• maandag 08 June 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Hoe Suriname de vakbonden kan betalen zonder de SRD verder te vernietigen

Hoe Suriname de vakbonden kan betalen zonder de SRD verder te vernietigen

| chronostimes | Door: Redactie

Als de regering het meent met het land en volk dan gaat zij altijd op zoek naar geld daar waar het te vinden is. Chan heeft dit nagelaten door IMF de baas te laten zijn in Suriname. Hij heeft te laat ingegrepen en de banken onnodig gratis geld van de belastingbetaler gegeven. De banken zouden dit gratis geld ook als een hogere deposito rente kunnen geven aan de burgers die hun geld bij de bank aanhouden, maar dat doen ze niet. Ze houden het voor zichzelf en melden record winsten.

Tijd voor een Solidariteitsheffing

Nu is het tijd dat banken terugbetalen wat niet van hen is zodat Suriname de onderwijzers kan betalen die ervoor kunnen zorgen dat Suriname en Surinamers ready zijn voor Oil en Gas. Want terwijl dezelfde elite, de kinderen van alle bankdirecteuren en de bank aandeelhouders hun kinderen naar het buitenland sturen om te

studeren leeft de lokale bevolking zonder goed onderwijs en dus een magere toekomst.

Deze regering moet nu ingrijpen en via een fiscale “Claw-Back” het geld van de OMO rente terughalen bij de banken. Zo komt Suriname dan Monetair Neutraal Uit De Crisis.

De Rekening Van De Leraren Is Nog Niet Betaald Of De Politie Meldt Zich Al

Nog voordat de inkt droog is op de recente afspraken tussen de regering en de onderwijsbonden, dient zich al een volgende groep aan die terecht aandacht vraagt voor haar financiële positie. De Surinaamse Politiebond heeft alarm geslagen over achterstallige betalingen van wachtgeld en nachtdiensttoelagen. Voor veel politieambtenaren vormen deze inkomsten een essentieel onderdeel van hun maandelijkse budget. Wanneer dergelijke betalingen uitblijven, ontstaan direct problemen bij het betalen van huur, hypotheek, elektriciteit, water en andere vaste lasten. De situatie laat vooral zien dat de financiële

druk binnen de publieke sector inmiddels een structureel karakter heeft gekregen. Leerkrachten, politieambtenaren, verpleegkundigen, ambtenaren en andere werknemers in vitale sectoren voelen allemaal dezelfde realiteit: de inflatie heeft hun koopkracht uitgehold terwijl de kosten van levensonderhoud blijven stijgen.

Dat brengt Suriname op een gevaarlijk kruispunt. Wanneer steeds meer beroepsgroepen hogere lonen, toelagen en correcties eisen, zal de regering moeten bepalen hoe zij deze verplichtingen gaat financieren. Dat is niet alleen een politieke vraag, maar vooral een monetaire vraag. De geschiedenis van Suriname leert namelijk dat iedere verkeerde keuze uiteindelijk eindigt bij dezelfde rekening: een hogere wisselkoers, een zwakkere SRD en opnieuw koopkrachtverlies voor de bevolking.

Het Grootste Gevaar Is Niet De Vakbond Maar De Geldpers

Veel mensen denken dat hogere salarissen automatisch een oplossing zijn voor armoede. Dat klinkt logisch, maar zo eenvoudig werkt economie niet. Wanneer de overheid meer geld

uitgeeft zonder dat daar nieuwe economische productie tegenover staat, ontstaat er extra geld in omloop. Dat extra geld jaagt vervolgens achter dezelfde hoeveelheid goederen en diensten aan. Het gevolg is dat prijzen stijgen. Uiteindelijk wordt iedereen armer, ook degenen die aanvankelijk een hoger salaris hebben gekregen.

Suriname heeft dit mechanisme tientallen jaren meegemaakt. Iedere keer wanneer overheden dachten dat problemen konden worden opgelost door meer geld uit te geven of meer te lenen, volgden uiteindelijk inflatie, koersdruk en koopkrachtverlies. Daarom moet de discussie vandaag niet alleen gaan over hoeveel geld leerkrachten, politieagenten en andere beroepsgroepen verdienen. De discussie moet vooral gaan over waar dat geld vandaan komt.

De Verborgen Schatkist Van Het OMO-Programma

De afgelopen jaren heeft Suriname een bijzonder monetair experiment meegemaakt via het OMO-programma van de Centrale Bank. OMO staat voor Open Market Operations en werd onder meer gebruikt

om overtollige SRD-liquiditeiten uit de economie te halen. Banken konden daarbij grote bedragen parkeren bij de Centrale Bank en ontvingen daarvoor uitzonderlijk hoge rentevergoedingen.

Die rentevergoedingen waren niet marginaal. In sommige periodes liepen de effectieve rendementen op tot niveaus die in normale marktomstandigheden nauwelijks voorstelbaar zijn. Terwijl ondernemers worstelden met hoge financieringskosten en burgers hun koopkracht zagen verdampen, ontvingen banken zeer aantrekkelijke rendementen op hun deposito’s bij de Centrale Bank.

Het gevolg laat zich raden. Vrijwel alle grote Surinaamse banken rapporteerden recordwinsten. Niet uitsluitend omdat zij beter bankierden dan voorheen, maar vooral omdat zij profiteerden van een monetair systeem dat hen zeer royale rentevergoedingen bood.

Volgens verschillende berekeningen is sinds 2021 tot vandaag ongeveer USD 130 miljoen aan OMO-rentes uitgekeerd. Dat is een bedrag dat voor Surinaamse begrippen gigantisch is.

Wie Heeft Die USD 130 Miljoen Eigenlijk Betaald?

Dat brengt ons bij de kern van de discussie. Veel mensen spreken over OMO-rentes alsof het gratis geld was. Maar gratis geld bestaat niet. Iedere dollar die via rente wordt uitbetaald, moet uiteindelijk ergens vandaan komen.

De Centrale Bank produceert geen rijkdom. De overheid produceert geen winst. Uiteindelijk wordt iedere rentevergoeding betaald door de economie zelf. Via belastingen, staatsleningen, overheidstekorten en toekomstige verplichtingen komt de rekening uiteindelijk altijd terecht bij dezelfde partij: de burger.

De onderwijzer heeft eraan meebetaald. De politieagent heeft eraan meebetaald. De verpleegkundige heeft eraan meebetaald. De kleine ondernemer heeft eraan meebetaald. Iedere belastingbetaler heeft eraan meebetaald.

Dat maakt de huidige situatie zo opmerkelijk. Terwijl vitale beroepsgroepen terecht aangeven dat zij nauwelijks rondkomen, bevindt een aanzienlijk deel van de middelen zich nog steeds binnen een financieel systeem dat de afgelopen jaren uitzonderlijk heeft geprofiteerd van

het monetaire beleid.

Waarom Een Solidariteitsbelasting Geen Gek Idee Is

Internationaal bestaat een lange traditie van tijdelijke solidariteitsheffingen wanneer bedrijven buitengewone winsten realiseren als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden. Tijdens de energiecrisis voerden verschillende Europese landen extra belastingen in op recordwinsten van olie- en energiebedrijven. Niet omdat winst verboden zou zijn, maar omdat die winsten voor een belangrijk deel voortkwamen uit uitzonderlijke marktomstandigheden en overheidsbeleid.

Precies dezelfde redenering kan worden toegepast op de Surinaamse situatie. Niemand stelt voor om banken te straffen. Niemand stelt voor om winstgevendheid onmogelijk te maken. Maar wanneer een deel van de recordwinsten rechtstreeks samenhangt met uitzonderlijk hoge OMO-rentes die door de samenleving zijn gefinancierd, dan is het verdedigbaar om een tijdelijke solidariteitsheffing te introduceren.

Een dergelijke maatregel zou vergelijkbaar zijn met de solidariteitsafdrachten die eerder door andere grote ondernemingen aan de staatskas zijn gedaan.

Het uitgangspunt blijft eenvoudig: wanneer een sector buitengewone voordelen heeft ontvangen uit een publiek systeem, mag van die sector een tijdelijke bijdrage worden gevraagd wanneer de samenleving onder druk staat.

Dit Is Wat Economen Monetair Neutraal Noemen

Het grote voordeel van een solidariteitsheffing op OMO-gerelateerde winsten is dat deze grotendeels monetair neutraal kan worden uitgevoerd. Dat klinkt technisch, maar het principe is eenvoudig.

Wanneer de overheid nieuwe SRD’s creëert of extra leningen afsluit om salarissen te verhogen, neemt de maatschappelijke geldhoeveelheid toe. Meer geld betekent uiteindelijk meer inflatie en een hogere wisselkoers.

Maar wanneer de overheid eerst geld ophaalt bij een sector die reeds over overtollige liquiditeiten beschikt en datzelfde geld vervolgens gebruikt voor salariscorrecties en achterstallige betalingen, verandert de totale hoeveelheid geld in de economie veel minder. Het geld verhuist van de ene groep naar de andere

zonder dat er nieuw geld wordt gecreëerd.

Dat betekent niet dat alle economische effecten verdwijnen, maar wel dat de druk op de SRD aanzienlijk beperkter blijft dan wanneer men opnieuw zou kiezen voor schulden of geldcreatie.

De Fout Die Suriname Al Vijftig Jaar Maakt

Het tragische van de Surinaamse economische geschiedenis is dat vrijwel iedere regering uiteindelijk terugvalt op dezelfde reflex: lenen wanneer er problemen ontstaan. Dat lijkt aantrekkelijk omdat de rekening niet onmiddellijk zichtbaar wordt. Politieke leiders kunnen vandaag geld uitgeven terwijl toekomstige generaties morgen de schulden afbetalen.

Maar Suriname heeft inmiddels vijftig jaar ervaring met deze aanpak. De resultaten zijn bekend: een zwakke munt, terugkerende inflatie, steeds hogere schulden en een bevolking die voortdurend haar koopkracht ziet afnemen.

Juist daarom verdient het huidige moment een andere benadering. Wanneer de overheid nu opnieuw kiest

voor dure leningen om sociale spanningen af te kopen, zal de rekening uiteindelijk opnieuw terechtkomen bij dezelfde burgers die vandaag al moeite hebben om rond te komen.

Zoek Het Geld Daar Waar Het Geld Is

De discussie over salarissen van leerkrachten, politieagenten en andere vitale beroepsgroepen mag niet worden gereduceerd tot een keuze tussen wel of geen geld uitgeven. De echte vraag is hoe dat geld wordt gevonden. Suriname beschikt niet over onbeperkte middelen, maar beschikt wel over mogelijkheden om bestaande middelen slimmer te verdelen.

Een tijdelijke solidariteitsbelasting op uitzonderlijke OMO-winsten zou de regering de ruimte kunnen geven om achterstanden weg te werken, vitale sectoren beter te ondersteunen en tegelijkertijd de druk op de wisselkoers te beperken. Het is geen wondermiddel en het lost niet alle problemen op. Maar het is wel een oplossing die creatiever, rechtvaardiger en monetair verstandiger is

dan opnieuw de schuldenkraan openzetten.

Conclusie: De Volgende Crisis Mag Niet Opnieuw Met Schulden Worden Opgelost

De onderwijsbonden hebben hun punt gemaakt. De politie maakt nu haar punt. Andere beroepsgroepen zullen ongetwijfeld volgen. Dat is geen verrassing in een land waar de inflatie jarenlang sneller is gestegen dan de inkomens van grote delen van de bevolking.

De regering staat daarom voor een fundamentele keuze. Zij kan opnieuw kiezen voor de oude weg van lenen, geld creëren en problemen doorschuiven naar de toekomst. Of zij kan kiezen voor een oplossing waarbij geld wordt gehaald uit de uitzonderlijke winsten die de afgelopen jaren binnen het financiële systeem zijn ontstaan.

Wanneer Suriname werkelijk wil breken met vijftig jaar economische reflexen, dan moet het leren om niet telkens meer geld te drukken of meer schulden te maken. Het moet leren om geld

te zoeken waar het daadwerkelijk aanwezig is. En op dit moment ligt een belangrijk deel van dat geld niet bij de onderwijzer, niet bij de politieagent en niet bij de verpleegkundige, maar bij een financieel systeem dat de afgelopen jaren uitzonderlijk royaal is beloond door hetzelfde monetaire beleid waarvoor uiteindelijk de Surinaamse burger de rekening betaalt.

Dr. Ashwin Ramcharan

Redactie Chronos

| chronostimes | Door: Redactie