
1 jaar cel voor bestuurder die met bijna 137 km/u bus ramde: vijf doden en 21 gewonden
| waterkant | Door: Redactie
De uit Nederland afkomstige bestuurder die op 17 januari 2026 met een personenauto op hoge snelheid een volle passagiersbus ramde op de kruising van de Johannes Mungrastraat en de Veldhuizenlaan, moet daadwerkelijk één jaar de gevangenis in. De kantonrechter veroordeelde R.L. donderdag tot een celstraf van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke deel is een proeftijd van drie jaar verbonden.
Het vonnis volgt ruim zes maanden na de zware aanrijding waarbij vijf mensen om het leven kwamen en 21 anderen gewond raakten. Onder de dodelijke slachtoffers bevond zich een meisje van acht jaar. Vier inzittenden overleden ter plaatse, terwijl een vijfde slachtoffer enkele dagen later in het ziekenhuis aan haar verwondingen bezweek.
De bus reed die ochtend over de Johannes Mungrastraat, die ter hoogte van de kruising de voorrangsweg is. R.L. naderde vanuit de Veldhuizenlaan en reed de kruising op, waarna zijn auto de bus raakte. Door de enorme
Uit technisch onderzoek kwam naar voren dat R.L. met een snelheid van maar liefst 136,8 kilometer per uur over de Veldhuizenlaan zou hebben gereden. Volgens de berekeningen legde hij ongeveer 38 meter af in slechts één seconde. De toegestane maximumsnelheid bedroeg daar 50 kilometer per uur. Ook beschikte de bestuurder niet over een geldig rijbewijs.
R.L. verklaarde aanvankelijk dat de remmen van zijn voertuig zouden hebben geweigerd. Een deskundige die de auto onderzocht, vond echter geen aanwijzingen die deze verklaring ondersteunden. Tijdens de rechtszaak hield de bestuurder vol dat hij niet harder dan ongeveer 70 kilometer per uur had gereden en dat hij wel degelijk had geprobeerd te remmen.
Zijn advocaat Murwin Dubois trok de betrouwbaarheid van de snelheidsberekening in twijfel.
De kantonrechter ging daar niet in mee. De bezwaren tegen het technische onderzoek, de vastgestelde snelheid en het remgedrag werden verworpen. Volgens de rechter waren de feiten wettig en overtuigend bewezen. R.L. werd vervolgd voor onder meer dood door schuld, het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel, rijden zonder geldig rijbewijs en het fors overschrijden van de maximumsnelheid.
Het Openbaar Ministerie had eerder dertig maanden cel geëist, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Tijdens de verdere behandeling werd een straf van tweeënhalf jaar gevorderd, met aftrek van het voorarrest, een proeftijd van drie jaar en psychologische begeleiding tijdens de detentie. De rechter kwam uiteindelijk uit op twee jaar cel, waarvan de helft voorwaardelijk. De tijd die R.L.
De strafzaak werd gekenmerkt door zwaar beladen en emotionele zittingen. De buschauffeur barstte tijdens zijn getuigenis in tranen uit en ook nabestaanden en slachtoffers konden hun emoties nauwelijks bedwingen. R.L. keek de families in de rechtszaal aan, betuigde spijt en vroeg om vergeving. Hij zei dat hij zichzelf dagelijks afvroeg waarom hij de aanrijding met slechts een schram had overleefd, terwijl vijf anderen het leven verloren.
Op verzoek van enkele nabestaanden vond achter gesloten deuren ook een gesprek met de verdachte plaats. Niet alle families wilden daaraan deelnemen, omdat het zien van R.L. volgens hen de pijn telkens opnieuw oprakelde.
Naast het verlies en de lichamelijke gevolgen ontstond grote verontwaardiging over de aangeboden schadevergoedingen. Sommige slachtoffers en nabestaanden zouden van de verzekeringsmaatschappij slechts SRD 500 hebben aangeboden gekregen. Anderen moesten het volgens betrokkenen zelfs doen met SRD 250. Een moeder die haar
Met het vonnis komt de strafzaak in eerste aanleg ten einde. Het bevel tot gevangenneming van R.L. blijft van kracht. Voor de families verandert de uitspraak echter niets aan de harde werkelijkheid: vijf mensen stapten die ochtend in een bus en keerden nooit meer levend naar huis terug.
| waterkant | Door: Redactie




































