• zondag 12 July 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Groei vrijwel zeker, ontwikkeling allerminst

Groei vrijwel zeker, ontwikkeling allerminst

| starnieuws | Door: Redactie

Suriname is hard op weg een grote energieproducent te worden. Eerder was het een bauxietproducent en het is nog altijd rijk aan hout en goud. Toch merkt de gemiddelde Surinamer daar weinig van. Het is droevig gesteld met het onderwijs, de gezondheidszorg en de veiligheid. De kans dat de olie- en gasinkomsten dit patroon doorbreken, is niet nul, maar wel klein.

Grondstoffen winnen en verkopen is de snelste manier om geld te verdienen. Het is een beetje alsof je de sieraden
van je grootmoeder verkoopt: het levert direct geld op, maar je wordt er niet slimmer van. Al honderd jaar is dit het verdienmodel van Suriname. Zodra de grondstof opraakt of er geen vraag meer naar is, volgt onvermijdelijk verarming. De tijdelijke welvaart was meer geluk dan wijsheid, geen resultaat van duurzame ontwikkeling.

Grondstoffen hebben Suriname niet ontwikkeld, net zoals het vinden van een goudklomp iemand niet automatisch ontwikkelt. Ontwikkeling vraagt meer wijsheid dan geluk. De komende olie- en gasperiode biedt een nieuwe kans. De economie zal waarschijnlijk met dubbele cijfers groeien. De vraag is of dit ook ontwikkeling zal brengen. De geschiedenis stemt vooralsnog pessimistisch.

Elke nieuwe coalitie lijkt vaak een reproductie van de vorige: dezelfde film, deels dezelfde acteurs, een iets ander decor. Het etnische in de politiek blijft diepgeworteld en komt vooral tot uiting tijdens verkiezingen. Men kiest eerder voor de eigen groep dan voor het
beste beleid. Coalities zijn vaak opportunistisch en ontstaan vooral op basis van zetelaantallen en een honger naar macht, in plaats van een duidelijk economisch plan. Daarom zijn ze instabiel. Verkiezingsbeloften worden verbroken en het vertrouwen brokkelt snel af.

Daarbij komt nog het systeem van cliëntelisme en nepotisme. "Ik steun wie mij of mijn familie kan helpen." Banen, vergunningen, grond en contracten worden vaak verdeeld op basis van loyaliteit in plaats van deskundigheid. Daarom zijn instituties zwak en opereren zij onder politieke druk. Het systeem is zo corrupt dat mensen er ongemerkt in verstrikt raken, juist omdat het zo normaal is geworden.

Het enorme ambtenarenapparaat slokt het leeuwendeel van de staatsuitgaven op, terwijl burgers veel tijd, energie en geld kwijt zijn om eenvoudige overheidszaken te regelen. Geen enkele regering durft dit echt te hervormen. De politiek kijkt meestal niet verder dan de volgende verkiezingen. Zichtbare, populaire maatregelen krijgen voorrang,
terwijl impopulaire hervormingen naar de toekomst worden verschoven. Na elke machtswisseling verdwijnen plannen in een la en begint het proces opnieuw met nieuwe commissies, congressen, inventarisaties, registraties en plannen. Door een gebrek aan langetermijnbeleid stevent de economie steeds af op een ravijn.

De geschiedenis leert dat bauxiet, goud en hout eerder een vloek dan een zegen kunnen zijn. Ondanks deze grondstoffen blijft Suriname zeer kwetsbaar. Inflatie, waardedalingen van de Surinaamse dollar, koopkrachtverlies en braindrain keren steeds terug. De economie is nauwelijks gediversifieerd: vrijwel alles wordt geïmporteerd, terwijl Suriname vrijwel niets produceert voor de export.

Dit houdt veel mensen gevangen in armoede. De vraag is hoe Suriname uit deze vicieuze cirkel komt, terwijl veel betrokkenen op korte termijn profiteren van het huidige systeem. Als er niets verandert, is dit de toekomst.

De olie- en gassector zal de staat waarschijnlijk meer opleveren dan bauxiet, hout en goud historisch gezien
samen direct hebben opgebracht, tenminste als de olieprijs niet keldert en toekomstige gasprojecten daadwerkelijk doorgaan. Dit biedt nieuwe kansen, maar maakt Suriname tegelijk weer afhankelijk van een grondstof.

De verandering is al zichtbaar. De energiesector trekt grond, talent, bouwmaterialen en geld naar zich toe, zoals een grote kankantrie water, voedingsstoffen en licht naar zich toe trekt. Investeringen en schaarse vakmensen kiezen begrijpelijkerwijs voor de winstgevende energiesector, waardoor andere delen van de economie moeten vechten om wat overblijft om te kunnen groeien. De bloeiende energiesector kan bestaande zwaktes compenseren, maskeren en zelfs verergeren: als er voldoende geld binnenstroomt, verdwijnt de noodzaak om zwakke instituties te hervormen en corruptie te bestrijden. Tegelijk zullen, net als in Guyana, de lonen, prijzen en kosten van levensonderhoud waarschijnlijk flink stijgen.

Hopelijk blijft dit scenario beperkt. Olie hoeft geen vloek te zijn. Indien verstandig beheerd, kan zij juist het startkapitaal vormen voor duurzame ontwikkeling.
Maar dit vereist wel politieke discipline. De regering lijkt zich nu al rijk te rekenen en wacht op de eerste olie-inkomsten, terwijl de productiecapaciteit van de rest van de economie nauwelijks wordt versterkt. Als de olieprijs tegenvalt, kan Suriname opnieuw in de problemen komen door de hoge staatsschuld.

Om dat risico te beperken, heeft Suriname – op papier – een Spaar- en Stabilisatiefonds. De grootste uitdaging ligt in de geloofwaardige uitvoering ervan. Door de invoering van de Comptabiliteitswet 2024 uit te stellen, heeft de regering die geloofwaardigheid al enigszins ondermijnd.

De olie zelf zal Suriname niet ontwikkelen. Zonder een duidelijke visie, goed financieel beheer en sterke instituties is duurzame ontwikkeling allerminst zeker.

D. Balraadjsing

| starnieuws | Door: Redactie