
Caribbean Court of Justice veroordeelt Suriname in zaak Ramsamooj
| starnieuws | Door: Redactie
De zitting van CCJ, waarbij de zaak in het Nederlands is vertaald.
De uitspraak werd zojuist uitgesproken door het regionale
Vastgehouden tijdens onderzoek
Volgens het hof werd Ramsamooj op 6 oktober 2020 in hotel Krasnapolsky in Paramaribo benaderd
De CCJ stelde vast dat Ramsamooj gedurende twee periodes van telkens acht dagen
De voorlopige
Recht op advocaat centraal
De kern van de zaak draaide om de vraag of de beperkingen op toegang tot een advocaat in strijd waren met de rechten die CARICOM-burgers genieten onder het herziene Verdrag van Chaguaramas, waaronder het recht op vrije beweging binnen de regio.
Het CCJ
Het hof stelde vast dat artikel 40 van het Surinaamse Wetboek van
Volgens de CCJ leidde de toepassing van de Surinaamse regeling
Geen oordeel over strafzaak zelf
De CCJ benadrukte dat de uitspraak
Het hof wees daarnaast een
Wel accepteerde het hof medische deskundigenrapporten waaruit bleek dat Ramsamooj tijdens zijn detentie ernstige gezondheidsproblemen ontwikkelde, waaronder cardiovasculaire complicaties en een beroerte. Volgens het hof hebben de omstandigheden van zijn detentie daaraan bijgedragen.
Belangrijke uitspraak voor CARICOM
/>De uitspraak wordt gezien als een belangrijke juridische ontwikkeling binnen CARICOM, omdat het hof expliciet bevestigt dat fundamentele mensenrechten onderdeel vormen van het gemeenschapsrecht binnen de regio. Het CCJ stelde dat rechten zoals vrije beweging binnen CARICOM niet effectief kunnen functioneren zonder minimale bescherming van fundamentele rechtsbeginselen. Het Caribbean Court of Justice (CCJ) heeft geoordeeld dat Suriname het recht op vrije beweging van de Trinidadiaanse politiek analist
Derek Anand Ramsamooj heeft geschonden door hem in 2020 gedurende langere tijd vast te houden zonder effectieve toegang tot een advocaat. Het hof kende Ramsamooj een schadevergoeding toe van USD 30.000 wegens de ernstige schending van zijn rechten binnen de CARICOM-gemeenschap.
De uitspraak werd zojuist uitgesproken door het regionale
hof in de zaak Derek Anand Ramsamooj versus de Staat Suriname. Ramsamooj, een staatsburger van Trinidad en Tobago, werkte volgens het hof regelmatig in Suriname als politiek consultant voor de regering-Bouterse.
Vastgehouden tijdens onderzoek
Volgens het hof werd Ramsamooj op 6 oktober 2020 in hotel Krasnapolsky in Paramaribo benaderd
door de politie, die zijn paspoort innam en hem opdroeg zich de volgende dag te melden. Daarna werd hij aangehouden in verband met een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende corruptie en fraude binnen de vorige Surinaamse regering.
De CCJ stelde vast dat Ramsamooj gedurende twee periodes van telkens acht dagen
werd vastgehouden op basis van artikel 40 van het Surinaamse Wetboek van Strafvordering, zonder effectieve toegang tot juridische bijstand. Tijdens zijn verhoor werd hij in het Nederlands ondervraagd met behulp van een tolk en werd een verklaring in het Nederlands opgenomen die later tegen hem werd gebruikt.
De voorlopige
hechtenis duurde uiteindelijk tot 22 december 2020, toen hij wegens verslechterde gezondheidsomstandigheden werd vrijgelaten. In maart 2021 werden formele beschuldigingen tegen hem ingediend, waaronder deelname aan een criminele organisatie, fraude en witwassen. Zijn paspoorten bleven tot september 2022 in beslag genomen, waarna hij toestemming kreeg Suriname te verlaten voor medische
behandeling.
Recht op advocaat centraal
De kern van de zaak draaide om de vraag of de beperkingen op toegang tot een advocaat in strijd waren met de rechten die CARICOM-burgers genieten onder het herziene Verdrag van Chaguaramas, waaronder het recht op vrije beweging binnen de regio.
Het CCJ
oordeelde dat fundamentele mensenrechten noodzakelijk zijn om de rechten van CARICOM-burgers effectief te kunnen uitoefenen. Volgens het hof behoort toegang tot juridische bijstand vanaf het eerste verhoor tot de minimale rechtsbescherming die binnen de CARICOM-gemeenschap moet gelden.
Het hof stelde vast dat artikel 40 van het Surinaamse Wetboek van
Strafvordering onvoldoende waarborgen biedt wanneer een verdachte gedurende de onderzoeksfase geen effectieve toegang heeft tot een advocaat. Daarbij verwees het hof onder meer naar internationale mensenrechtenstandaarden en eerdere uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Volgens de CCJ leidde de toepassing van de Surinaamse regeling
in dit geval tot een ontoelaatbare beperking van het recht op vrije beweging binnen CARICOM. Het hof benadrukte dat lidstaten zich niet kunnen beroepen op nationale procedures wanneer die in strijd zijn met minimale mensenrechtenstandaarden binnen de gemeenschap.
Geen oordeel over strafzaak zelf
De CCJ benadrukte dat de uitspraak
niet betekent dat Suriname geen strafrechtelijke vervolging tegen Ramsamooj mag voortzetten. Het hof stelde echter wel dat verklaringen of bewijsmateriaal die voortkomen uit de periode waarin zijn rechten werden geschonden, niet gebruikt mogen worden indien dit opnieuw in strijd zou zijn met het gemeenschapsrecht.
Het hof wees daarnaast een
deel van de vorderingen van Ramsamooj af. Zo werd geen afzonderlijke uitspraak gedaan over zijn recht om diensten aan te bieden binnen CARICOM, omdat volgens het hof onvoldoende was aangetoond dat hij op dat moment actief diensten verleende in de zin van het verdrag. Ook werd geen volledig causaal verband
vastgesteld tussen zijn medische kosten en de schending van zijn rechten.
Wel accepteerde het hof medische deskundigenrapporten waaruit bleek dat Ramsamooj tijdens zijn detentie ernstige gezondheidsproblemen ontwikkelde, waaronder cardiovasculaire complicaties en een beroerte. Volgens het hof hebben de omstandigheden van zijn detentie daaraan bijgedragen.
Belangrijke uitspraak voor CARICOM
| starnieuws | Door: Redactie




































