• dinsdag 03 November 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Maatschappelijke organisaties eisen concreet plan voor uitvoering mensenrechten

Maatschappelijke organisaties eisen concreet plan voor uitvoering mensenrechten

| starnieuws | Door: Redactie

Het gebouw van de Verenigde Naties (Palais des Nations) in Genève De regering en De Nationale Assemblée moeten met een openbaar uitvoeringsplan komen om de mensenrechten in Suriname daadwerkelijk te verbeteren. Daarin moeten duidelijke termijnen, budgetten en verantwoordelijkheden worden vastgelegd. Deze oproep doen BINI en verschillende maatschappelijke organisaties naar aanleiding van de aanbevelingen die Suriname maandag tijdens de Universal Periodic Review (UPR) van de Verenigde Naties in Genève heeft gekregen. Volgens de organisaties bevestigen de aanbevelingen dat er nog een grote kloof
bestaat tussen toezeggingen van de overheid en de bescherming van mensenrechten in de praktijk.

De aanbevelingen van verschillende landen sluiten volgens BINI op belangrijke punten aan bij de gezamenlijke schaduwrapportage die eerder dit jaar onder leiding van Stichting Projekta en BINI is ingediend. Aan dit rapport werkten ook VIDS, Women's Rights Centre, STICRIS, Hadassah, Wan Okasi, Parea, IkSur en Dynamic Legal Advice mee.

De organisaties wijzen erop dat Suriname al jarenlang internationale verplichtingen heeft op het gebied van mensenrechten, maar dat de uitvoering op verschillende terreinen achterblijft. Zij vinden dat de nieuwe aanbevelingen niet mogen blijven steken in rapportages en beleidsvoornemens. Togo, Australië, Maleisië en Peru hebben Suriname opgeroepen een onafhankelijk nationaal mensenrechteninstituut op te richten volgens de internationale Principes van Parijs. De Surinaamse delegatie heeft 2027 genoemd als streefjaar om deze instelling operationeel te krijgen.

Volgens de maatschappelijke organisaties moet worden gewaarborgd dat het instituut daadwerkelijk
onafhankelijk kan functioneren, met transparante benoemingen, voldoende financiële middelen en een toegankelijk klachtenmechanisme. Ook de positie van het Constitutioneel Hof kwam aan de orde. Colombia vroeg om maatregelen die het volledig functioneren en de onafhankelijkheid van deze instelling waarborgen. In de schaduwrapportage wordt gewezen op het vastlopen van het hof en de gevolgen daarvan voor de rechtsbescherming. De Dominicaanse Republiek drong daarnaast aan op onafhankelijk toezicht op politieoptreden en onderzoek naar buitensporig geweld. De organisaties verwijzen in dit verband naar de gebeurtenissen in Pikin Saron.

Een belangrijk onderdeel van de aanbevelingen betreft de aanpak van huiselijk en seksueel geweld. Nederland heeft Suriname opgeroepen structurele ondersteuning te bieden aan opvanghuizen van maatschappelijke organisaties. Ook moeten slachtoffergerichte hulpverlening, voldoende gekwalificeerd personeel en toegankelijke opvang in het hele land beschikbaar zijn. België en Australië benadrukten eveneens het belang van betere opvangvoorzieningen. Canada en Mexico riepen op tot aanneming en uitvoering van de
herziene wet tegen huiselijk geweld. Volgens de organisaties kampen opvanginstellingen met personeelstekorten, beperkte capaciteit en onzekere financiering. Ook zijn er onvoldoende mogelijkheden voor slachtoffers om na hun verblijf in een opvanghuis veilig en zelfstandig verder te leven.

Togo wees bovendien op de noodzaak om de wettelijke bescherming tegen seksueel geweld en seksuele intimidatie op het werk ook tot ambtenaren uit te breiden. Volgens de maatschappelijke organisaties biedt de huidige regeling op dit punt onvoldoende bescherming aan werknemers in de publieke sector.

De collectieve rechten van inheemse en tribale volken kregen tijdens de beoordeling opnieuw veel aandacht. Onder meer Canada, Finland, Mexico en Nederland drongen aan op wettelijke erkenning en bescherming van deze rechten. Canada verwees daarbij uitdrukkelijk naar de uitspraken van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. Costa Rica vroeg om een nationaal protocol voor vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming (FPIC). Mexico benadrukte dat deze
toestemming ook bij de uitgifte van concessies moet worden gegarandeerd. Volgens BINI en de partnerorganisaties bevestigen deze aanbevelingen de noodzaak om niet alleen de collectieve grondenrechten wettelijk vast te leggen, maar ook de traditionele gezagsstructuren en de daadwerkelijke zeggenschap van gemeenschappen over hun leefgebieden te erkennen.

Ook de bescherming van kinderen en de achterstanden in het binnenland kwamen aan de orde. Portugal vroeg om de Kinderombudsvoorziening volledig operationeel te maken en daarvoor voldoende middelen beschikbaar te stellen. Estland en Italië drongen aan op een wettelijk verbod op lichamelijke bestraffing van kinderen in alle situaties. Het Verenigd Koninkrijk benadrukte de bescherming van kinderen tegen seksueel misbruik, uitbuiting en mensenhandel, vooral in afgelegen gebieden.

Panama vroeg aandacht voor betere schoolgebouwen en voldoende gekwalificeerde leerkrachten in inheemse en tribale gemeenschappen.
Daarnaast deden Colombia en Maleisië aanbevelingen over gelijke kansen voor personen met een beperking, onder meer bij onderwijs, werkgelegenheid en toegang
tot publieke diensten. De Dominicaanse Republiek vroeg om betere toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en sociale bescherming, vooral in het binnenland.

BINI en de partnerorganisaties uiten ook kritiek op de reactie van de Surinaamse delegatie op aanbevelingen over LGBTQI+ rechten en abortus. Spanje en het Verenigd Koninkrijk riepen op tot sterkere bescherming tegen discriminatie en geweld op grond van seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Mexico vroeg om decriminalisering van abortus, ten minste onder bepaalde omstandigheden. Het Verenigd Koninkrijk benadrukte daarnaast het belang van vertrouwelijke, jongerenvriendelijke seksuele en reproductieve gezondheidszorg en brede seksuele vorming.

Volgens de maatschappelijke organisaties heeft de Surinaamse delegatie aangegeven dat de samenleving cultureel nog niet klaar zou zijn voor alle rechten op deze terreinen. De organisaties noemen die opstelling zorgelijk. Zij benadrukken dat internationale mensenrechtenverplichtingen van de staat verlangen dat discriminatie wordt tegengegaan en dat de gezondheid, menselijke waardigheid en gelijke rechtsbescherming van iedereen worden gewaarborgd.

/>BINI en de partnerorganisaties vinden dat de aanbevelingen uit Genève een duidelijke opdracht vormen voor de regering en het parlement. 
Zij willen dat Suriname openbaar maakt welke aanbevelingen worden uitgevoerd, binnen welke termijn dat gebeurt, welke middelen daarvoor beschikbaar zijn en welke instanties verantwoordelijk worden gesteld. Volgens de organisaties is het tijd om de aandacht te verleggen van internationale toezeggingen naar concrete resultaten voor de bevolking. De verantwoordelijkheid om de mensenrechtensituatie aantoonbaar te verbeteren, ligt bij de Surinaamse overheid.

| starnieuws | Door: Redactie