
VS voert uitzettingen naar derde landen op, ondanks kritiek op mensenrechten
| starnieuws | Door: Redactie
Gedeporteerden stappen in een vliegtuig tijdens een deportatieoperatie door de Amerikaanse immigratie- en douanedienst (ICE), uitgevoerd via militair luchttransport op Fort Bliss, Texas, Verenigde Staten. (Foto via AFP) De Amerikaanse regering onder president Donald Trump heeft het uitzetten van migranten naar landen waarvan zij geen staatsburger zijn, verder uitgebreid. Volgens mensenrechtenorganisaties zijn sinds januari 2025 tienduizenden mensen op deze manier overgebracht. De maatregel ligt onder vuur vanwege de risico’s op vervolging, mishandeling en het ontbreken van voldoende juridische bescherming.
Trump beloofde
Bij de zogenoemde uitzettingen naar derde landen worden migranten niet rechtstreeks naar hun land van herkomst gestuurd, maar naar een ander land dat ermee heeft ingestemd hen op te nemen. De Amerikaanse regering sluit daarvoor overeenkomsten of maakt afspraken met buitenlandse overheden.
Meer dan 25.000 mensen uitgezet
Volgens Refugees International en Human Rights First zijn op basis van mediaberichten en informatie van advocaten inmiddels meer dan 25.000 mensen onder dwang naar derde landen uitgezet. Uit gegevens van het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid blijkt eveneens dat de praktijk op grote schaal wordt toegepast. De cijfers van
Liberia heeft ermee ingestemd maximaal 1.200 mensen uit derde landen op te nemen. In augustus 2026 arriveerde daar een eerste groep van twintig gedeporteerden, onder wie mensen uit Venezuela en Cuba. Ook landen als Eswatini en Kameroen hebben personen opgenomen die door de Verenigde Staten zijn uitgezet.
De Amerikaanse regering heeft bij dergelijke afspraken onder meer financiële steun en andere vormen van samenwerking
Juridische strijd over uitzettingen
Het beleid heeft geleid tot een juridische strijd in de Verenigde Staten. Op 18 september oordeelde een federaal hof van beroep dat het beleid onrechtmatig was, omdat migranten onvoldoende gelegenheid kregen om bezwaar te maken tegen hun overbrenging naar derde landen en aan te voeren dat zij daar gevaar liepen.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof maakte op 29 september echter de weg vrij voor hervatting van de uitzettingen, door de uitspraak van de lagere rechter voorlopig op te schorten. Daardoor kan de regering het beleid tijdens de verdere behandeling van de zaak voortzetten. Het Hooggerechtshof zal zich naar verwachting in december over de kwestie buigen. Een definitief oordeel over de rechtmatigheid van het beleid is daarmee nog niet gegeven.
De beslissing betekent dat migranten voorlopig opnieuw naar
Zorgen over veiligheid en rechtsbescherming
Mensenrechtenorganisaties en deskundigen van de Verenigde Naties hebben gewaarschuwd voor de gevolgen van deze praktijk. Een belangrijk punt van kritiek is dat sommige gedeporteerden terechtkomen in landen waarmee zij geen familiebanden, verblijfsrecht of andere persoonlijke banden hebben. Ook spreken zij soms de taal niet en beschikken zij niet over documenten die nodig zijn om zich in het ontvangende land te vestigen.
Daarnaast bestaat de vrees dat sommige landen onvoldoende mogelijkheden bieden om asiel aan te vragen of bescherming te krijgen. Er is ook bezorgdheid dat mensen uiteindelijk alsnog naar hun land van herkomst worden teruggestuurd, waar zij mogelijk gevaar lopen.
Volgens Human Rights Watch zijn onder de mensen die naar derde landen zijn overgebracht personen die
Het Amerikaanse beleid staat daarmee op gespannen voet met internationale verplichtingen die mensen moeten beschermen tegen terugkeer naar landen waar zij gevaar lopen op vervolging of marteling. Het VN-Verdrag tegen foltering verbiedt staten iemand over te dragen aan een ander land wanneer er zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat die persoon daar gevaar loopt te worden gemarteld.
De Amerikaanse regering verdedigt de uitzettingen als onderdeel van haar immigratiebeleid. Tegenstanders stellen daartegenover dat de snelheid waarmee mensen worden overgebracht en het gebrek aan voorafgaande rechtsbescherming het risico vergroten dat mensenrechten worden geschonden.
Trump beloofde
tijdens zijn verkiezingscampagne de grootste deportatieoperatie in de Amerikaanse geschiedenis uit te voeren. Sinds zijn aantreden in januari 2025 heeft zijn regering de immigratiehandhaving aangescherpt, met arrestaties en uitzettingen in het hele land. Ook asielzoekers en mensen die vrezen voor hun veiligheid bij terugkeer naar hun geboorteland, zijn door het beleid getroffen.
Bij de zogenoemde uitzettingen naar derde landen worden migranten niet rechtstreeks naar hun land van herkomst gestuurd, maar naar een ander land dat ermee heeft ingestemd hen op te nemen. De Amerikaanse regering sluit daarvoor overeenkomsten of maakt afspraken met buitenlandse overheden.
Meer dan 25.000 mensen uitgezet
Volgens Refugees International en Human Rights First zijn op basis van mediaberichten en informatie van advocaten inmiddels meer dan 25.000 mensen onder dwang naar derde landen uitgezet. Uit gegevens van het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid blijkt eveneens dat de praktijk op grote schaal wordt toegepast. De cijfers van
de overheid kunnen volgens de onderzoekers een onderschatting zijn.
De regering-Trump heeft afspraken gemaakt met verschillende landen in Afrika en andere regio’s. Sommige landen nemen migranten tijdelijk op, terwijl andere afspraken hebben gemaakt over opvang of de behandeling van asielaanvragen. In bepaalde gevallen worden uitgezette personen vastgehouden in gevangenissen.
Liberia heeft ermee ingestemd maximaal 1.200 mensen uit derde landen op te nemen. In augustus 2026 arriveerde daar een eerste groep van twintig gedeporteerden, onder wie mensen uit Venezuela en Cuba. Ook landen als Eswatini en Kameroen hebben personen opgenomen die door de Verenigde Staten zijn uitgezet.
De Amerikaanse regering heeft bij dergelijke afspraken onder meer financiële steun en andere vormen van samenwerking
in het vooruitzicht gesteld. Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat hierdoor landen met uiteenlopende mensenrechtenproblemen betrokken raken bij het Amerikaanse uitzettingsbeleid.
Juridische strijd over uitzettingen
Het beleid heeft geleid tot een juridische strijd in de Verenigde Staten. Op 18 september oordeelde een federaal hof van beroep dat het beleid onrechtmatig was, omdat migranten onvoldoende gelegenheid kregen om bezwaar te maken tegen hun overbrenging naar derde landen en aan te voeren dat zij daar gevaar liepen.
Het Amerikaanse Hooggerechtshof maakte op 29 september echter de weg vrij voor hervatting van de uitzettingen, door de uitspraak van de lagere rechter voorlopig op te schorten. Daardoor kan de regering het beleid tijdens de verdere behandeling van de zaak voortzetten. Het Hooggerechtshof zal zich naar verwachting in december over de kwestie buigen. Een definitief oordeel over de rechtmatigheid van het beleid is daarmee nog niet gegeven.
De beslissing betekent dat migranten voorlopig opnieuw naar
derde landen kunnen worden gestuurd zonder dat zij vooraf in alle gevallen voldoende gelegenheid krijgen om hun vrees voor vervolging of marteling daar aan te voeren.
Zorgen over veiligheid en rechtsbescherming
Mensenrechtenorganisaties en deskundigen van de Verenigde Naties hebben gewaarschuwd voor de gevolgen van deze praktijk. Een belangrijk punt van kritiek is dat sommige gedeporteerden terechtkomen in landen waarmee zij geen familiebanden, verblijfsrecht of andere persoonlijke banden hebben. Ook spreken zij soms de taal niet en beschikken zij niet over documenten die nodig zijn om zich in het ontvangende land te vestigen.
Daarnaast bestaat de vrees dat sommige landen onvoldoende mogelijkheden bieden om asiel aan te vragen of bescherming te krijgen. Er is ook bezorgdheid dat mensen uiteindelijk alsnog naar hun land van herkomst worden teruggestuurd, waar zij mogelijk gevaar lopen.
Volgens Human Rights Watch zijn onder de mensen die naar derde landen zijn overgebracht personen die
in de Verenigde Staten bescherming tegen terugkeer naar hun geboorteland hadden gekregen. De organisatie documenteerde onder meer uitzettingen naar Kameroen en Eswatini.
Het Amerikaanse beleid staat daarmee op gespannen voet met internationale verplichtingen die mensen moeten beschermen tegen terugkeer naar landen waar zij gevaar lopen op vervolging of marteling. Het VN-Verdrag tegen foltering verbiedt staten iemand over te dragen aan een ander land wanneer er zwaarwegende gronden zijn om aan te nemen dat die persoon daar gevaar loopt te worden gemarteld.
De Amerikaanse regering verdedigt de uitzettingen als onderdeel van haar immigratiebeleid. Tegenstanders stellen daartegenover dat de snelheid waarmee mensen worden overgebracht en het gebrek aan voorafgaande rechtsbescherming het risico vergroten dat mensenrechten worden geschonden.
| starnieuws | Door: Redactie




































