
Joan Nibte: Niet de houtexporteurs, maar het improviserende ministerie
| | Door: Redactie
In zijn column schetst Wilfred Leeuwin een beeld van het houtexportdossier richting India waarin “onrecht bijna een certificaat kreeg”. Die formulering suggereert een gedeelde verantwoordelijkheid tussen de Staat en exporteurs. Maar dat
beeld mist de kern: dit dossier is ontstaan door jarenlang wanbeleid en geïmproviseerde praktijken van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), en niet door autonoom handelen van ondernemers buiten de Staat om.LVV is geen passieve actor. Het ministerie trad op als beleidsmaker, begeleider, facilitator én toezichthouder van de houtexport. Jarenlang werden exporteurs geaccommodeerd, hoe schots en scheef het beleid ook was. Het ging hierbij niet slechts om onzorgvuldigheid: het was bewust geïmproviseerd beleid, waarbij certificaten werden uitgegeven die niet strookten met de waarheid en in strijd waren met geldende regels. Deze praktijk werd structureel voortgezet en ten minste tweemaal
schriftelijk bevestigd door het ministerie via zogenoemde grace periods, expliciet bedoeld voor de exporteurs. Daarmee zond de Staat de boodschap: “U kunt op ons rekenen, ook als onze oplossingen niet conform internationale regels zijn – of zelfs valselijk zijn opgemaakt.”Ook al zouden individuele medewerkers van het ministerie aansprakelijk zijn voor het opmaken van valse certificaten, dan nog verandert dit niets aan de kern van de zaak: de Staat Suriname, en met name het ministerie van LVV, heeft deze handelingen jarenlang getolereerd en actief gefaciliteerd. De hoofdaansprakelijkheid ligt dus niet bij individuele ambtenaren, maar bij het ministerie zelf als verantwoordelijke beleidsmaker en toezichthouder.Door dit beleid werd bij exporteurs een gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat hun bedrijfsvoering werd gedragen door de overheid. Investeringen, contracten en logistieke planning werden uitgevoerd binnen een kader dat LVV zelf had gecreëerd en actief in stand hield. Het is daarom niet redelijk — en juridisch problematisch — om dit plotseling te doorbreken, waardoor exporteurs nu geconfronteerd worden met schade en onzekerheid buiten hun macht. De Staat had haar eigen verantwoordelijkheid moeten nemen om deze situatie op te lossen en tegelijkertijd de exporteurs in staat te stellen hun activiteiten onder aangepaste omstandigheden voort te zetten zonder schade te riskeren.Hier faalt de Staat opnieuw. In plaats van oplossingsgericht te handelen en verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen van haar eigen improvisaties, kiest zij voor een harde breuk. Exporteurs worden de dupe, terwijl zij jarenlang handelden binnen een kader dat door de overheid zelf werd bestendigd en zelfs actief gefaciliteerd.Een rechtszaak had in dit licht vermeden kunnen worden. De Staat had via beleid, overgangsmaatregelen of tijdelijke regelingen een ordentelijke afwikkeling kunnen organiseren, zonder de exporteurs in de kou te zetten. Het probleem ligt dus niet bij de vraag of beleid kan worden gewijzigd — dat kan — maar bij de manier waarop, met respect voor rechtszekerheid, zorgvuldigheid en evenredigheid.Dit dossier vraagt geen juridische theatrale ingrepen, maar verantwoordelijkheid van de overheid voor haar eigen improviserend beleid. Beleidsverantwoordelijkheid eindigt niet waar het lastig wordt. Juist daar begint zij.Joan M. NibteAdvocaat
| | Door: Redactie




































