• maandag 23 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Eerste consultatieronde gehouden voor productie 7de Nationaal Biodiversiteitsrapport

Ingediend door admin op

Het Ministerie van Olie, Gas en Milieu (OGM) heeft op vrijdag 9 januari 2026 de eerste consultatieronde gehouden in het kader van de productie van het Zevende Nationaal Rapport (7NR) aan de Conventie inzake Biologische Diversiteit (CBD). Tijdens deze bijeenkomst zijn stakeholders uit verschillende sectoren betrokken bij het verifiëren en aanvullen van de eerste verzamelde gegevens over de status van biodiversiteit in Suriname.

Het 7de Nationaal Rapport is een officieel nationaal voortgangsverslag dat Suriname uiterlijk februari 2026 indient bij de Verenigde Naties. In het rapport wordt inzicht gegeven in de mate waarin nationale inspanningen aansluiten bij het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework, dat richting geeft aan mondiale biodiversiteitsdoelstellingen

tot 2030.

Tijdens de opening van de bijeenkomst, gehouden door de Directeur Milieu van het Ministerie van Olie, Gas en Milieu, de heer Ritesh Sardjoe, werd stilgestaan bij het belang van gezamenlijke inzet bij de uitvoering van het nationale biodiversiteitsbeleid. Daarbij werd benadrukt dat de nationale rapportage binnen het kader van de CBD fungeert als een periodiek evaluatiemoment om inzicht te verkrijgen in de voortgang van de implementatie van vastgestelde beleidsdoelen. Tevens werd aandacht besteed aan het belang van duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, eerlijke verdeling van voordelen en het integreren van biodiversiteit binnen beleid van andere ministeries en sectoren.

Brede consultatie

als basis

Het Ministerie van Olie, Gas en Milieu vervult in dit proces de rol van nationale autoriteit (Focal Point) en is verantwoordelijk voor de coördinatie en uiteindelijke indiening van het rapport namens de Staat Suriname. De technische samenstelling en dataverzameling vinden plaats door Stichting SOBA, onder coördinatie van het ministerie. De uitvoering wordt ondersteund door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP).

Bij de totstandkoming van het rapport is gekozen voor een brede consultatie met stakeholders uit onder andere de bosbouw, visserij, landbouw, overheid, maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van inheemse en tribale gemeenschappen. Biodiversiteit raakt meerdere sectoren, waardoor hun gezamenlijke inbreng essentieel is voor een evenwichtig en realistisch nationaal overzicht.

Verificatie en consolidatie van data

De eerste consultatieronde vormt een belangrijk moment binnen het rapportageproces. Tijdens de sessie is nagegaan in hoeverre beschikbare cijfers, beleidsinformatie en veldgegevens overeenkomen met praktijkervaringen van betrokken instituten. Deze input wordt door de consultant verwerkt in de eerste conceptversie van het rapport, die in een later stadium opnieuw zal worden voorgelegd voor verdere validatie.

Stand van biodiversiteit

Suriname geldt internationaal als een High Forest Cover, Low Deforestation (HFLD)-land. Tegelijkertijd neemt de druk op ecosystemen toe als gevolg van menselijke activiteiten, wat het belang van structurele monitoring en beleidsmatige afstemming onderstreept.

Sinds de vorige rapportage zijn op verschillende beleidsterreinen stappen gezet. Voorbeelden hiervan zijn de vaststelling van de National Biodiversity Strategy and Action Plan (NBSAP 2024–2035), de operationalisering van het Sustainable Forest Information System Suriname (SFISS) en de actualisatie van de Code of Practice voor houtexploitatie. Daarnaast zijn ontwikkelingen zichtbaar op het gebied van duurzame visserij en marien beleid.

Tegelijkertijd blijven er uitdagingen bestaan, onder meer ten aanzien van de structurele beschikbaarheid van wetenschappelijke data, de uitvoering van specifieke milieuwetgeving en de inzet van technisch en wetenschappelijk personeel voor langdurige monitoring.

Koppeling aan nationaal beleid

Het 7de Nationaal Rapport fungeert als monitoringsinstrument voor de uitvoering van het NBSAP en levert inhoudelijke onderbouwing voor de nationale Green Development Strategy. Daarnaast kan een kwalitatief sterk rapport bijdragen aan het versterken van de internationale positie van Suriname bij het aantrekken van klimaat- en biodiversiteitsfinanciering.

In de komende periode worden verdiepende consultaties gehouden en wordt de ontvangen input verder verwerkt, met het oog op een zorgvuldige en tijdige indiening van het rapport in 2026.

Regering maakt zich sterk voor uitdagende overbruggingsfase

Ingediend door admin op

Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning erkent dat Suriname zeker de komende drie jaren een moeilijke fase tegemoet gaat. In een interview met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) geeft zij aan dat de regering zich bewust voorbereidt op deze uitdagende periode. “We hebben dat ook een aantal keren aangegeven, dus dat deze komende jaren niet makkelijk zullen zijn en wij zullen dan moeten kijken hoe wij de periode naar de olie- en gasontwikkelingen kunnen overbruggen.”

Om deze overbruggingsfase door te komen, zal Suriname niet uitsluitend kunnen leunen op eigen inkomsten. Minister Wijnerman: “Wij zullen zeker moeten kijken hoe we

inkomsten kunnen vergaren. Maar daarnaast ook externe financieringsmiddelen, want we moeten eerlijk blijven. We gaan het niet kunnen doen met onze eigen middelen alleen.” De zoektocht naar middelen is volgens ‘s lands penningmeester nauw gekoppeld aan de prioriteitssectoren die de regering heeft vastgesteld. “Het zoeken naar middelen moet natuurlijk ook gebaseerd zijn op de key-sectoren die zijn vastgesteld, en die we willen bereiken in deze komende periode.” Genoemd worden onder andere de sociale sector, gezondheidszorg, onderwijs, productiesector, agrosector en toerisme.

Naast sectorale ontwikkeling is het versterken van instituten volgens minister Wijnerman essentieel. Zij noemt onder meer de Belastingdienst. “Maar we moeten

ook werken aan begrotingsdiscipline en het versterken van onder andere de Centrale Landsaccountantsdienst die de controle moet doen.” De bewindsvrouw benadrukt dat deze periode veel inspanning zal vergen. “We gaan een heleboel moeten doen in deze periode. Maar we gaan het moeten doen. Het is een overbruggingsperiode”.

In dit kader zijn ook gesprekken gevoerd met internationale organisaties voor ondersteuning om in deze periode al deze instituten goed te ondersteunen c.q. versterken. Tegelijkertijd wordt breder gekeken naar het genereren van inkomsten. “Niet alleen belastingmiddelen, maar er zijn ook een heleboel andere terreinen waar we ook middelen kunnen vergaren in ons eigen land.”

Volgens minister Wijnerman is samenwerking cruciaal om de overbruggingsfase succesvol door te komen. “We gaan geen beloftes doen, want deze komende periode zal moeilijk zijn. En sommige momenten zullen mensen klagen.” Desondanks blijft de minister hoopvol. “We gaan moeten worstelen met zaken die soms buiten onze invloedssfeer liggen. Maar als we er samen tegenaan gaan, dan denk ik wel dat we het kunnen oplossen.”

Gevraagd naar het strakke financiële beleid en het beheersen van uitgaven, geeft minister Wijnerman aan dat dit geen eenvoudige taak is. Volgens haar draait het vooral om het stellen van duidelijke prioriteiten. Zij benadrukt dat dit beleid noodzakelijk is om de financiële stabiliteit te waarborgen. “We gaan het zo moeten doen om die schuld beheersbaar te maken en natuurlijk zoveel mogelijk proberen onze macro-economische situatie zo veel mogelijk beheersbaar te maken.”

Financiële situatie overheid nog steeds uitdagend, maar wel resultaten geboekt”

Ingediend door admin op

Zes maanden na haar aantreden als minister van Financiën en Planning geeft Adelien Wijnerman aan dat de financiële situatie van de overheid nog steeds uitdagend is, maar dat er in deze periode wel tastbare resultaten zijn geboekt. In een interview met de Communicatie Dienst Suriname (CDS) – waarin werd teruggeblikt op zes maanden regering-Simons/Rusland – benadrukt ‘s lands penningmeester dat het ministerie is gestart in een moeilijke uitgangspositie, maar tegelijkertijd zijn er stappen gezet om inkomsten te vergroten en financiële verplichtingen beter beheersbaar te maken.

Een van de grootste uitdagingen in de afgelopen zes maanden was het kunnen voldoen aan

de maandelijkse verplichtingen, rekening houdend met allerlei andere zaken die erbij zijn gekomen, zoals de kosten van de verkiezingen en achterstallige betalingen. De minister geeft aan dat het ministerie is gestart met een cashflowtekort. “De middelen die er waren, waren niet voldoende om dit alles te kunnen dekken, dus je moet kijken hoe je zoveel mogelijk monitort om de noodzakelijke verplichtingen te kunnen voldoen.” De situatie is volgens haar nog niet wezenlijk verbeterd. “Die uitgaven zijn hetzelfde gebleven. We blijven positief en kijken hoe de inkomsten te vergroten, maar op dit moment is het toch dezelfde situatie.”

Gevraagd naar noemenswaardige verworvenheden

in de afgelopen zes maanden, wijst minister Wijnerman op het traject bij de Belastingdienst. “Ze hebben een verhoogde inning en sanering van achterstallige belastingen kunnen inlopen. Dit leverde extra middelen op. Nog niet wat we wilden, maar het heeft wel zwaar geholpen.” Daarnaast zijn de controles opgevoerd bij de douane en bij de overige belastingsoorten zoals de belasting toegevoegde waarde (btw). Op het ministerie van Financiën en Planning is ook gestart met de aanpak van vonnissen. Verder zijn gesprekken gevoerd met verschillende financieringspartners. “De doelen die wij als nieuwe regering hebben gesteld, zijn positief ervaren en dat heeft ons ook positievere relaties kunnen brengen”, vertelt de minister.

Samenwerking met de Centrale Bank van Suriname (CBvS) speelde eveneens een rol. “We proberen natuurlijk te kijken hoe we de koers zo beheersbaar mogelijk kunnen maken. Niet een makkelijke job, maar we kunnen het ook niet alleen als Financiën.” In dit kader worden er frequent gesprekken gevoerd met de governor van de Centrale Bank. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan het beheersbaar maken van de schuld.

In oktober tot begin november werd een belangrijke financiële transactie uitgevoerd. Hierover zegt de bewindsvrouw: “We hebben twee nieuwe obligaties kunnen uitgeven en daarmee een stukje ruimte kunnen creëren voor de overheid.” Minister Wijnerman benadrukt dat dit geen herfinanciering was, maar gericht op schuldbeheersing. “Het voornaamste doel was het beheersbaar maken van onze schuld, omdat die betalingen heel zwaar zouden drukken op onze cashflow.”

Het gaat om een bedrag van ruim 1,6 miljard US dollar. “Dit bedrag hebben we kunnen ophalen met twee internationale staatsobligaties, één van vijf jaar en één van tien jaar.” Met deze middelen zijn meerdere verplichtingen afgewikkeld, waaronder een lopende staatsobligatie die in 2033 zou aflopen en zwaar zou drukken op de cashflow. Ook is het zogeheten Value Recovery Instrument (VRI) afgekocht; dat anders jaarlijks zou oplopen tot bijna 780 miljoen US dollar. Daarnaast zijn enkele buitenlandse commerciële leningen afgelost en is ruimte gereserveerd voor 2,5 jaar. “Dat wil zeggen dat wij in die periode niet hoeven te betalen, maar dat het direct uit die bond wordt betaald.”

De minister onderstreept dat het bedrag niet is opgehaald voor consumptieve uitgaven. Het geld staat op een escrow-rekening in het buitenland en is uitsluitend bedoeld voor schuld- en verplichtingenbeheer, met als doel het verlichten van de druk op de overheidsfinanciën.

VSB en Monorath overleggen over verruwing criminaliteit

Ingediend door admin op

De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft recent overleg gevoerd met Harish Monorath, minister van Justitie en Politie, naar aanleiding van signalen van VSB leden over de zorgwekkende toename en verruwing van criminaliteit, met name overvallen op winkeliers, distributiebedrijven en andere ondernemers met verhoogde veiligheidsrisico’s. Tijdens het gesprek benadrukte de VSB dat geweldsincidenten, waaronder overvallen met vuurwapens, niet alleen leiden tot grote financiële schade, maar ook het investeringsklimaat en de werkgelegenheid onder druk zetten.

De VSB pleitte voor direct zichtbare en voelbare maatregelen binnen een helder wettelijk kader, zodat ondernemers hun personeel en bedrijfsactiviteiten beter kunnen beschermen. Daarbij werd gewezen op

het belang van structurele samenwerking tussen het ministerie, de veiligheidsdiensten en het bedrijfsleven, onder meer via gezamenlijke actieplannen per ressort en verbeterde informatie-uitwisseling.

De minister heeft aangegeven dat de actieve participatie van het bedrijfsleven wenselijk is. 

Beide partijen spraken de intentie uit om het overleg te intensiveren en te komen tot een gezamenlijke aanpak die bijdraagt aan het terugdringen van criminaliteit en het versterken van veiligheid, niet alleen voor ondernemers maar voor de samenleving als geheel.  Er zijn afspraken gemaakt voor verder overleg.

Zondag 18 januari Wereld Religie Dag

Ingediend door admin op

De Stichting Wereld Religie Dag Suriname organiseert as zondag 18 januari, voor de 40e keer de Wereld Religie Dag. Het them voor dit jaar is “Samen vormen wij een geheel – Wi Na Wan“. Hedy Heymans- Soeters zegt dat hiermee benadrukt wordt dat iedere religieuze traditie en iedere burger een onmisbaar onderdeel vormt van de Surinaamse samenleving.

De bijeenkomst vindt dit jaar plaats in de Multifunctionele Zaal Arya Dewaker aan de J.A. Pengelstraat.

Met deze 40ste editie onderstreept Stichting Wereld Religie dag Suriname het blijvende belang van dialoog, respect en samenwerking over geloofsgrenzen heen.

Mathoera: krachtig protesteren tegen iniatiefwet voor college van pg’s

Ingediend door admin op

VHP-parlementariër Krishna Mathoera is tegen de initiatieven voor het instellen van de college van procureurs-generaal. “Men probeert via politieke instituten, controle te krijgen op de rechterlijke macht. Dit is in strijd met de beginselen van de rechtstaat”, stelt zij daarbij.

Volgens Mathoera is de basis van een rechtstaat dat machten onafhankelijk zijn. Zij stelt dat assembleeleden niet volledig onafhankelijk zijn. De intentie van deze wet is om meer controle te hebben op de rechterlijke macht.

Niet alles loopt perfect, maar volgens Mathoera zijn er genoeg checks en balances binnen de rechterlijke macht. Er moet krachtig geprotesteerd worden tegen deze iniatiefwetten.

Mathoera: ‘bij een beroep op mij sta ik open voor het VHP-voorzitterschap’

Ingediend door admin op

VHP-parlementarier Krishna Mathoera staat er open voor om het voorzitterschap van de partij op zich te nemen indien er door de partij en structuren een beroep op haar wordt gedaan zich kandidaat te stellen. Zij zal zich niet opdringen voor deze functie. De politica geeft aan de partij altijd te zullen ondersteunen.

Volgendjaar zijn er bestuursverkiezingen bij de oranje partij die vandaag haar 77ste jaardag viert. Er is na de verkiezingen een interne evaluatie geweest om na te gaan waar het mis is gegaan, en waar de partij versterkt moet worden.

Op de vraag als VHP-voorzitter Chan Santokhi nog steeds

het draagvlak heeft als in 2020, zegt Mathoera dat er constructieve kritiek is geweest, maar dat is bedoeld om de partij sterker te maken.

Justitieminister Monorath blikt terug op zes maanden uitdagend beleid

Ingediend door admin op

Op 16 januari 2026 zit de regering-Simons/Rusland precies zes maanden aan. In een interview met de Communicatie Dienst Suriname geeft minister Harish Monorath van Justitie en Politie (Juspol) inzicht in de werkzaamheden sinds zijn installatie op 16 juli 2025. De bewindsman zet uiteen hoe het ministerie, bestaande uit de directoraten Justitie en Operationele Diensten, zich inzet om de samenleving veilig te houden.

Sinds de overname van het beheer op 17 juli, stuurt minister Monorath vier belangrijke korpsen aan: Het Korps Politie Suriname (KPS), Korps Brandweer Suriname (KBS), Korps Penitentiaire Ambtenaren (KPA) en de Beveiliging en Bijstandsdienst Suriname (BBS), die verantwoordelijk

zijn voor object- en subjectbeveiliging. De bewindsman benadrukt dat het takenpakket van Justitie en Politie echter veel ruimer is dan enkel de korpsen. Zo worden via Het Bureau Familierechtelijke Zaken (BUFAZ) de rechtsposities van kinderen bij echtscheidingen vastgesteld en biedt de afdeling Rechtszorg ondersteuning aan burgers die geen advocaat kunnen betalen.

*Zorg voor slachtoffers en mensenrechten*

Een essentieel onderdeel van het beleid is de transformatie van het Bureau Mensenrechten naar een volwaardig mensenrechteninstituut voor rapportages aan Genève. Daarnaast krijgen de afdelingen Slachtofferhulp en Slachtofferszorg extra aandacht. Waar het Openbaar Ministerie (OM) zich richt op de dader, biedt het ministerie juist psychosociale begeleiding

aan het slachtoffer. Ook het vreemdelingenbeleid, met duizenden opgemaakte stukken voor mensen met een vreemdelingenstatus, vormt een kernpunt van de dagelijkse werkzaamheden.

*Resocialisatie en veiligheid*

Binnen de afdeling Forensische Zorg (FZ) wordt gewerkt aan het gevangeniswezen en resocialisatie. Dit geldt voor zowel volwassenen als jongeren die via Opa Doelie en het Jeugd Correctie Centrum (JCC) worden voorbereid op hun terugkeer in de samenleving. In nauwe samenwerking met partners zoals het Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie, werkt de minister aan het versterken van de rechtsstaat.

De afgelopen periode wordt door de bewindsman omschreven als een tijd van grote uitdagingen, waarbij hij steunt op de expertise van een zorgvuldig samengesteld team. “Ik heb een team ingericht sinds ik er ben. En ik heb het geluk dat ik uit de wereld van de rechtszorg en rechtsstaat kom, waardoor het makkelijk was voor mij om de mensen te identificeren die het werk kunnen doen. Ik heb een team waar ik op kan leunen”, aldus minister Monorath.