
Minister Currie moet stoppen met beloven en beginnen met betalen
| surinamevandaag | Door: Redactie
Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur -die deze week is vertrokken naar Ghana- lijkt niet te beseffen hoe ernstig de situatie bij IMO 3 inmiddels is. Leraren wachten daar al sinds november 2025 op de uitbetaling van extra gewerkte uren, maar ondanks gesprekken, brieven, correcties en publieke toezeggingen is het geld nog steeds niet overgemaakt. Het gevolg liet zich donderdag voelen: de school ging plat.
Wat vooral wringt, is dat de minister volgens de docenten zélf had beloofd dat de achterstallige uren uiterlijk eind van de maand zouden worden uitbetaald. Die woorden bleken opnieuw
Het gaat hier niet om een foutje in een administratie of een klein misverstand tussen afdelingen. Het gaat om leraren die extra lessen hebben verzorgd, repetities hebben voorbereid, correctiewerk hebben gedaan en zich maandenlang bovenop hun normale taken hebben ingezet. Dat zijn gewerkte uren. Punt. Daar moet gewoon voor worden betaald. Dat dit na zes maanden nog steeds niet is geregeld, is ronduit beschamend.
Nog schrijnender is dat de docenten niet uit zichzelf naar acties grijpen. Integendeel. Volgens de verklaring uit de school wilden veel leraren juist koste wat kost voorkomen dat lessen en repetities in gevaar zouden komen. Sommigen zouden in twintig jaar nooit eerder hebben meegedaan aan enige actie. Als zelfs die groep nu zegt: tot hier en niet verder, dan moet de minister zich diep schamen dat hij het zover heeft laten komen.
En het blijft niet bij IMO 3 alleen. Als er niet onmiddellijk een oplossing komt, dreigen de repetitieweken volledig in de war te raken. De schoolleiding en docenten waarschuwen al dat ook andere IMO-scholen erbij betrokken kunnen worden. Daarmee staat niet alleen een individuele school onder druk, maar het hele systeem van uniforme repetities. Als dat instort, is dat niet de schuld van de leraren, maar van een minister die zijn huiswerk niet heeft gedaan.
Het gemak waarmee leerkrachten telkens weer lijken te worden afgescheept, zegt veel over de staat van het onderwijsbeleid. Eerst worden mensen maandenlang aan het lijntje gehouden. Daarna volgt een publieke belofte. Vervolgens blijkt op de loonstrook dat er opnieuw niets is gebeurd. En dan verwacht men blijkbaar dat docenten gewoon weer rustig voor de klas gaan staan, alsof er niets aan de hand is. Dat is niet alleen arrogant, maar ook respectloos.
Een minister hoort problemen op te lossen, niet te verergeren. Hij hoort te zorgen dat betalingen op tijd plaatsvinden, dat systemen werken en dat personeel serieus wordt genomen. Als docenten nu zelf al suggereren dat de minister mogelijk van onderaf wordt tegengewerkt of dat zaken op het ministerie blijven steken, dan is dat des te meer reden voor hem om keihard in te grijpen. Want ook dat is leiderschap: niet jammeren over obstakels, maar verantwoordelijkheid nemen en resultaat leveren.
De kern is simpel: deze leraren hebben gewerkt en hebben recht op hun geld. Niet volgende maand. Niet na weer een gesprek. Niet na opnieuw een brief. Maar nu. Elke dag dat de betaling uitblijft, bevestigt het beeld van een minister die wel praat, maar niet levert.
Currie moet daarom ophouden met toezeggingen doen die hij niet waarmaakt. Het onderwijs is geen podium voor loze beloften en ambtelijke smoesjes. Als hij zijn ministerie niet in staat krijgt om zelfs achterstallige extra uren uit te betalen, hoe geloofwaardig is hij dan nog als bewindsman?
De leraren hebben hun geduld lang genoeg opgebracht. De vraag is nu niet meer of hun actie begrijpelijk is. De echte vraag is: hoeveel schade moet er nog worden aangericht voordat de minister eindelijk doet waarvoor hij is aangesteld?
| surinamevandaag | Door: Redactie



































