
Bescherming zwakkere partij bij internationale overeenkomsten
| starnieuws | Door: Redactie
In de jongste editie van het Surinaams Juristenblad (SJB 2025 nr. 2) is een interessante bijdrage verschenen van mr. dr. Gaetano N. Best over de bescherming van de zwakkere partij bij internationale
overeenkomsten. Best identificeert het volgende juridische probleem: ongelijkheid tussen Surinaamse en buitenlandse contractspartijen, die ontstaat doordat buitenlandse partijen vaak kapitaal en kennis aanbieden en over voldoende onderhandelingsmacht beschikken, waardoor zij de voorwaarden van internationale overeenkomsten vrijwel volledig kunnen dicteren. In zijn bijdrage richt Best zich op de vraag hoe Surinaamse partijen, waaronder de Staat en overige rechtspersonen, kunnen worden beschermd tegen contractuele bedingen die hun rechtspositie ondermijnen.In de praktijk blijkt dat Surinaamse partijen regelmatig internationale overeenkomsten aangaan waaruit voor hen zwaarwegende risico’s voortvloeien. Eén van de meest voorkomende problematische contractuele bepalingen is het forumkeuzebeding, waarbij partijen overeenkomen dat geschillen uitsluitend
mogen worden voorgelegd aan een buitenlandse geschilbeslechter. Voor de Surinaamse partij vormt het forumkeuzebeding een barrière, omdat procederen in het buitenland exorbitant duur is. Daardoor zijn de contractuele rechten die op papier bestaan, in werkelijkheid nauwelijks afdwingbaar. Een andere problematische contractuele afspraak is dat buitenlandse partijen bij hun rechtskeuze vrijwel standaard kiezen voor de toepasselijkheid van buitenlands recht. Hierdoor wordt van Surinaamse partijen verwacht dat zij juridisch advies inwinnen bij een advocaat die het buitenlandse recht beheerst, hetgeen vaak achterwege blijft vanwege de hoge kosten. Daardoor komt het regelmatig voor dat Surinaamse partijen overeenkomsten aangaan waarvan zij de reikwijdte niet volledig kennen en bij een geschil nalaten hun rechten af te dwingen.Best bespreekt verder of het internationaal privaatrecht mogelijkheden biedt om deze ongelijkheid te corrigeren. Eén van die mogelijkheden is de rechtsfiguur van het bijzonder dwingend recht, die voorschrijft dat nationale bepalingen die een staat dermate essentieel acht voor de bescherming van zijn eigen economische, sociale of politieke belangen, voorrang krijgen boven het door partijen gekozen recht (artikel 10:7 lid 1 NL-BW). Deze figuur zou in theorie kunnen worden ingezet om Surinaamse partijen te beschermen tegen contractuele voorwaarden die hun toegang tot effectieve rechtsbescherming aantasten. De vraag is echter of deze figuur in de internationale praktijk daadwerkelijk effectief kan worden ingezet, aangezien buitenlandse rechters slechts in beperkte en duidelijk omschreven gevallen bereid zijn nationale voorrangsregels te erkennen.Het idee om via een Wet Voorrangsregels Internationale Overeenkomsten af te dwingen dat op elke internationale overeenkomst waarbij Suriname partij is en die geheel of gedeeltelijk in Suriname wordt uitgevoerd, uitsluitend Surinaams recht van toepassing mag zijn en dat geschillen steeds in Suriname moeten worden beslecht, lijkt op het eerste gezicht aantrekkelijk. Toch wijst Best erop dat een dergelijke benadering juridisch weinig effectief zou zijn. In het internationaal privaatrecht is het doel van voorrangsregels niet om rechtskeuze te verbieden, maar om in uitzonderlijke gevallen fundamentele nationale bepalingen toch toepassing te laten vinden. Een wettelijk verbod op rechts- of forumkeuze zou waarschijnlijk door buitenlandse rechters niet worden erkend, waardoor de praktische waarde van zo’n wet uiterst beperkt zou blijven.Daarom verschuift in het artikel de focus naar haalbare en meer pragmatische oplossingen. Suriname beschikt met zijn vernieuwde privaatrecht, een onafhankelijke rechterlijke macht en de aanwezigheid van het Surinaams Arbitrage Instituut (hierna: “SAI”) over een volwaardig nationaal alternatief voor contractuele geschilbeslechting. Het SAI biedt bovendien de mogelijkheid om arbitrage in Suriname zelf te laten plaatsvinden met buitenlandse arbiters. Buitenlandse partijen zouden daardoor geen wezenlijk nadeel ondervinden als zij instemmen met Surinaams recht en Surinaamse geschilbeslechting. Tegelijkertijd krijgen Surinaamse partijen hierdoor de kans om tegen aanzienlijk lagere kosten juridisch advies in te winnen en gemaakte afspraken daadwerkelijk af te dwingen.Best concludeert dat duurzame verbetering van de positie van de Surinaamse partij bij internationale overeenkomsten begint bij erkenning van het probleem. Zowel overheid als bedrijfsleven moeten onder ogen zien dat Surinaamse partijen, ongeacht hun statuur, structureel in een zwakkere positie verkeren bij internationale overeenkomsten. Die erkenning vormt de noodzakelijke basis voor het ontwikkelen van beleid dat de contractuele weerbaarheid van Surinaamse partijen versterkt.Gerrold E.R. Adipoera
| starnieuws | Door: Redactie




































