
Column: Reciprociteit
| starnieuws | Door: Redactie
Suriname en Nederland zijn dol op mooie woorden wanneer zij hun onderlinge relatie beschrijven. Gedeelde geschiedenis. Bijzondere banden, diaspora, vriendschap, wederzijds respect, gelijkwaardigheid en samenwerking. Het zijn woorden die bij vrijwel ieder bezoek van een Nederlandse bewindspersoon aan Suriname en iedere ontmoeting tussen beide regeringen terugkeren. En er is ook alle reden voor die verbondenheid. Onze landen zijn door eeuwen geschiedenis met elkaar verweven. Families wonen aan weerszijden van de oceaan. Honderdduizenden mensen van Surinaamse afkomst wonen in Nederland. We delen taal,
Gelijkwaardigheid wordt niet bepaald door wat twee regeringen tijdens staatsbezoeken tegen elkaar zeggen. Gelijkwaardigheid wordt uiteindelijk gevoeld door de gewone burger. De Surinamer die voor familiebezoek, vakantie of een andere korte reis naar Nederland wil, heeft een visum nodig. Hij moet formulieren invullen, documenten verzamelen, een afspraak maken, financiële en persoonlijke informatie overleggen, kosten betalen en vervolgens afwachten of hij toestemming krijgt om naar Nederland te reizen. De aanvraag wordt in Paramaribo via VFS Global ingediend. De Nederlandse overheid schrijft zelf voor dat onder meer de vereiste documenten moeten worden overgelegd, de aanvrager persoonlijk moet verschijnen, vingerafdrukken moet afstaan en vragen over de reis moet beantwoorden. Voor veel Surinamers is inmiddels niet alleen de visumplicht een bron van ergernis. Het
De nieuwe Nederlandse ambassadeur Marjolein Busstra erkende deze week in haar eerste radio-interview bij ABC dat Surinamers de procedure als belastend kunnen ervaren. Kosten, wachttijden, documenten en het prijsgeven van persoonlijke financiële gegevens kunnen zwaar wegen. Ook klachten over de bejegening door VFS Global wil zij serieus bekijken. Maar vervolgens komt het antwoord dat Surinamers inmiddels maar al te goed kennen: Nederland kan de visumplicht niet zelfstandig afschaffen. Nederland is onderdeel van Schengen en moet zich houden aan Europese afspraken. Formeel zal daar veel voor te zeggen zijn, maar dat is maatschappelijk en politiek onvoldoende. Want dan moeten we ook ophouden om bij iedere gelegenheid te spreken over die zo bijzondere, warme en vooral gelijkwaardige relatie tussen Suriname en Nederland. Nota bene bij het aantreden van dezelfde ambassadeur werd opnieuw gesproken over het verder verdiepen van
Een Nederlander die voor toerisme of familiebezoek naar Suriname komt, heeft geen vergelijkbare visumprocedure. Suriname heeft in 2022 eenzijdig de visumplicht voor burgers uit een groot aantal landen afgeschaft. Voor toeristisch en familiebezoek kan onder de geldende regeling worden volstaan met een Entry Fee. Voor onder meer werk en bepaalde stagedoeleinden gelden overigens wel andere voorwaarden. Daarmee ontstaat een merkwaardige situatie. De burger van het voormalige moederland kan relatief gemakkelijk Suriname binnenkomen. De burger van de voormalige kolonie die de omgekeerde reis maakt, moet eerst aantonen dat hij aan allerlei voorwaarden voldoet. En dan mogen we best een ongemakkelijke vraag stellen.
Hoeveel van de koloniale verhouding zit vijftig jaar na de onafhankelijkheid nog verscholen in de manier waarop wij met elkaar omgaan? Dat is geen beschuldiging dat Nederland Suriname nog steeds als kolonie bestuurt. Natuurlijk
Maar staatkundige onafhankelijkheid en mentale gelijkwaardigheid zijn niet noodzakelijk hetzelfde. Wijlen president Ronald Venetiaan waarschuwde daar op zijn manier al voor. In 1995, bij twintig jaar onafhankelijkheid, zei hij dat de goede verhouding met Nederland niet mocht ontaarden in overheersing en dat grenzen nodig waren om te voorkomen dat Nederlandse invloed contraproductief zou worden. Opmerkelijk voor Venetiaan merkte hij op dat de koloniale periode voorbij is, maar die geest nog altijd aanwezig is bij het voormalig moederland.
Dertig jaar later is het misschien goed die waarschuwing opnieuw te bekijken. Want een koloniale geest hoeft zich niet te manifesteren in een gouverneur, Nederlandse militairen of een vlag boven een regeringsgebouw. Zij kan ook worden ervaren in een verhouding waarin de ene partij bepaalt, voorwaarden stelt en controleert, terwijl van de
Kijk naar stages, projecten, onderzoek, kennisuitwisseling en technische assistentie. Nederlandse studenten, deskundigen, consultants en organisaties vinden Suriname gemakkelijk wanneer hier onderzoek kan worden gedaan, ervaring kan worden opgedaan of een project kan worden uitgevoerd. Dat is op zichzelf prima. Suriname heeft samenwerking en kennisuitwisseling nodig. Maar wij moeten veel vaker de omgekeerde vraag stellen: hoe gemakkelijk beweegt de Surinamer de andere kant op? Hoe wederkerig zijn onze stages? Hoe wederkerig is onze kennisuitwisseling? Hoeveel Surinaamse deskundigen worden ingezet in Nederland? Hoeveel Surinaamse instellingen bepalen mede de agenda van gezamenlijke projecten? Wie bepaalt wat Suriname nodig heeft? Wie schrijft de voorwaarden? Wie beheert het geld? Wie levert de expertise? Niet op al deze vragen zal het antwoord negatief zijn. Daar gaat het ook niet
We zullen zelf verantwoordelijkheid moeten nemen en niet bij ieder probleem met Nederland wijzen naar vier eeuwen kolonialisme en vervolgens zelf achteroverleunen. Als Nederland zegt dat de route naar verandering van de visumplicht via Europa loopt, dan moet onze regering precies uitzoeken welke diplomatieke mogelijkheden bestaan en die benutten. Niet één gesprek. Niet een vriendelijke mededeling tijdens een bilateraal bezoek. Niet opnieuw een commissie, maar gericht buitenlands beleid. Als visumvrij reizen niet onmiddellijk haalbaar is, onderhandel dan over concrete versoepelingen. Maak inzichtelijk welke stappen zijn gezet, wat Nederland kan doen, wat Brussel moet besluiten en waar de obstakels liggen. Ook het eigen beleid moet daarop worden gebaseerd. Waarom geven wij eenzijdig faciliteiten zonder serieus te bespreken welke wederkerigheid daar tegenover staat? Waarom vinden wij het soms bijna onbehoorlijk wanneer Suriname voorwaarden
Reciprociteit betekent namelijk niet dat Suriname uit boosheid morgen Nederlanders dezelfde administratieve hindernisbaan moet laten afleggen. Dat zou kinderachtig zijn. Reciprociteit betekent dat twee soevereine staten elkaar serieus genoeg nemen om te streven naar een verhouding waarin rechten, mogelijkheden, verplichtingen en voordelen zoveel mogelijk in balans zijn.Daarbij past ook zelfrespect. We hoeven Nederland niet kwalijk te nemen dat het zijn belangen verdedigt. Dat is precies wat een staat behoort te doen, maar anderzijds is het zaak dat Suriname zijn belangen evenredig en consequent verdedigt.
Het is mogelijk een deel van die koloniale erfenis die wij zo graag uitsluitend bij Nederland zoeken. Kolonialisme laat immers niet alleen sporen achter bij degene die regeerde. Het kan ook sporen achterlaten bij degene die geregeerd werd: de gewoonte om naar het voormalige moederland te kijken
Suriname hoeft geen gunst te vragen omdat het ooit een Nederlandse kolonie was. Nederland hoeft Suriname geen gunst te verlenen uit schuldgevoel over het verleden. We moeten iets veel eenvoudigers kunnen verlangen. Gelijkwaardigheid omdat we géén kolonie meer zijn. En gelijkwaardigheid moet je niet alleen horen wanneer een ambassadeur geloofsbrieven aanbiedt, een minister op bezoek komt of wanneer beide landen na een vergadering verklaren dat de betrekkingen “uitstekend” zijn. Gelijkwaardigheid moet je ervaren wanneer je als burger met die relatie in aanraking komt. Aan het loket. Bij een visumaanvraag. Tijdens een stage. Bij een studie. Binnen een gezamenlijk project. Bij de verdeling van kansen. En ja, ook in de manier waarop wij elkaar aanspreken.
/>familiebanden, cultuur, onderwijs, kennis en een geschiedenis die mooie, maar vooral ook zeer pijnlijke hoofdstukken kent. Maar misschien ontbreekt in dat diplomatieke woordenboek één belangrijk woord. Reciprociteit ofwel Wederkerigheid.
Gelijkwaardigheid wordt niet bepaald door wat twee regeringen tijdens staatsbezoeken tegen elkaar zeggen. Gelijkwaardigheid wordt uiteindelijk gevoeld door de gewone burger. De Surinamer die voor familiebezoek, vakantie of een andere korte reis naar Nederland wil, heeft een visum nodig. Hij moet formulieren invullen, documenten verzamelen, een afspraak maken, financiële en persoonlijke informatie overleggen, kosten betalen en vervolgens afwachten of hij toestemming krijgt om naar Nederland te reizen. De aanvraag wordt in Paramaribo via VFS Global ingediend. De Nederlandse overheid schrijft zelf voor dat onder meer de vereiste documenten moeten worden overgelegd, de aanvrager persoonlijk moet verschijnen, vingerafdrukken moet afstaan en vragen over de reis moet beantwoorden. Voor veel Surinamers is inmiddels niet alleen de visumplicht een bron van ergernis. Het
gaat ook om de procedure en de manier waarop zij daarin worden behandeld.
De nieuwe Nederlandse ambassadeur Marjolein Busstra erkende deze week in haar eerste radio-interview bij ABC dat Surinamers de procedure als belastend kunnen ervaren. Kosten, wachttijden, documenten en het prijsgeven van persoonlijke financiële gegevens kunnen zwaar wegen. Ook klachten over de bejegening door VFS Global wil zij serieus bekijken. Maar vervolgens komt het antwoord dat Surinamers inmiddels maar al te goed kennen: Nederland kan de visumplicht niet zelfstandig afschaffen. Nederland is onderdeel van Schengen en moet zich houden aan Europese afspraken. Formeel zal daar veel voor te zeggen zijn, maar dat is maatschappelijk en politiek onvoldoende. Want dan moeten we ook ophouden om bij iedere gelegenheid te spreken over die zo bijzondere, warme en vooral gelijkwaardige relatie tussen Suriname en Nederland. Nota bene bij het aantreden van dezelfde ambassadeur werd opnieuw gesproken over het verder verdiepen van
de “hechte en gelijkwaardige banden” tussen beide landen. Gelijkwaardigheid moet ergens zichtbaar worden.
Een Nederlander die voor toerisme of familiebezoek naar Suriname komt, heeft geen vergelijkbare visumprocedure. Suriname heeft in 2022 eenzijdig de visumplicht voor burgers uit een groot aantal landen afgeschaft. Voor toeristisch en familiebezoek kan onder de geldende regeling worden volstaan met een Entry Fee. Voor onder meer werk en bepaalde stagedoeleinden gelden overigens wel andere voorwaarden. Daarmee ontstaat een merkwaardige situatie. De burger van het voormalige moederland kan relatief gemakkelijk Suriname binnenkomen. De burger van de voormalige kolonie die de omgekeerde reis maakt, moet eerst aantonen dat hij aan allerlei voorwaarden voldoet. En dan mogen we best een ongemakkelijke vraag stellen.
Hoeveel van de koloniale verhouding zit vijftig jaar na de onafhankelijkheid nog verscholen in de manier waarop wij met elkaar omgaan? Dat is geen beschuldiging dat Nederland Suriname nog steeds als kolonie bestuurt. Natuurlijk
niet. Suriname is sinds 25 november 1975 een onafhankelijke republiek en draagt zelf verantwoordelijkheid voor zijn successen én mislukkingen.
Maar staatkundige onafhankelijkheid en mentale gelijkwaardigheid zijn niet noodzakelijk hetzelfde. Wijlen president Ronald Venetiaan waarschuwde daar op zijn manier al voor. In 1995, bij twintig jaar onafhankelijkheid, zei hij dat de goede verhouding met Nederland niet mocht ontaarden in overheersing en dat grenzen nodig waren om te voorkomen dat Nederlandse invloed contraproductief zou worden. Opmerkelijk voor Venetiaan merkte hij op dat de koloniale periode voorbij is, maar die geest nog altijd aanwezig is bij het voormalig moederland.
Dertig jaar later is het misschien goed die waarschuwing opnieuw te bekijken. Want een koloniale geest hoeft zich niet te manifesteren in een gouverneur, Nederlandse militairen of een vlag boven een regeringsgebouw. Zij kan ook worden ervaren in een verhouding waarin de ene partij bepaalt, voorwaarden stelt en controleert, terwijl van de
andere wordt verwacht dat zij uitlegt, bewijst en zich conformeert. Dat gevoel leeft bij Surinamers. En daarom gaat het hier om veel meer dan een visum.
Kijk naar stages, projecten, onderzoek, kennisuitwisseling en technische assistentie. Nederlandse studenten, deskundigen, consultants en organisaties vinden Suriname gemakkelijk wanneer hier onderzoek kan worden gedaan, ervaring kan worden opgedaan of een project kan worden uitgevoerd. Dat is op zichzelf prima. Suriname heeft samenwerking en kennisuitwisseling nodig. Maar wij moeten veel vaker de omgekeerde vraag stellen: hoe gemakkelijk beweegt de Surinamer de andere kant op? Hoe wederkerig zijn onze stages? Hoe wederkerig is onze kennisuitwisseling? Hoeveel Surinaamse deskundigen worden ingezet in Nederland? Hoeveel Surinaamse instellingen bepalen mede de agenda van gezamenlijke projecten? Wie bepaalt wat Suriname nodig heeft? Wie schrijft de voorwaarden? Wie beheert het geld? Wie levert de expertise? Niet op al deze vragen zal het antwoord negatief zijn. Daar gaat het ook niet
om. Het gaat erom dat Suriname na vijftig jaar onafhankelijkheid volwassen genoeg moet zijn om ze te stellen.
We zullen zelf verantwoordelijkheid moeten nemen en niet bij ieder probleem met Nederland wijzen naar vier eeuwen kolonialisme en vervolgens zelf achteroverleunen. Als Nederland zegt dat de route naar verandering van de visumplicht via Europa loopt, dan moet onze regering precies uitzoeken welke diplomatieke mogelijkheden bestaan en die benutten. Niet één gesprek. Niet een vriendelijke mededeling tijdens een bilateraal bezoek. Niet opnieuw een commissie, maar gericht buitenlands beleid. Als visumvrij reizen niet onmiddellijk haalbaar is, onderhandel dan over concrete versoepelingen. Maak inzichtelijk welke stappen zijn gezet, wat Nederland kan doen, wat Brussel moet besluiten en waar de obstakels liggen. Ook het eigen beleid moet daarop worden gebaseerd. Waarom geven wij eenzijdig faciliteiten zonder serieus te bespreken welke wederkerigheid daar tegenover staat? Waarom vinden wij het soms bijna onbehoorlijk wanneer Suriname voorwaarden
wil stellen aan buitenlandse partners, terwijl wij het normaal vinden wanneer andere landen dat tegenover ons doen?
Reciprociteit betekent namelijk niet dat Suriname uit boosheid morgen Nederlanders dezelfde administratieve hindernisbaan moet laten afleggen. Dat zou kinderachtig zijn. Reciprociteit betekent dat twee soevereine staten elkaar serieus genoeg nemen om te streven naar een verhouding waarin rechten, mogelijkheden, verplichtingen en voordelen zoveel mogelijk in balans zijn.Daarbij past ook zelfrespect. We hoeven Nederland niet kwalijk te nemen dat het zijn belangen verdedigt. Dat is precies wat een staat behoort te doen, maar anderzijds is het zaak dat Suriname zijn belangen evenredig en consequent verdedigt.
Het is mogelijk een deel van die koloniale erfenis die wij zo graag uitsluitend bij Nederland zoeken. Kolonialisme laat immers niet alleen sporen achter bij degene die regeerde. Het kan ook sporen achterlaten bij degene die geregeerd werd: de gewoonte om naar het voormalige moederland te kijken
voor toestemming, erkenning, geld, oplossingen en uiteindelijk zelfs waardering. Ook daarvan moeten we ons bevrijden, of is het zoals Bob Marly zingt Emancipate yourselves from mental slavery, none but ourselves can free our minds.
Suriname hoeft geen gunst te vragen omdat het ooit een Nederlandse kolonie was. Nederland hoeft Suriname geen gunst te verlenen uit schuldgevoel over het verleden. We moeten iets veel eenvoudigers kunnen verlangen. Gelijkwaardigheid omdat we géén kolonie meer zijn. En gelijkwaardigheid moet je niet alleen horen wanneer een ambassadeur geloofsbrieven aanbiedt, een minister op bezoek komt of wanneer beide landen na een vergadering verklaren dat de betrekkingen “uitstekend” zijn. Gelijkwaardigheid moet je ervaren wanneer je als burger met die relatie in aanraking komt. Aan het loket. Bij een visumaanvraag. Tijdens een stage. Bij een studie. Binnen een gezamenlijk project. Bij de verdeling van kansen. En ja, ook in de manier waarop wij elkaar aanspreken.
Na ruim vijftig jaar onafhankelijkheid mogen Nederland en Suriname best blijven spreken over hun bijzondere relatie. Onze geschiedenis en onze mensen maken die relatie nu eenmaal bijzonder. Maar misschien moeten we vanaf nu, iedere keer wanneer het woord gelijkwaardigheid valt, één eenvoudige vraag stellen: Waar is de wederkerigheid? Geen gunsten, geen vergelding, geen nostalgie naar het moederland en geen permanente boosheid op de voormalige kolonisator. Twee volwassen landen. Twee soevereine staten. Respect voor elkaars burgers. Rechten én verplichtingen over en weer. Daar bestaat een uitstekend woord voor; RECIPROCITEIT.
Wilfred Leeuwin
| starnieuws | Door: Redactie



































