• zondag 27 October 2024
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Haagse Hof handhaaft beslag op 19,5 miljoen euro uit Suriname

| waterkant | Door: Redactie

Het gerechtshof Den Haag heeft het strafvorderlijke beslag dat in april 2018 te Schiphol is gelegd op een geldzending uit Suriname van 19,5 miljoen euro in contanten niet opgeheven. Het Haagse hof heeft dat vandaag beslist, nadat de zaak door de Hoge Raad naar dit hof verwezen was. Aroon Gonesh, advocaat van de Centrale Bank van Suriname heeft dit zojuist na vragen van de redactie van Waterkant.Net bevestigd.

De Centrale Bank van Suriname (CBvS) deed samen met de Hakrinbank, Finabank en DSB Bank beklag tegen de inbeslagname. Eerder hebben de rechtbank Noord-Holland en het gerechtshof Amsterdam dit beklag van de banken

gegrond verklaard.

Het Openbaar Ministerie (OM) stelde tegen die beslissingen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde in beide gevallen dat de beslissingen niet in stand konden blijven. In 2023 verwees de Hoge Raad de zaak naar het gerechtshof Den Haag, om nogmaals over de zaak te beslissen.

In het klaagschrift hebben de CBvS en de Surinaamse banken aangevoerd dat de inbeslagname van het geld in strijd zou zijn met internationaal gewoonterecht. De CBvS, staatsorgaan van Suriname en de verzender van het geld, komt volgens hen immuniteit van strafvorderlijk beslag toe. Het Haagse hof oordeelt echter dat

CBvS geen aanspraak kan maken op immuniteit, omdat het in beslag genomen geld niet haar eigendom (“property”) is, maar dat van de drie handelsbanken. De rol van CBvS bij de geldzending is alleen faciliterend geweest.

De CBvS en de banken hebben verder om teruggave van het geld gevraagd, omdat het volgens hen hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het geld later verbeurd zal verklaren. Het geld ligt nog onder beslag, omdat het OM heeft aangegeven dat zij de strafrechter later om verbeurverklaring wil vragen in een inhoudelijke strafzaak. De CBvS en de banken wijzen erop dat het OM in Nederland nog steeds geen strafzaak aanhangig heeft gemaakt, terwijl het beslag inmiddels ruim zes jaar geleden gelegd is.

Het hof stelt voorop dat haar toets in een beklagprocedure zoals deze, waarbij het onderzoek nog loopt, enkel een summier karakter kan hebben. Hierbij moet worden gekeken naar de informatie die op dit moment beschikbaar is. Er kan niet te veel vooruitgelopen worden op de beslissingen die later worden genomen in de strafzaak.

Op de zitting van het Haagse hof heeft het OM medegedeeld dat zij inmiddels heeft besloten de handelsbanken te vervolgen op verdenking van witwassen. De volgende stap is gezet, nu de vertegenwoordigers van de handelsbanken uitgenodigd zijn voor verhoor. Ook heeft het OM het voorlopige einddossier van het witwasonderzoek ter beschikking gesteld. Bij die stand van zaken komt het hof niet tot het oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het geld later verbeurd zal verklaren.

Het gerechtshof acht het in stand blijven van het beslag op het geld ook niet in strijd met de proportionaliteit of subsidiariteit. De conclusie is daarom dat het beklag ongegrond wordt verklaard.

In een eerste reactie laat de raadsman van de Centrale Bank van Suriname, Aroon Gonesh, weten de uitspraak teleurstellend te vinden. “De door ons aangevoerde gronden zijn door het hof verworpen en daarmee is het beklag ongegrond verklaard”, aldus de raadsman. Volgens Gonesh heeft het hof, hoewel er een beperkte motiveringsplicht is in dit soort beklagzaken, niet gerespondeerd op het door ons naar voren gebracht argument “dat het beslag van meet af aan onrechtmatig is aangezien er simpelweg geen verdenking bestaat”.

Hij zal tezamen met de advocaten van de drie handelsbanken de uitspraak bestuderen om te bezien of er gronden zijn tegen deze uitspraak in cassatie te gaan bij de Hoge Raad der Nederlanden.

| waterkant | Door: Redactie