
RECHTER WIJST VERZOEKT INVRIJHEIDSSTELLING REÇUFRAUDE-VERDACHTEN AF
| dagblad de west | Door: Redactie
Op 25 januari 2024 is de behandeling van de reçufraudezaak tegen de verdachten D. Kom, M. Kom, R. Koendjbiharie, M. Rother, Y. Rother en S. Cruden voortgezet door de kantonrechter. De laatstgenoemde verdachte was afwezig. De zaak stond voor dupliek van de advocaten.
Advocaat Kanhai heeft tijdens zijn dupliek aangegeven, dat hij blijft bij hetgeen hij tijdens zijn pleidooi heeft aangevoerd. Hij vroeg om de vervolgingsambtenaar niet ontvankelijk te verklaren en de verdachten vrij te spreken.
Verder vroeg hij om het beslag op de in beslag genomen goederen op te heffen en de goederen terug te geven, omdat de staat in zijn totaliteit terug is betaald en geen verlies heeft geleden. Hij deed ook een verzoek tot vrijlating van de verdachten M. Rother, D. Kom en R. Koendjbiharie, die thans in detentie zitten.
Advocaat Denz heeft in zijn dupliek ook aangegeven, dat hij blijft bij hetgeen hij tijdens zijn pleidooi heeft aangevoerd. Hij
Advocaat Pick heeft toegelicht dat hij ook blijft bij hetgeen hij tijdens het pleidooi naar voren bracht.
Verder vroeg hij de kantonrechter om de voorlopige hechtenis van de thans ingesloten verdachten op te schorten onder door de kantonrechter te stellen voorwaarden.
Advocaat Algoe bleef ook bij de tijdens het pleidooi gevraagde vrijspraak voor haar cliënt, verdachte Cruden. De kantonrechter heeft de verzoeken tot invrijheidstelling afgewezen. Op 22 februari 2024 zal de strafzaak worden voortgezet. Op die dag zullen de verdachten het laatste woord voeren. De rechter zal daarna de uitspraak doen.
Reçufraude
Op 28 juni 2022 is door de directeur van het ministerie van Financiën en Planning, aangifte gedaan contra de verdachte Robert Koendjbiharie ter zake valsheid in geschrifte en oplichting van een bedrag van SRD 40.965.597,42. Naar aanleiding van het onderzoek kwam de persoon
Na de aanhouding van Sergio Cruden, heeft de procureur-generaal bij het Hof van Justitie de opsporing, aanhouding en voorgeleiding gelast van de verdachte Rother, Mosa Izaak, die de bode was van het ministerie van Financiën. Rother werd ervan verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie, oplichting, valsheid in geschrifte, money laundering, verduistering dan wel medeplichtigheid daaraan, zoals omschreven in het Surinaams Wetboek van Strafrecht.
Gedurende het verdere onderzoek is gebleken, dat er onder meer woningen, voertuigen en sieraden zijn aangeschaft met een deel van de gelden. Kort daarna
Mosa Rother en Danielle Kom worden in deze strafzaak gezien als de hoofddaders en blijken naar verluidt, sinds 2015 in dienst te zijn bij het ministerie van Financiën. De verdachte Rother, had naar verluidt, al jaren voor zijn indiensttreding een strafblad.
| dagblad de west | Door: Redactie



































