• zondag 24 May 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
‘De NDP wil dat Suriname het liefst altijd blind vliegt’

‘De NDP wil dat Suriname het liefst altijd blind vliegt’

| surinamevandaag | Door: Redactie

(Door Ashwin Ramcharan) – Er zijn momenten waarop een land moet oppassen dat politieke taal niet gebruikt wordt om een gevaarlijke werkelijkheid te verpakken als iets normaals. Het debat over het uitstellen van de Comptabiliteitswet 2024 is precies zo’n moment. Want achter woorden als “transitieperiode”, “gefaseerde implementatie” en “organisatorische uitdagingen”

schuilt in werkelijkheid een keiharde politieke vraag: waarom wil de regering juist nu minder controle op hoe staatsgeld wordt uitgegeven? Dat is namelijk wat hier feitelijk gebeurt.

WAAR ROOK IS, IS VUUR

De regering vraagt De Nationale Assemblée om de invoering van

de belangrijkste financiële controlewet van Suriname met drie jaar uit te stellen. Drie jaar waarin de strengste mechanismen voor toezicht, begrotingsdiscipline en financiële transparantie nog niet volledig hoeven te functioneren. Drie jaar waarin een regering die zegt modern en verantwoord te willen besturen tegelijkertijd vraagt om minder directe controle op
haar financieel handelen. En precies daar moet iedere Surinamer wakker van liggen.

DE WET DIE POLITICI DWINGT OM EERLIJK TE ZIJN

Veel mensen horen het woord “Comptabiliteitswet” en denken aan stoffige dossiers, accountants en juridische taal waar niemand iets van begrijpt. Maar

de essentie van deze wet is eenvoudig: zij verplicht regeringen om verantwoord met het geld van het volk om te gaan. De wet bepaalt hoe begrotingen moeten worden opgesteld, hoe schulden moeten worden beheerd, hoe uitgaven gecontroleerd worden en hoe ministers verantwoording moeten afleggen aan DNA en uiteindelijk aan de
samenleving. Deze wet verplicht de regering om niet zomaar geld uit te geven zonder onderbouwing. Zij verplicht vooruitdenken, risicoanalyses, uitgavenplafonds en controleerbare administratie. Simpel gezegd: deze wet probeert politieke willekeur te vervangen door financiële discipline. En precies daarom is het uitstellen van deze wet zo explosief.

class="wp-block-paragraph">SURINAME HEEFT AL EERDER GEZIEN WAT ER GEBEURT ZONDER CONTROLE

Laten we ophouden met politieke hypocrisie en de geschiedenis eerlijk benoemen. Suriname heeft onder eerdere NDP-regeringen al ervaren wat er gebeurt wanneer financieel toezicht tekortschiet. Het land zag reserves verdwijnen, staatsbedrijven verzwakken, schulden ontsporen en de

SRD instorten terwijl het volk steeds sneller verarmde. De Centrale Bank-affaire staat nog steeds als een litteken op het nationale geheugen gegrift. Miljarden verdwenen terwijl burgers uiteindelijk de rekening betaalden via inflatie, koopkrachtverlies en economische onzekerheid. Dat gebeurde niet zomaar. Dat gebeurde omdat controlemechanismen onvoldoende functioneerden of politiek werden verzwakt.
En juist daarom klinkt het vandaag zo gevaarlijk wanneer dezelfde politieke stroming opnieuw vraagt om uitstel van strengere controle. Want laten we eerlijk zijn: vertrouwen in politiek ontstaat niet door mooie toespraken. Vertrouwen ontstaat door harde controlemechanismen die misbruik onmogelijk maken.

“DE SYSTEMEN ZIJN NIET KLAAR”

IS GEEN GERUSTSTELLING MAAR EEN ALARMSIGNAAL

Minister Adelien Wijnerman verdedigde het uitstel met het argument dat de overheid organisatorisch nog niet klaar zou zijn. ICT-systemen zouden tekortschieten. Personeel zou nog niet voldoende getraind zijn. Ministeries zouden nog niet goed kunnen samenwerken. De begroting van 2026 zou

bovendien nog gebaseerd zijn op de Comptabiliteitswet 2019. Maar precies dát moet het volk juist angstig maken. Want de wet werd al eind 2024 aangenomen en trad officieel op 1 januari 2025 in werking. De regering wist dus dat deze verplichtingen eraan kwamen. Waarom zijn de systemen dan nog steeds
niet gereed? Waarom is personeel niet tijdig voorbereid? Waarom is modernisering niet versneld uitgevoerd? En misschien nog belangrijker: als de overheid nu al moeite heeft om een controlewet correct te implementeren, hoe zal zij straks omgaan met miljarden aan toekomstige olie-inkomsten? Dat is de vraag die nu boven Suriname hangt.

ALS SIMONS ECHT STABILITEIT WIL, DAN MOET DEZE WET JUIST NU INGEVOERD WORDEN

President Jennifer Simons verklaarde recent dat haar regering de economie niet verder wil “schudden” tijdens de overgangsjaren waarin Suriname zich momenteel bevindt. Volgens haar kiest de regering bewust voor

een voorzichtige economische koers om burgers en bedrijven niet verder onder druk te zetten. De president benadrukte dat stabiliteit belangrijker zou zijn dan snelle of populaire maatregelen. Zij gaf aan dat de regering stap voor stap wil werken, voorzichtig wil omgaan met uitgaven, inflatie wil beheersen en wil voorkomen dat
nieuwe schulden opnieuw zware druk op de economie leggen.

Maar precies daarom is het uitstellen van de Comptabiliteitswet zo tegenstrijdig.

Want als de regering werkelijk gelooft in stabiliteit, voorzichtig financieel beleid en gecontroleerd economisch bestuur, dan zou juist deze wet volledig en

onmiddellijk ingevoerd moeten worden. De Comptabiliteitswet is namelijk exact bedoeld om regeringen te dwingen voorzichtig te werken, risico’s inzichtelijk te maken, schulden beheersbaar te houden en uitgaven transparant te controleren. Je kunt niet enerzijds zeggen dat Suriname zich in een kwetsbare overgangsfase bevindt en dat de economie beschermd moet worden
tegen schokken, terwijl je anderzijds de belangrijkste financiële controlewet van het land uitstelt.

Dat is alsof een arts zegt dat een patiënt kritiek ziek is, maar tegelijkertijd besluit om de medische monitoring voorlopig uit te schakelen.

Juist in economisch moeilijke tijden zijn

sterke controlemechanismen noodzakelijk. Juist wanneer een land kwetsbaar is moeten begrotingen scherper gecontroleerd worden, moeten schulden strenger bewaakt worden en moeten uitgaven transparanter worden gemaakt. Stabiliteit ontstaat namelijk niet door minder toezicht, maar juist door méér discipline en sterkere instituties. Als president Simons werkelijk gelooft dat Suriname voorzichtig moet omgaan
met de overgangsjaren richting een mogelijke olie-economie, dan zou zij de Comptabiliteitswet niet moeten uitstellen maar juist moeten verdedigen als het belangrijkste beschermingsmechanisme voor het volk.

DE NDP VRAAGT HET VOLK FEITELIJK OM BLIND VERTROUWEN

Wat de regering nu eigenlijk vraagt is

simpel: vertrouw ons eerst nog drie jaar zonder volledige financiële controle. Maar waarom zou het volk dat automatisch doen? Een democratie functioneert niet op blind vertrouwen. Een democratie functioneert juist op wantrouwen dat wordt gecontroleerd via wetten, toezicht en instituties. Daarom bestaan parlementen. Daarom bestaan rekenkamers. Daarom bestaan comptabiliteitswetten. Macht
zonder harde controle ontspoort uiteindelijk altijd. Niet alleen in Suriname, maar overal ter wereld. De Comptabiliteitswet probeert precies dat te voorkomen door de regering te verplichten om economische risico’s, schulden en toekomstige verplichtingen zichtbaar te maken. Ook verplicht de wet de overheid om uitgavenplafonds vast te leggen zodat politieke leiders
niet onbeperkt geld kunnen blijven uitgeven zonder duidelijke dekking. Dat zijn geen administratieve details. Dat zijn veiligheidsmechanismen voor een land dat economisch al meerdere keren bijna ontspoord is.

OLIEGELD ZONDER CONTROLE IS EEN RECEPT VOOR NATIONALE RAMPEN

En dan komt misschien het

gevaarlijkste deel van dit hele verhaal. Suriname staat aan de vooravond van een mogelijke olie-economie. Binnen enkele jaren kunnen miljarden dollars het land binnenstromen. Dat betekent dat Suriname misschien wel de grootste financiële transformatie uit zijn geschiedenis tegemoet gaat. En precies op dát moment wil de regering de strengste financiële
controlewet van het land tijdelijk parkeren. Dat is alsof iemand eerst de beveiligingscamera’s uitschakelt voordat de kluis wordt geopend. De wereldgeschiedenis staat vol met landen die rijk werden aan olie maar arm bleven in bestuur. Olie vernietigt landen wanneer corruptie sneller groeit dan instituties. Daarom zijn sterke controlemechanismen belangrijker dan
olie zelf. Juist daarom is deze discussie geen technisch debat meer. Dit gaat over de toekomst van Suriname.

DNA MAG GEEN STEMPELAPPARAAT WORDEN VAN DE REGERING

De Nationale Assemblée moet begrijpen dat zij hier niet stemt over een administratieve formaliteit. DNA beslist

hier over de vraag hoeveel controle het volk de komende jaren nog zal hebben op staatsuitgaven, schulden en toekomstige olie-inkomsten. Dat is een historische verantwoordelijkheid. Want zodra parlementen hun controlerende functie beginnen uit te stellen “omdat de regering nog niet klaar is”, begint de democratische balans gevaarlijk te verschuiven richting
politieke willekeur. DNA bestaat niet om de regering comfortabel te maken. DNA bestaat juist om de regering streng te controleren namens het volk. En laten we eerlijk zijn: Suriname heeft al te veel geleden onder regeringen die te veel ruimte kregen en te weinig toezicht.

TIJDELIJKE

UITZONDERINGEN WORDEN IN SURINAME VAAK PERMANENT

De regering noemt dit een tijdelijke overgangsperiode. Maar de geschiedenis leert dat tijdelijke uitzonderingen in de politiek vaak permanent worden. Vandaag vraagt men drie jaar uitstel. Morgen blijken systemen nog steeds niet gereed. Daarna volgt opnieuw een overgangsregeling. En ondertussen

raakt het land gewend aan minder controle. Dat is precies hoe financieel verval begint. Niet met één grote explosie, maar langzaam. Stap voor stap. Jaar na jaar. Totdat niemand meer exact weet waar het geld gebleven is. Suriname heeft die film al eerder gezien. En het volk weet ondertussen hoe
die film eindigt.

DIT IS GEEN TECHNISCH DEBAT MEER MAAR EEN GEVECHT OM DE TOEKOMST VAN SURINAME

De Comptabiliteitswet beschermt uiteindelijk niet de regering maar het volk. Wanneer staatsfinanciën ontsporen betalen ministers zelden persoonlijk de prijs. Het is de burger die betaalt

via duurdere boodschappen, hogere brandstofprijzen, stijgende schulden en vernietiging van koopkracht. Daarom zijn controlewetten geen luxe. Transparantie is geen hobby van accountants. Begrotingsdiscipline is geen bureaucratische formaliteit. Het zijn de fundamenten van nationale stabiliteit. En daarom moet Suriname vandaag één harde waarheid onder ogen zien: een regering die vraagt om
minder controle in een periode waarin miljarden olie-inkomsten dichterbij komen, vraagt het volk feitelijk om te gokken met de toekomst van het land.

SURINAME STAAT OP HET PUNT OPNIEUW DEZELFDE FOUT TE MAKEN

Misschien is dat uiteindelijk het meest tragische van dit

hele verhaal. Suriname heeft al tientallen jaren ervaring met regeringen die grote beloften doen terwijl financiële discipline langzaam verdwijnt op de achtergrond. Iedere keer opnieuw wordt het volk gevraagd geduld te hebben. Iedere keer opnieuw wordt gezegd dat systemen nog verbeterd moeten worden. Iedere keer opnieuw klinkt het verhaal dat
tijdelijke uitzonderingen nodig zijn “voor stabiliteit”. Maar uiteindelijk eindigt de rekening altijd bij dezelfde groep mensen: het gewone volk dat harder moet werken voor minder koopkracht terwijl de politieke elite zichzelf blijft beschermen.

En precies daarom is deze discussie over de Comptabiliteitswet veel groter dan een

juridische wijziging of een technische overgangsperiode. Dit debat gaat over de vraag of Suriname eindelijk wil leren van zijn eigen geschiedenis. Een land dat miljarden aan toekomstige olie-inkomsten verwacht zou juist méér controle moeten eisen, méér transparantie moeten afdwingen en strengere financiële discipline moeten invoeren. Niet minder. Juist nu moeten
de veiligheidsmechanismen sterker worden gemaakt omdat de verleiding van geld, macht en politieke invloed straks alleen maar groter zal worden.

Want laten we eerlijk zijn tegenover elkaar: landen gaan zelden ten onder door gebrek aan rijkdom. Landen gaan ten onder wanneer instituties zwak zijn en politieke

macht belangrijker wordt dan publieke verantwoording. Dat is het echte gevaar dat nu boven Suriname hangt. Niet alleen het uitstellen van een wet, maar het normaliseren van minder controle in een periode waarin het land juist maximale waakzaamheid nodig heeft.

DNA moet daarom begrijpen dat deze

stemming later misschien zal worden gezien als één van de belangrijkste politieke momenten van deze generatie. Niet omdat het gaat om administratieve regels, maar omdat het gaat om de fundamentele vraag of Suriname eindelijk volwassen financieel bestuur wil ontwikkelen of opnieuw dezelfde weg wil bewandelen van improvisatie, politieke willekeur en
economische schade.

Want wanneer controle wordt uitgesteld terwijl de geldstromen groter worden, ontstaat altijd hetzelfde risico: dat niemand meer precies weet waar het geld gebleven is totdat het al te laat is. En als Suriname nu niet oppast, dan kijkt het land over tien jaar misschien

opnieuw terug op een periode waarin waarschuwingen werden genegeerd, controles werden afgezwakt en politici het volk opnieuw vroegen om blind vertrouwen.

Dat zou niet slechts een politieke fout zijn. Dat zou een historische tragedie zijn voor een land dat zich economisch simpelweg geen nieuwe financiële ramp

meer kan veroorloven.

Dr. Ashwin Ramcharan RO

| surinamevandaag | Door: Redactie