
Meerhoofdig bestuur: wanneer zelfbelang wordt verkocht als hervorming
| starnieuws | Door: Redactie
Het recente pleidooi in Starnieuws voor de invoering van een meerhoofdig directiemodel bij parastatale bedrijven vraagt om een ongefilterde tegenlezing. Niet vanwege de analyse van de problemen – wanbeheer, gebrekkige transparantie en
falend toezicht – maar vanwege de aard van de voorgestelde oplossing en het patroon waarbinnen deze wordt gepresenteerd.Dit is geen technisch debat. Het terugkerende patroon waarbij een probleemdefinitie uitmondt in oplossingen die samenvallen met eigen voordeel, is in het bedoelde artikel duidelijk zichtbaar.De gevaarlijke illusie van ‘interne controle’Het artikel suggereert dat directeuren elkaar onderling zouden controleren. Dat is een fundamentele denkfout. Uitvoerend bestuur is per definitie geen toezichthoudend orgaan. Wie controle binnen de directie organiseert, ontmantelt toezicht in plaats van het te versterken.Internationale governance-modellen zijn hierover helder. Checks-and-balances functioneren alleen wanneer toezicht extern en onafhankelijk is georganiseerd. Richtlijnen van onder
meer de OESO waarschuwen expliciet tegen het creëren van complexe uitvoerende structuren in staatsbedrijven, juist omdat deze besluitvorming vertragen en verantwoordelijkheid diffuus maken.Voor de president schuilt hierin een concreet gevaar. Het overnemen van dit soort voorstellen kan ertoe leiden dat structurele zwakte wordt verward met structurele hervorming. Toezicht wordt ingeruild voor collegialiteit en politieke verantwoordelijkheid wordt verdund in bestuurlijke collectieven. Dat is geen neutralisering van macht, maar een herverdeling ervan – vaak ten gunste van elites binnen parastatale instellingen.Echte hervorming vraagt geen nieuwe stoelen, maar politieke moed: één duidelijk eindverantwoordelijke directeur; een sterke, onafhankelijke en deskundige Raad van Commissarissen of Bestuur; afdwingbare rapportage- en auditverplichtingen; heldere sancties bij falen; en discipline bij benoemingen.Het debat over parastatale bedrijven is te belangrijk om te laten kapen door voorstellen die hervorming veinzen, maar in werkelijkheid zelfbelang institutionaliseren. Een meerhoofdige directie is geen medicijn tegen wanbeheer; het is vaak het mechanisme waarmee wanbeheer zich aanpast en overleeft.Structuur als rookgordijnIn governance-analyses is het een bekend fenomeen dat individuen structurele problemen beschrijven op een manier die uitkomt bij oplossingen die hun eigen positie versterken of uitbreiden. Dat patroon is hier duidelijk zichtbaar. De redenering verloopt als volgt:er zijn misstanden bij parastatale bedrijven;die misstanden zouden voortkomen uit ‘te veel macht bij één directeur’;de oplossing zou daarom liggen in het creëren van meerdere directeuren met gelijkwaardige macht.Deze redenering is bestuurskundig ondeugdelijk, empirisch zwak onderbouwd en institutioneel riskant.Door de focus te verleggen naar de directiestructuur wordt de aandacht afgeleid van waar het werkelijk schuurt: de controlemechanismen buiten de directie functioneren onvoldoende. In plaats van die realiteit te adresseren, wordt een structuurwijziging voorgesteld die extra directeursposities creëert, bestuurlijke macht verspreidt en individuele verantwoordelijkheid oplost in collectiviteit.Dit is een klassiek rookgordijn. Het probleem wordt benoemd, maar zó geframed dat de oplossing geen bedreiging vormt voor bestaande machtsposities. Integendeel, die worden uitgebreid. Wanneer een dergelijk pleidooi afkomstig is van iemand die zelf deel uitmaakt van de directie van een belangrijk parastataal bedrijf, is het bestuurlijk onverantwoord dit te behandelen als een neutrale analyse.In de bestuurskunde geldt een basisregel: wie structurele hervormingen voorstelt waar hij zelf direct voordeel bij kan hebben, moet extra kritisch worden bevraagd. Dat is geen verdachtmaking, maar elementaire governance-logica.Het voorstel voor een meerhoofdig directiemodel betekent in de praktijk: meer directeursstoelen, meer benoemingsruimte, meer buffers tegen individuele aanspreekbaarheid en meer mogelijkheden om falen te collectiviseren. Dat is geen versterking van controle, maar institutionele zelfbescherming.Wie toezicht wil versterken, maakt het scherper.Wie directies vermenigvuldigt, organiseert bestuurlijk falen.De president mag zich hier niet door laten misleiden.Robert JahangierKritisch bestuurder
| starnieuws | Door: Redactie




































