
Lezen & Lunchen: Waarom Toen de Val van Iraida Ooft je aan tafel krijgt
| starnieuws | Door: Redactie
Tanja Jadnanansing
Het verhaal begint met verlies. Niet langzaam of voorzichtig, maar abrupt: de vliegramp van 1989 vormt de schaduw waar alle personages doorheen bewegen. Het boek bracht ons terug naar een tijd waarin afstand nog echt
/>Een van de sterkste lijnen in het verhaal is de spirituele laag die door het hele boek heen stroomt. De voorspellingen van Bisri, de mystiek van de jaguar en de tonkaboom die Sranan spreekt, geven het verhaal een bijna mythische kracht. Toch voelt het nergens geforceerd; het lijkt alsof deze Er zijn boeken die je uitleest en weglegt. En er zijn boeken die je naast een bord en een glas op tafel legt om er samen over te praten. Toen
de Val van Iraida Ooft hoort in die laatste categorie. Dat ontdekte ik tijdens een lunch in een Amsterdams café met mijn goede vriend Guus Pengel en mijn vader Carlo Jadnanansing. Twee mannen die literatuur niet alleen lezen, maar beleven. Aan tafel werd opnieuw duidelijk dat dit boek meer is
dan een roman: het is een ervaring die vraagt om gesprek, reflectie en herkenning.
Het verhaal begint met verlies. Niet langzaam of voorzichtig, maar abrupt: de vliegramp van 1989 vormt de schaduw waar alle personages doorheen bewegen. Het boek bracht ons terug naar een tijd waarin afstand nog echt
afstand was en nieuws niet direct binnenkwam via een scherm. Al snel stelden we elkaar dezelfde vraag: waar was jij toen de ramp gebeurde? Juist dat collectieve geheugen maakt het verhaal zo krachtig. De ramp is niet alleen een gebeurtenis uit de geschiedenis, maar ook een emotioneel ijkpunt voor veel
Surinamers en Nederlanders met Surinaamse wortels.
Wat Iraida Ooft bijzonder goed doet, is de vliegramp gebruiken als metafoor voor een samenleving. Het neergestorte vliegtuig wordt een mini-maatschappij waarin verdriet, liefde, afkomst en hoop samenkomen. Verhalen storten niet neer, maar krijgen juist vleugels wanneer verlies een plaats krijgt. Het boek
laat zien hoe mensen elkaar vinden in de naschok van een tragedie en hoe rouw niet alleen breekt, maar ook verbindt. Guus zei tijdens de lunch treffend: “Dit boek laat zien dat verdriet mensen ook dichter bij elkaar kan brengen.” Die gedachte bleef de rest van de middag hangen.
wereld altijd al heeft bestaan. Mijn vader merkte op dat materiële macht niet opweegt tegen spirituele kracht, en precies dat voel je in dit boek. De inheemse spiritualiteit wordt niet folkloristisch neergezet, maar als een levende werkelijkheid die richting geeft aan de personages.
Ook de personages zelf blijven je
bij omdat ze zo menselijk zijn. Carlos kiest voor Suriname en laat zijn vrouw Tineke en hun zoon in Nederland achter. Hanna en Theo groeien door verdriet uit elkaar, terwijl Theo via hindoeïstische rituelen dichter bij zichzelf komt. Marjorie probeert haar kind groot te brengen in een wereld die haar
niet altijd begrijpt. Ondanks alle pijn blijven de personages zoeken naar betekenis, verbondenheid en rust. Hun keuzes zijn soms moeilijk en pijnlijk, maar nooit oppervlakkig. Daardoor voel je als lezer voortdurend de spanning tussen persoonlijke verlangens en verantwoordelijkheid tegenover familie, cultuur en land.
Tegelijkertijd schetst het boek een herkenbaar
Suriname van de jaren tachtig: economische schaarste, vreemde valuta die nauwelijks verkrijgbaar waren en de spanning van de militaire dictatuur. Het land wordt niet geromantiseerd, maar eerlijk weergegeven. Toch blijft er ruimte voor warmte en humor. Surinamers weten zelfs in moeilijke tijden een tori te vertellen die licht brengt, en
ook dat voel je voortdurend in het verhaal. Juist die afwisseling tussen zwaarte en luchtigheid maakt het boek geloofwaardig en ontroerend.
Wat mij persoonlijk het meest raakte, is de manier waarop het boek omgaat met de dood. De dood wordt niet neergezet als een einde, maar als een overgang.
De spirituele wereld voelt in deze roman niet angstaanjagend, maar juist vredig en bijna muzikaal. De scènes waarin natuur, geesten en mensen samenkomen, zijn zo beeldend geschreven dat je als lezer even in die tussenwereld wilt verblijven. Het boek nodigt uit om anders naar verlies te kijken: niet alleen als
afscheid, maar ook als voortbestaan in herinnering, natuur en spiritualiteit.
Daardoor wordt de vliegramp meer dan een historische gebeurtenis. Het wordt een metafoor voor de samenleving zelf: verhalen botsen, vallen uiteen en vormen toch iets nieuws. De opdracht “PY 764 prepare for landing” blijft hartverscheurend, juist omdat de lezer
weet wat er zal gebeuren. Maar het boek maakt duidelijk dat weten niet hetzelfde is als begrijpen. Soms opent een val juist een nieuwe werkelijkheid.
Toen de Val is daarom geen boek dat je uitleest en zomaar doorgeeft. Het is een boek dat je meeneemt naar gesprekken aan tafel,
naar herinneringen, geschiedenis en spiritualiteit. Het maakt rouw invoelbaar en laat zien hoe verhalen mensen met elkaar verbinden. Dat is precies waarom dit boek thuishoort bij een lunch: omdat het vraagt om gedeeld te worden.
Tanja Jadnanansing
| starnieuws | Door: Redactie



































