• donderdag 20 August 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Een telefoontje is geen boot: Frankrijk stuurde duikers, Trinidad stuurde schepen — Suriname stuurde medeleven

Een telefoontje is geen boot: Frankrijk stuurde duikers, Trinidad stuurde schepen — Suriname stuurde medeleven

| chronostimes | Door: Redactie

door Rajendre Khargi.

Is er een sterfgeval bij de buren, dan stuur je geen kaart. Je steekt het erf over. Je brengt wat je hebt: een pan rijst, een stoel, een paar handen; én je blijft. Zo doen wij dat in Suriname. Het is geen etiquette, het is een verbond: de stilzwijgende afspraak dat wie vandaag troost, morgen zelf getroost wordt. Regeringen en functionarissen mogen zich die gewoonte aantrekken, want buitenlands beleid is in de kern weinig anders dan deze huisregel, uitvergroot tot statelijk formaat.

In de nacht van zaterdag 18 juli sloeg de veerboot MV Barima om in de Atlantische Oceaan, zo’n zeven mijl uit de Guyanese kust voor de monding van de Pomeroon, op de gewone vaart van Georgetown naar Port Kaituma. Het noodsignaal kwam even na elf uur ’s avonds. Het schip werd in 1939 gebouwd bij

Ferguson Brothers in Port Glasgow, Schotland; een romp ouder dan de onafhankelijkheid van vrijwel elk land dat haar nu betreurt. De passagierslijst vermeldde 133 namen; aan boord waren er, zo stelde het onderzoek naderhand vast, 179, bemanning meegerekend. Guyana kondigde drie dagen van nationale rouw af.

Wat volgde, verdient in één opzicht waardering. Binnen achtenveertig uur was een vijftienkoppig team van de Franse krijgsmacht uit Frans-Guyana ter plaatse: twaalf gespecialiseerde duikers, twee medici en een monteur. Trinidad en Tobago zette kustwachtvaartuigen en lucht- en marinemiddelen van zijn Defence Force in. De Braziliaanse marine sloot zich met eigen duikers aan bij de berging. China en de Europese Unie stelden zich formeel ter beschikking. Condoleances kwamen uit Washington, Ottawa en Londen, inclusief een persoonlijke boodschap van koning Charles III, en, opmerkelijk genoeg, uit Caracas.

En uit Paramaribo kwamen een verklaring en een telefoontje.

Laat ik nauwkeurig zijn, want nauwkeurigheid is een vorm van rechtvaardigheid. Onze President betuigde op de maandag na de ramp namens regering en volk haar deelneming aan haar ambtgenoot Irfaan Ali, in correcte en warme bewoordingen. De Minister van Buitenlandse Zaken belde zijn Guyanese ambtgenoot Hugh Todd en bood aan waar nodig ondersteuning te verlenen. Zes dagen na de ramp liet hij bovendien weten dat het Search & Rescue-team van het Nationaal Leger en de duikers van de brandweer gereedstonden om, indien daarom zou worden gevraagd, in actie te komen. Daar was niets mis mee. Maar in de verslagen van die operatie komt geen Surinaams vaartuig voor. Geen Surinaamse duiker, geen forensisch team, geen traumapsycholoog. Het protocol werd netjes gevolgd. Gereedstaan bleek niet hetzelfde als gaan. Aanwezig waren wij niet.

De gemakkelijke kritiek is ook de goedkoopste, dus laat ik voorzichtig zijn. Onze

marinecapaciteit is bescheiden, en ons land moet niet beloven wat het niet kan leveren. Maar was hier nu sprake van weloverwogen terughoudendheid? Of zal het buitenland het beschouwen als een slap aanbod dat openbleef (“waar nodig”, “indien gevraagd”) en nooit werd omgezet in iets waar een Guyanese functionaris naar kon wijzen? Wie tegen een rouwende buurman zegt dat hij het maar moet laten weten, meent het oprecht, maar legt de last van het vragen bij de familie aan het graf. Je steekt het erf over, of je steekt het niet over. Aanbieden dat je het zou kunnen oversteken is iets anders.

En dit was geen verre ramp. De Corantijn is een rivier die ons bindt, een essentiële grensrivier; het is geen kreek. De opvarenden van de Barima waren binnenlandbewoners op een doodgewone reis in een oude boot: precies de reis die duizenden Surinamers wekelijks maken over

de Corantijn, de Marowijne en de Surinamerivier. Het erf van de buren grenst aan het onze. Dit was eigenlijk een generale repetitie.

Kleine landen kunnen niemand overbieden. Zij kunnen wél eerder aankomen. Suriname had binnen vierentwintig uur iets concreets moeten aanbieden. Niet “wij staan gereed”, maar “wij sturen dit, het arriveert dan, op onze kosten, indien u het aanvaardt”. Het ene is een gevoel, het andere een besluit. Voor Guyana eindigt de nood niet nu de duikers naar huis gaan: hen wachten maanden van slachtofferidentificatie en traumazorg, plus de onafhankelijke, internationale Commissie van Onderzoek die president Ali inmiddels heeft aangekondigd; vijf leden, met expertise in recht, scheepsbouw, maritieme veiligheid en rampenonderzoek. Internationaal dus: die samenstelling is een uitnodiging. Daarvoor heeft Suriname bekwame mensen. Die deur staat nog open; niet eeuwig, maar misschien net lang genoeg om alsnog iets te doen.

Diplomaten zoeken

elkaar op zodra er iets opmerkelijks aan de hand is. Zo nodigde een oud-collega, voormalig ambassadeur van een bevriend land, mij onlangs uit voor een kopje koffie in Den Haag. In ons vak is een kopje koffie zelden alleen een kopje koffie. Hij vroeg mijn aandacht voor iets dat zijn regering was opgevallen: een discrepantie in ons buitenlandbeleid, of preciezer, in de wijze waarop wij met de ene buur omgaan en met de andere. Ik luisterde zoals men luistert wanneer een vriend iets zegt dat men liever niet hoort.

Zijn observatie was tweeledig. Bij de Barima bleef het bij een verklaring en een telefoontje: medeleven, oprecht gemeend, maar zonder zichtbare, tastbare steun. Terwijl die er wél had kunnen zijn. Suriname beschikt sinds februari 2025 over de RSS Barracuda, ons grootste marinevaartuig. Bij de ingebruikname liet de toenmalige minister van Defensie optekenen dat het schip “kan worden

ingezet voor humanitaire noodhulp binnen de Caricom, na natuurrampen”. Guyana is Caricom. De Pomeroon ligt op vaarafstand. Het schip lag er.

En, vervolgde mijn collega, terwijl Guyana zijn doden borg, vertrok op maandag 3 augustus vanaf Zanderij een vlucht met duizend voedselpakketten naar Venezuela, gevolgd door 52 ton rijst en drinkwater. Inclusief persmoment, een minister op de tarmac en een consul die sprak van hulp “van onschatbare waarde”. Volstrekt legitiem; humanitaire hulp aan Venezuela verdient geen verwijt, maar lof. Maar de aardbeving die deze zending rechtvaardigt vond plaats op 24 juni, drieënhalve week vóór de Barima omsloeg. Het is dus geen kwestie van kunnen. Het is een kwestie van kiezen.

Laat ik hier de nodige slagen om de arm houden. Ik weet niet wat er via stille diplomatie aan Georgetown is aangeboden, besproken of geweigerd. Misschien is er meer gedaan dan wij

zien; dat is nu juist het kenmerk van stille diplomatie. Maar dan wordt de níet-stille diplomatie jegens Caracas des te interessanter. Waarom klinkt het voor de ene buur luid en de andere fluisterend? De minister van Buitenlandse Zaken merkte bij het vertrek van de hulpgoederen op dat diplomatie zich “niet alleen uit in overleg, maar ook in concrete steun aan landen die door een natuurramp zijn getroffen”. Een uitstekende zin. Ik onderschrijf hem volledig. Ik zou hem alleen graag óók op onze oosterbuur toegepast zien.

Hier ligt een taak voor De Nationale Assemblee. Leden, doe uw werk: vraag wat er precies is aangeboden aan Georgetown, door wie, wanneer, en waarom het niet is doorgezet. Vraag waarom de Barracuda niet voer. Vraag welke afweging aan de zending naar Caracas ten grondslag lag. Desnoods in beslotenheid, met de vertrouwelijkheid die zulke dossiers nu eenmaal soms vergen. Maar vraag

het. Controle is geen wantrouwen; het is de prijs van vertrouwen.

Blijft over het ongemakkelijkste deel van dat gesprek bij de koffie. Er wordt in de regio inmiddels quasi-grappig opgemerkt dat Suriname toch wel iets beters kan dan pakketten uitdelen. Ik ken het antwoord op die spot niet, en het is heel wel mogelijk dat er een uitstekend antwoord bestaat; ik heb het in openbare bronnen alleen niet kunnen vinden. Wij nemen het niet persoonlijk, zoals dat hoort in ons vak. Maar leuk is anders. Een land dat als eerste met een boot verschijnt, hoeft zijn reputatie niet uit te leggen. Een land dat als laatste met een pakket verschijnt, wél.

Wat kunnen we hieruit leren qua beleid of pro-actief handelen?

Op papier bestaat er van alles: opsporings- en reddingszones onder het internationale SAR-verdrag, een regionaal rampenmechanisme bij

CDEMA. Maar het Guyanaschild kent geen staand, beoefend arrangement voor maritieme opsporing en redding, met vooraf toegezegde middelen. Wat zich voor de Pomeroon voltrok, was improvisatie, bijeengebracht door goede wil en de telefoon. Goede wil is echter geen vervanging voor een goed afgesproken mechanisme. Wat nodig is zijn vier staatshoofden, of tenminste vier ministers die het wíllen; Suriname, Guyana, Frankrijk en Brazilië. Met een beetje goede wil onderhandelen zij binnen een jaar zo’n protocol uit. Suriname, dat in juli het minst bijdroeg, is bij uitstek geschikt om nu het meest voor te stellen, met een clausule van wederkerigheid. Want de volgende Barima kan onder onze vlag varen.

Guyana zal zijn doden bergen en zijn onderzoek houden, en het zal onthouden wie er in het water stond. Dat is geen verwijt; zo houden naties nu eenmaal wederkerigheid (of het ontbreken daarvan) bij. Suriname condoleerde prompt en gemeend,

en zo werd het ontvangen. Prima. Maar een telefoontje is geen boot. En de volgende keer dat het huis van de buren in rouw is, horen wij niet te bellen. Dan horen wij al op het erf te staan.

Over de auteur

Rajendre Khargi is voormalig ambassadeur van de Republiek Suriname in het Koninkrijk der Nederlanden, tevens geaccrediteerd in het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zweden en Finland. Hij is oprichter en Principal van AmRaj Advisory en schrijft maandelijks een column voor Chronos Times. Born in Suriname, serving the world.

DISCLAIMER

Een columnist schrijft op eigen titel en onder eigen verantwoordelijkheid. Chronos Times is niet aansprakelijk voor de inhoud, standpunten of interpretaties in een column. Chronos Times erkent de auteursrechten van de columnist op de inhoud van de betreffende column.
Verzoeken tot verwijdering van een column kunnen niet door Chronos Times worden gehonoreerd op grond van auteursrechten; eventuele geschillen dienen met de columnist te worden afgehandeld. Deze column geeft uitsluitend de mening van de columnist weer en niet die van de redactie. De tekst is bedoeld ter discussie en opinievorming.

Redactie Chronos

| chronostimes | Door: Redactie