
Een telefoontje is geen boot: Frankrijk stuurde duikers, Trinidad stuurde schepen — Suriname stuurde medeleven
| chronostimes | Door: Redactie
door Rajendre Khargi.
Is er een sterfgeval bij de buren, dan stuur je geen kaart. Je steekt het erf over. Je brengt wat je hebt: een pan rijst, een stoel, een paar handen; én je blijft. Zo doen wij dat in Suriname. Het is geen etiquette, het is een verbond: de stilzwijgende afspraak dat wie vandaag troost, morgen zelf getroost wordt. Regeringen en functionarissen mogen zich die gewoonte aantrekken, want buitenlands beleid is in de kern weinig anders dan deze huisregel, uitvergroot tot statelijk formaat.
In de nacht van zaterdag 18 juli sloeg de veerboot MV Barima om in de Atlantische Oceaan, zo’n zeven mijl uit de Guyanese kust voor de monding van de Pomeroon, op de gewone vaart van Georgetown naar Port Kaituma. Het noodsignaal kwam even na elf uur ’s avonds. Het schip werd in 1939 gebouwd bij
Wat volgde, verdient in één opzicht waardering. Binnen achtenveertig uur was een vijftienkoppig team van de Franse krijgsmacht uit Frans-Guyana ter plaatse: twaalf gespecialiseerde duikers, twee medici en een monteur. Trinidad en Tobago zette kustwachtvaartuigen en lucht- en marinemiddelen van zijn Defence Force in. De Braziliaanse marine sloot zich met eigen duikers aan bij de berging. China en de Europese Unie stelden zich formeel ter beschikking. Condoleances kwamen uit Washington, Ottawa en Londen, inclusief een persoonlijke boodschap van koning Charles III, en, opmerkelijk genoeg, uit Caracas.
En uit Paramaribo kwamen een verklaring en een telefoontje.
Laat ik nauwkeurig zijn, want nauwkeurigheid is een vorm van rechtvaardigheid. Onze President betuigde op de maandag na de ramp namens regering en volk haar deelneming aan haar ambtgenoot Irfaan Ali, in correcte en warme bewoordingen. De Minister van Buitenlandse Zaken belde zijn Guyanese ambtgenoot Hugh Todd en bood aan waar nodig ondersteuning te verlenen. Zes dagen na de ramp liet hij bovendien weten dat het Search & Rescue-team van het Nationaal Leger en de duikers van de brandweer gereedstonden om, indien daarom zou worden gevraagd, in actie te komen. Daar was niets mis mee. Maar in de verslagen van die operatie komt geen Surinaams vaartuig voor. Geen Surinaamse duiker, geen forensisch team, geen traumapsycholoog. Het protocol werd netjes gevolgd. Gereedstaan bleek niet hetzelfde als gaan. Aanwezig waren wij niet.
De gemakkelijke kritiek is ook de goedkoopste, dus laat ik voorzichtig zijn. Onze
En dit was geen verre ramp. De Corantijn is een rivier die ons bindt, een essentiële grensrivier; het is geen kreek. De opvarenden van de Barima waren binnenlandbewoners op een doodgewone reis in een oude boot: precies de reis die duizenden Surinamers wekelijks maken over
Kleine landen kunnen niemand overbieden. Zij kunnen wél eerder aankomen. Suriname had binnen vierentwintig uur iets concreets moeten aanbieden. Niet “wij staan gereed”, maar “wij sturen dit, het arriveert dan, op onze kosten, indien u het aanvaardt”. Het ene is een gevoel, het andere een besluit. Voor Guyana eindigt de nood niet nu de duikers naar huis gaan: hen wachten maanden van slachtofferidentificatie en traumazorg, plus de onafhankelijke, internationale Commissie van Onderzoek die president Ali inmiddels heeft aangekondigd; vijf leden, met expertise in recht, scheepsbouw, maritieme veiligheid en rampenonderzoek. Internationaal dus: die samenstelling is een uitnodiging. Daarvoor heeft Suriname bekwame mensen. Die deur staat nog open; niet eeuwig, maar misschien net lang genoeg om alsnog iets te doen.
Diplomaten zoeken
Zijn observatie was tweeledig. Bij de Barima bleef het bij een verklaring en een telefoontje: medeleven, oprecht gemeend, maar zonder zichtbare, tastbare steun. Terwijl die er wél had kunnen zijn. Suriname beschikt sinds februari 2025 over de RSS Barracuda, ons grootste marinevaartuig. Bij de ingebruikname liet de toenmalige minister van Defensie optekenen dat het schip “kan worden
En, vervolgde mijn collega, terwijl Guyana zijn doden borg, vertrok op maandag 3 augustus vanaf Zanderij een vlucht met duizend voedselpakketten naar Venezuela, gevolgd door 52 ton rijst en drinkwater. Inclusief persmoment, een minister op de tarmac en een consul die sprak van hulp “van onschatbare waarde”. Volstrekt legitiem; humanitaire hulp aan Venezuela verdient geen verwijt, maar lof. Maar de aardbeving die deze zending rechtvaardigt vond plaats op 24 juni, drieënhalve week vóór de Barima omsloeg. Het is dus geen kwestie van kunnen. Het is een kwestie van kiezen.
Laat ik hier de nodige slagen om de arm houden. Ik weet niet wat er via stille diplomatie aan Georgetown is aangeboden, besproken of geweigerd. Misschien is er meer gedaan dan wij
Hier ligt een taak voor De Nationale Assemblee. Leden, doe uw werk: vraag wat er precies is aangeboden aan Georgetown, door wie, wanneer, en waarom het niet is doorgezet. Vraag waarom de Barracuda niet voer. Vraag welke afweging aan de zending naar Caracas ten grondslag lag. Desnoods in beslotenheid, met de vertrouwelijkheid die zulke dossiers nu eenmaal soms vergen. Maar vraag
Blijft over het ongemakkelijkste deel van dat gesprek bij de koffie. Er wordt in de regio inmiddels quasi-grappig opgemerkt dat Suriname toch wel iets beters kan dan pakketten uitdelen. Ik ken het antwoord op die spot niet, en het is heel wel mogelijk dat er een uitstekend antwoord bestaat; ik heb het in openbare bronnen alleen niet kunnen vinden. Wij nemen het niet persoonlijk, zoals dat hoort in ons vak. Maar leuk is anders. Een land dat als eerste met een boot verschijnt, hoeft zijn reputatie niet uit te leggen. Een land dat als laatste met een pakket verschijnt, wél.
Wat kunnen we hieruit leren qua beleid of pro-actief handelen?
Op papier bestaat er van alles: opsporings- en reddingszones onder het internationale SAR-verdrag, een regionaal rampenmechanisme bij
Guyana zal zijn doden bergen en zijn onderzoek houden, en het zal onthouden wie er in het water stond. Dat is geen verwijt; zo houden naties nu eenmaal wederkerigheid (of het ontbreken daarvan) bij. Suriname condoleerde prompt en gemeend,
Over de auteur
Rajendre Khargi is voormalig ambassadeur van de Republiek Suriname in het Koninkrijk der Nederlanden, tevens geaccrediteerd in het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zweden en Finland. Hij is oprichter en Principal van AmRaj Advisory en schrijft maandelijks een column voor Chronos Times. Born in Suriname, serving the world.
DISCLAIMER
Een columnist schrijft op eigen titel en onder eigen verantwoordelijkheid. Chronos Times is niet aansprakelijk voor de inhoud, standpunten of interpretaties in een column. Chronos Times erkent de auteursrechten van de columnist op de inhoud van de betreffende column.| chronostimes | Door: Redactie































