
Masker VMS gevallen
| starnieuws | Door: Redactie
De VMS stelt in haar reactie dat zij zich genoodzaakt voelde te reageren omdat het Staatsziekenfonds (SZF) in een “directe contractuele en financiële relatie” staat tot de medici en omdat de continuïteit van betalingen van belang is. Daarmee wordt feitelijk bevestigd wat velen al vermoedden: de primaire zorg van de VMS is niet zozeer het bredere functioneren van het zorgstelsel, maar de zekerheid dat
Dat is een opmerkelijke redenering. Want wanneer de VMS stelt dat het SZF jaarlijks met enkele miljarden omgaat, wordt tegelijk duidelijk hoe disproportioneel de huidige paniekreactie is. De kwestie waarover nu zoveel publieke commotie wordt gecreëerd, betreft een directeur die – volgens de berichten – voor circa een miljoen aan SZF-middelen voor zijn huis zou hebben aangewend. Wanneer men tegelijkertijd erkent dat het SZF een organisatie is die jaarlijks miljarden beheert, wordt de vraag gerechtvaardigd waarom juist nu een publiek alarm wordt geslagen alsof het hele systeem op instorten staat.
Juist omdat het om publieke middelen gaat, is het positief dat er onder het huidige beleid wordt opgetreden wanneer iemand over de schreef gaat. De president heeft inmiddels duidelijk gemaakt dat betrokkene die zich schuldig heeft gemaakt aan misbruik van middelen niet zal terugkeren. Dat is precies wat goed bestuur vraagt: optreden wanneer er misstanden worden vastgesteld.
De vraag die de VMS echter onbeantwoord laat, blijft dezelfde als in het oorspronkelijke artikel: waar was deze publieke waakzaamheid in de afgelopen jaren?
Tussen 2020 en 2025 hebben zich binnen de gezondheidssector meerdere ernstige kwesties voorgedaan. Er waren signalen van concentratie en monopolisering van medicatievoorziening door partijen met nauwe relaties binnen de sector. Er waren contractuele constructies die zorginstellingen financieel in een wurggreep plaatsten. Er waren ook gevallen waarbij grote bedragen werden besteed aan medische verbruiksartikelen buiten de reguliere inkoopprocedures en zonder duidelijke behoeftebepaling, met als gevolg dat goederen ongebruikt bleven of vervielen.
Dat zijn geen kleine incidenten. Dat zijn kwesties die direct raken aan doelmatigheid, betaalbaarheid en kwaliteit van zorg.
Toch bleef het toen opvallend stil. Dat stilzwijgen wordt nu des te moeilijker te verklaren wanneer dezelfde organisatie vandaag stelt dat elke besteding die niet direct bijdraagt aan patiëntenzorg moeilijk te verantwoorden is. Als dat principe werkelijk het uitgangspunt is, dan had de VMS in het verleden minstens even luid van zich moeten laten horen.
Het is dan ook onterecht dat de VMS het stellen van deze vragen afdoet als een “aanval” op een beroepsgroep. Niemand betwist het enorme werk dat artsen dagelijks verrichten, vaak onder moeilijke omstandigheden. De inzet van individuele medici staat buiten kijf en verdient respect.
Maar een beroepsorganisatie die zich publiekelijk mengt in beleidsdiscussies kan niet tegelijkertijd verwachten dat haar eigen positie boven kritiek verheven blijft. Juist wanneer men pretendeert een moreel kompas binnen de sector te zijn, hoort daar ook een zekere mate van zelfreflectie bij.
De samenleving verwacht van alle actoren binnen de zorgketen – overheid, ziekenhuizen, verzekeraars én beroepsorganisaties – dezelfde maatstaf: consistentie, transparantie en integriteit. Het is daarom niet vreemd dat de samenleving zich afvraagt waarom bepaalde misstanden jarenlang geen aanleiding waren voor publieke verontwaardiging, terwijl nu wel onmiddellijk alarm wordt geslagen.
Het echte debat zou daarom niet moeten gaan over gekrenkte ego’s of institutionele gevoeligheden, maar over de vraag hoe het zorgsysteem structureel sterker kan worden gemaakt. Dat vraagt om openheid, om kritische reflectie op het verleden en om samenwerking tussen alle betrokken partijen.
Als de VMS werkelijk een constructieve rol wil spelen in de hervorming van de zorg, dan ligt daar een kans: niet door kritiek weg te zetten als insinuatie, maar door het debat aan te gaan op basis van feiten en consistentie.
Want één ding is inmiddels duidelijk: wanneer principes alleen worden toegepast op momenten dat de eigen belangen in het geding lijken, dan valt het masker vanzelf.
Steve Esser
| starnieuws | Door: Redactie




































