtsverschuiving is de snelle toename van het inkomen (en het vermogen – dat is het gespaarde inkomen) van een aantal staten uit het Globale Zuiden.

De voorbije twintig jaar is het nationaal inkomen van China, net zoals dat van India, flink gestegen. Het bruto binnenlands product (bbp) is de internationale marktwaarde van alle goederen en diensten die in een jaar tijd worden geproduceerd.

De inkomensverschuiving vond plaats na de “overwinning” van het kapitalistische Westen in de Koude Oorlog, omstreeks 1990. Het kapitalisme veroverde daarna de wereld.

Daar werd een term voor bedacht: globalisering. Beleggers en multinationals stuurden aan op die globalisering zonder sociale en ecologische regels. Wie het goedkoopst kon produceren, trok het meeste kapitaal aan. Dat werd China, dat bovendien het spel slim speelde: buitenlandse investeerders moesten een joint venture oprichten met een Chinees bedrijf. Zo werd alle kennis systematisch overgeheveld naar Chinese partners en zorgde het zweet van Chinese arbeiders niet alleen voor westerse winsten maar ook voor de snelle opgang van China die het Westen verrast heeft.

‘China beseft dat Afrikaanse landen niet gemanipuleerd willen worden.’

Als we de inkomens van staten vergelijken op basis van de wisselkoers op de financiële markten, zien we dat de Chinese economie in 2000 één tiende van de Amerikaanse bedroeg, vandaag is dat drie vierde. Maken we gebruik van de wisselkoers op basis van koopkrachtpariteit, dan is de Chinese economie al 20 procent groter dan de Amerikaanse. Koopkrachtpariteit gaat uit van wat je effectief kan kopen met de Chinese yuan of de Amerikaanse dollar in respectievelijk China en de Verenigde Staten. Dan blijkt dat je ruim 4 yuan nodig hebt om in China evenveel te kopen als met 1 dollar in de VS, terwijl op de geldmarkten een dollar 7 yuan waard is. Dat belet overigens niet dat het inkomen per hoofd in de VS nog altijd vier keer het Chinese bedraagt.

Hoe vertaalt geld zich in macht?

Waarom is het nationaal inkomen zo belangrijk? Omdat het een reflectie is van het vermogen van een land om dingen te maken die massaal verkocht kunnen worden, en dus van zijn technologisch vermogen en het vormingsniveau van de bevolking. Vooral China, met jaarlijks 3,8 miljoen afgestudeerde ingenieurs, is intussen in tal van sectoren goed voor meer dan de helft van de wereldproductie: schepen, gsm’s, laptops, staal, elektrische voertuigen, noem maar op.

Economische dominantie in belangrijke sectoren heeft automatisch een machtsdimensie. Dat ondervonden veel landen toen ze bij aanvang van de covidpandemie bij China om mondmaskers moesten bedelen. Sindsdien proberen westerse landen hun afhankelijkheid van China, vooral in strategische producten als halfgeleiders, wat af te bouwen.

Wie veel verdient, kan ook meer sparen. Zo heeft China, volgens de Chinese econoom David Daokui Li in zijn boek China’s Worldview veruit de grootste spaarpot ter wereld, met zo’n 36.000 miljard euro, omdat zowel bedrijven als gezinnen veel sparen. De Chinese staat bezit een spaarpot van 3000 miljard euro aan buitenlandse deviezen.

Geld laat een land op allerlei manieren toe invloed uit te oefenen. Het kan worden omgezet in harde militaire macht door wapens te produceren of aan te schaffen. Het kan ook wereldwijd geïnvesteerd worden. Via het zogenaamde Belt and Road Initiative (BRI) of de Nieuwe Zijderoute investeerde China tussen 2013 en 2020 meer dan 1000 miljard dollar in (spoor)wegen, havens, energiecentrales of andere infrastructuur in meer dan honderd landen. Sommigen noemen dit het grootste mondiale investeringsproject uit de geschiedenis. Het verbindt China met de rest van de wereld, maar zorgt ook anders voor meer invloed. De investeringen gebeuren immers onder het motto win-win: beide partners moeten er voordeel uit halen.

China’s voordeel bestaat er vaak in dat een land standpunten inneemt die China bevallen, zoals het stopzetten van de diplomatieke erkenning van Taiwan of zwijgen over de repressie van Oeigoeren in het westen van China. De Amerikaanse denktank Aiddata stelde een correlatie vast tussen de hoeveelheid Chinese leningen van een ontwikkelingsland en de mate waarin het stemt zoals China in de Algemene Vergadering van de VN.

Machtsverschuiving en oorlog

De herverdeling van het wereldinkomen geeft ook mee vorm aan de conflicten van onze tijd. Dat blijkt duidelijk in Oekraïne. De Russische economie is even groot als die van Italië. Economisch is Rusland dus geen partij voor het Westen. Het land heeft wel nog het kernarsenaal van een grootmacht, en als het zijn economie daar helemaal op afstelt ook de militaire capaciteit van een relatieve grootmacht. Als het wil meespelen als grootmacht, moet Rusland dus de confrontatie naar het militaire terrein brengen.

Maar oorlog voeren kost geld. Dat Rusland de militaire confrontatie met het door de NAVO gesteunde Oekraïne heeft gebracht, en vooral kan blijven brengen, is mogelijk omdat het de economische sancties van het Westen kan weerstaan. Dat kan dan weer omdat het zijn inkomen op peil kan houden door olie en gas te verkopen aan vooral China en India. Die zijn daar rijk en groot genoeg voor. China levert weliswaar geen wapens aan Rusland, maar levert volgens Amerikaanse inlichtingendiensten wel massaal goederen zoals halfgeleiders, die ook civiele toepassingen hebben en dus niet als wapenleveringen bestempeld worden maar wel onmisbaar zijn in modern wapentuig.

De machtsverschuiving bleek ook uit het feit dat opkomende landen als Brazilië, China, India of Zuid-Afrika de Russische inval weliswaar niet goedkeurden, maar het westerse sanctiebeleid niet volgden. Ze hebben de economische en mentale marge om die eigen positie aan te houden. Bovendien ondermijnden de VS sinds 1990 hun morele geloofwaardigheid om respect voor internationale regels af te dwingen, omdat ze die zelf zo selectief naleven.

De diepe zakken van China bieden landen een tweede optie. Ze hoeven niet meteen naar het Westen te luisteren. Zo blijkt dat Iran, ondanks westerse sancties, in het eerste kwartaal van 2024 dagelijks 1,56 miljoen vaten olie verkocht, vooral aan China. Dat is het hoogste cijfer in jaren. Maar niet alleen China heeft diepe zakken: ook India, Turkije, Brazilië of de Golfstaten scheppen met hun geld speelruimte voor tal van staten. We spreken met andere woorden over een wereld met meerdere machtspolen. Die multipolariteit kan soms conflicten bevorderen of verlengen.

Het conflict in Gaza demonstreert dat er niet alleen verandering is, maar ook continuïteit van westerse macht. Dat Israël zo dodelijk kan uithalen in Gaza dankt het mee aan de steun van het Westen, vooral de VS. Toch laten de opkomende machten zich ook hier voelen door een staakt-het-vuren van Israël te eisen in de VN-Veiligheidsraad en Israël voor genocide aan te klagen bij het Internationaal Gerechtshof. Dat het Westen het doden van 13.000 Palestijnse kinderen zonder al te veel ophef toestaat, terwijl het moord en brand schreeuwt over de Russische bombardementen in Oekraïne, erodeert meer dan ooit zijn geloofwaardigheid als verdediger van de wereldorde die het na 1945 schiep.

Democratie ebt weg

De machtsverschuiving heeft ook ideologische gevolgen. Na de val van de Berlijnse Muur waren de VS de enige supermacht. Ze gingen vanaf 1990, samen met bondgenoten hun model – markteconomie en democratie – met meer aandrang promoten. En zie: meer landen gingen verkiezingen organiseren. Dat leidde niet per se tot beter bestuur, maar op zijn minst wekten ze de schijn dat ze de democratie huldigden.

Maar sinds 2005, zo stelt de ngo Freedom House vast, ebt de democratie weer weg. Soms brutaal, met staatsgrepen in de Sahelregio, of de totalitaire machtsgreep van Vladimir Poetin in Rusland. Soms sluipend, zoals in het India van Narendra Modi of het Hongarije van Viktor Orbán. De democratische erosie die Donald Trump heet, is ongetwijfeld de meest symbolische.

China beschikt over relatief weinig soft power. Het trekt ook weinig migranten aan. Wel demonstreert het dat ontwikkeling ook met een autoritair bestuur mogelijk is. Bovendien bewerkstelligt China met zijn politiek van niet-inmenging een geopolitieke omgeving waarin diversiteit van bestuurlijke systemen als evident geldt. China promoot een eigen benadering van de mensenrechten, waarin het recht op ontwikkeling centraal staat, terwijl het politieke en burgerrechten als cultureel bepaald ziet.

Oude gedachten?

Er wordt op erg uiteenlopende manieren naar die machtsverschuiving gekeken. Sommigen stellen ze gelijk met het ontstaan van een tweedeling van de wereld, een soort nieuwe koude oorlog. Zo zien de VS aan de ene kant de democratische landen, aan de andere kant de autoritair geleide. Dat lijkt

simplistisch, want het is moeilijk om landen in te delen in democratieën en niet-democratieën. Is India een democratie als de regering van premier Modi, in de aanloop naar de verkiezingen in zijn land, de bankrekeningen van de voornaamste oppositiepartij blokkeert of de leider van een andere belangrijke oppositiepartij gevangenzet? In welke mate is Israël democratisch als het al vijftig jaar de Palestijnse bevolking, voor wie het als bezettende macht verantwoordelijk is, geen gelijke rechten geeft? Is er niet eerder sprake van een continuüm, waarbij landen meer of minder de democratische principes of mensenrechten respecteren, waardoor een tweedeling niet voor de hand ligt?

Andere keren wordt de tweedeling beperkt tot het Westen versus een ‘as van vijandige staten’: Iran, NoordKorea, China en Rusland. Zeker is dat die vier landen intense contacten hebben, maar China heeft die met veel landen. De Chinese uitvoer naar Rusland steeg in 2023 weliswaar met bijna 50 procent, maar die was dan nog maar even groot als de export naar Nederland. Economische vervlechting tussen China en het Westen is ook het grote onderscheid met de Koude Oorlog tussen 1945 en 1990.

‘Het onderscheid tussen “democratisch” en “autoritair” is erg belangrijk, maar het Westen heeft niet langer de geloofwaardigheid en macht om dat af te dwingen.’

Het Rusland van Poetin ziet ook een tweedeling die het erg moraliserend benoemt als ‘het decadente Westen’ versus ‘Rusland en zijn vrienden’. Met keiharde macht werd in Belarus en Rusland de zachte macht van de oppositie het land uitgedreven.

De VS en Rusland mogen dan misschien een nieuwe koude oorlog zien, de meeste landen van het Globale Zuiden gaan daar niet in mee. Dat meent ook Sara Van Hoeymissen, sinologe en onderzoekster aan de Koninklijke Militaire School met veel ervaring in Afrika: ‘Een tweedeling is een simplificatie. Voor Afrikaanse staten is het schaakbord veel diverser dan wij ons dat kunnen voorstellen: India, Brazilië, Turkije, de Golfstaten … Afrikaanse landen willen met al die actoren samenwerken: ze tegen elkaar kunnen uitspelen, vinden ze heel interessant. Zelfs een land dat een kamp lijkt te kiezen, zoals Niger, dat Frankrijk en de VS de wacht aanzegt, ziet weliswaar vliegensvlug Chinese investeringen komen, maar het gaat ook met Turkije in zee. China springt daar doorgaans subtiel mee om: het beseft dat Afrikaanse landen niet gemanipuleerd willen worden.’

Dries Lesage, professor internationale politiek aan de UGent, beaamt dat: ‘Niet-westerse staten zijn over het algemeen niet geïnteresseerd in rigide blokvorming of exclusieve relaties met één enkele grootmacht. Ze willen alle deuren openhouden en met iedereen zakendoen. Dat betekent niet dat het onderscheid tussen democratische en autoritaire staten triviaal is. Dat gaat ergens over, heel zeker, maar het Westen was vaak heel hypocriet en lijdt zelf aan backsliding. Er is eigenlijk geen goede kant aan: het onderscheid is erg belangrijk, maar het Westen heeft niet langer de geloofwaardigheid en macht om dat af te dwingen. Daardoor kan het tot conflict leiden.’

Oude gedaanten

Internationale instellingen zijn manieren om internationale relaties op een meer stabiele manier te structureren. Ze zijn altijd het kind van hun tijd en weerspiegelen de machtsverhoudingen van dat moment. Veel instellingen hebben moeite om zich aan te passen aan de huidige machtsverschuiving. Sinds het presidentschap van Trump verwijten de VS de Wereldhandelsorganisatie (WTO) de opkomst van China. Ze boycotten de organisatie door er sinds 2017 geen rechters meer te benoemen. Omdat de zeven rechters van het beroepshof door alle WTO-leden bekrachtigd moeten worden, en hun mandaten maar drie jaar duren, zijn er sinds 2019 geen rechters meer. Daardoor zijn er momenteel al 31 klachten ‘hangende’. Het immense regelsysteem dat wereldhandel stabiel en voorspelbaar moet maken, wordt daardoor ondermijnd.

Het volstaat immers om beroep aan te tekenen om niet veroordeeld te worden. Dat is een explosieve situatie die kan leiden tot een spiraal van handelsbelemmeringen en verdere abrupte deglobalisering. Zo trokken de VS half mei de invoertarieven op Chinese elektrische voertuigen op naar 100 procent: ze verdubbelen dus de effectieve prijs.

Veel instellingen hebben moeite om zich aan te passen aan de huidige machtsverschuiving.

Bij het Internationaal Muntfonds (IMF) en de Wereldbank werd de macht altijd verdeeld volgens een formule gebaseerd op het economische gewicht van landen. Toch heeft China in het IMF momenteel maar 6,4 procent van de stemmen, tegen 17,43 procent voor de VS. Dat stemt niet overeen met hun economische gewicht. Bij de Wereldbank is de situatie vergelijkbaar. In de wandelgangen vernemen we dat de VS het heel moeilijk zouden hebben met evenveel stemgewicht voor China. Het is ook onduidelijk of China dat wil, ook al is de huidige situatie niet houdbaar.

Intussen richtte China een eigen ‘wereldbank’ op, in de vorm van de Aziatische Infrastructuur Investeringsbank (AIIB). Het valt op dat de AIIB en de Wereldbank geregeld gezamenlijk projecten financieren. Landen willen het liefst niet de bureaucratische voorschriften van twee banken trotseren voor de financiering van een project. Dat dit ook gebeurt, geeft aan dat het multilateralisme, samenwerken in en tussen internationale organisaties, tot op zekere hoogte nog werkt. ‘De conflicten in Oekraïne en Gaza leiden ertoe dat er op de jaarvergaderingen geen gemeenschappelijke slotverklaring meer is, maar we sluiten wel nog akkoorden’, zegt een insider bij de Wereldbank. Zo raakten de leden het eens dat de Wereldbank voortaan de aanpak van globale uitdagingen, zoals de klimaatverandering, mag financieren.

Ook de VN-Veiligheidsraad slaagt er niet in zich aan te passen aan de nieuwe machtsverhoudingen: de vijf permanente leden met veto (P5) in de Veiligheidsraad zijn de vier overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog plus China. Maar dus: geen India, geen Brazilië, geen Afrikaanse staat. De veto’s van de P5 maken de raad dikwijls machteloos.

Als internationale instellingen er niet in slagen zich aan te passen aan de nieuwe machtsverhoudingen leidt dat tot spanningen. Daarom ontstonden de voorbije jaren nieuwe structuren waarin de macht van de opkomende landen meer tot zijn recht komt: de groep van twintig grootste economieën G20, de BRICS+ (Brazilië, Rusland India, China, Zuid-Afrika, en sinds kort Saudi-Arabië, Egypte, Ethiopië, de Verenigde Arabische Emiraten en Iran). Professor Lesage vindt dat die nieuwe structuren, hoewel informeel van aard, de nood aan passende sturing helpen lenigen.

In al hun onvolmaaktheid houden de oude instellingen de internationale samenwerking nog enigszins overeind. Mochten ze verder aftakelen, omdat landen eruit stappen, dan doemt een nog oudere gedaante op: een internationale arena waarin anarchie en geweld heersen. Het lijdt weinig twijfel: we staan nog maar aan het begin van de zoektocht naar nieuwe manieren om de nieuwe machtsverhoudingen gestalte te geven. Dat kan een lange en bewogen tocht worden.

GEO-POLITIEK

GERELATEERD AAN: RUSLAND EN CHINA WERKEN SAMEN AAN ALTERNATIEF VOOR SWIFT-SYSTEEM

Sapoen: Overheid vertrapt Personeelswet

Ingediend door admin op
HVB politiek leider Raymond Sapoen en advocaat Reita Madhuban tijdens een persconferentie.

Raymond Sapoen, politiek leider van de HVB, vindt het "onvoorstelbaar en ongehoord dat de Staat, in deze het ministerie van Binnenlandse Zaken, niet weet wat het verschil is tussen een Staatsbesluit en een rondzendbrief. De wijze waarop de minister laconiek en nonchalant omgaat met de kwestie van de

gedupeerde landsdienaren onder wie leerkrachten, getuigt van grote arrogantie". Dit zei hij op een persconferentie van HVB Meldpunt. Er is een zaak aanhangig gemaakt tegen de Staat.

Advocaat Reita Madhuban die deze zaak in kort geding bepleit, hoopt dat de kantonrechter volgende week uitspraak doet. Volgens haar is er zeker succes geboekt met de opgestarte rechtszaak aangezien het gros van de gedupeerde ambtenaren deze week is uitbetaald. “Dit komt door druk vanuit de maatschappij, maar vooral door de aanhangig gemaakte zaak. Vooral nu in de zaak van de OW-ambtenaren de overheid op alle fronten in

het ongelijk is gesteld.” 

Volgens Madhuban moet de gemachtigde van de Staat zich nog uitlaten over het al dan niet bestaan van de wettelijke grondslag van de salaris stopzetting waarna er vonnis zal worden gewezen. Zij wees op de verschuldigde boete-/vertragingsrente van 50% die ook door de gedupeerden is geclaimd voor elke dag dat ze later zijn uitbetaald.

Eigenlijk heeft het ministerie iedereen misleid omdat het bliksemgoed weet dat de gewijzigde Personeelswet duidelijk voorschrijft in artikel 36a dat voor uitvoering  van de landsdienaren registratie en haar rechtsgevolgen een Staatsbesluit verplicht is. "Staatsbesluit is staatsbesluit. Punt!", stelt Sapoen.

Vanwege het vereiste draagvlak voor een Staatsbesluit in de Staatsraad heeft de regering volgens Sapoen er kennelijk voor gekozen om via de achterdeur toch middels een rondzendbrief, die bovendien door alle ministeries anders wordt uitgevoerd, het Staatsbesluit te ontwijken. “In een soortgelijke zaak voor OW-ambtenaren waarin deze week in kort geding uitspraak is gedaan, heeft de rechter dit ook duidelijk kenbaar gemaakt. Alle rechtsgevolgen voortvloeiend uit deze onrechtmatige ambtenaren registratie zijn door de rechter opgeschort”, benadrukt Sapoen.