• vrijdag 28 August 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

‘Gajadien is 1.300 stemmen waard, kan geen voorzitter van VHP worden’

| waterkant | Door: Redactie

(INGEZONDEN: Een analyse van de electorale basis van Asiskumar Gajadien) – Mahinder Jogi heeft deze week gezegd wat binnen de VHP al langer in de wandelgangen circuleerde: dat fractieleider en ondervoorzitter Asiskumar Gajadien niet over voldoende maatschappelijk draagvlak beschikt om de partij te leiden. Jogi adviseerde hem zich niet kandidaat te stellen voor het voorzitterschap en noemde oud-minister Ganeshkoemar Kandhai als een geschikter alternatief. Gajadien vindt dat de bevoegde partijstructuren uiteindelijk bepalen wie voldoende steun geniet.

Die reactie is verstandig geformuleerd en juist waar het de statuten betreft. Maar zij verschuift wel de vraag. Want Jogi sprak niet over de structuren. Hij sprak over de samenleving. En dat zijn twee verschillende grootheden.

Twee soorten draagvlakBinnen een partij bestaat draagvlak uit kiespersonen, kernbesturen, congresafgevaardigden en de optelsom van jarenlange onderlinge verhoudingen. Wie lang meeloopt en goed netwerkt, kan daar aanzienlijk gewicht opbouwen. Gajadien zegt zelf dat er een beroep op hem wordt gedaan door kiespersonen,

en er is geen reden daaraan te twijfelen.

Draagvlak in de samenleving is iets anders. Dat wordt niet in vergaderzalen vastgesteld maar in stemhokjes, en het laat zich tellen. Voor een partij die op 29 mei 2027 een nieuwe voorzitter kiest en daarna richting nieuwe verkiezingen moet, is dat de relevantere maatstaf. Een partijvoorzitter is immers ook lijsttrekker in spe.

De cijfersDe officiële uitslagen van het Centraal Hoofdstembureau geven een consistent beeld.

2015, kiesdistrict Wanica, lijst V7. Gajadien stond op de derde plaats van de lijst en kreeg 749 stemmen. Op diezelfde lijst haalde Chan Santokhi 17.983 stemmen, Raymond Sapoen 5.845, Krishnakoemarie Mathoera 2.815 en Mohammad Mohab-Ali 2.323. Zelfs Daniëlle van Windt, op een lagere plaats, kwam met 820 stemmen boven hem uit. Van de zeven kandidaten op de lijst eindigde Gajadien als zesde. Hij werd gekozen op basis van zijn lijstpositie, niet op basis van zijn persoonlijke aantrekkingskracht.

2020, Wanica, lijst VHP. Nu

stond hij op nummer twee, direct achter de lijsttrekker. Hij kreeg 2.873 stemmen. Op de vijfde plaats van dezelfde lijst haalde Mohab-Ali er 3.753; op de derde plaats kreeg Reshma Mangre er 3.074. Opnieuw eindigde Gajadien als vierde stemmentrekker op zijn eigen lijst, ditmaal vanaf de tweede positie.

2025, landelijke lijst VHP. Bij het nieuwe stelsel stond Gajadien op nummer vier. Hij kreeg 1.316 stemmen. Mahinder Jogi, op plaats negen, haalde er 3.081 — ruim twee keer zoveel vanaf een aanzienlijk slechtere positie. Nieuwkomer Marciano Dasai, op plaats twee, kwam uit op 9.217. Dew Sharman haalde 2.073. En Adjaysingh Biharie, een debutant op plaats 36, kwam met 1.162 stemmen tot vlak achter de fractieleider.

Drie verkiezingen, drie keer een hoge lijstpositie, drie keer een persoonlijk resultaat dat achterblijft bij die positie. Het patroon is niet incidenteel.

Wat er overblijft zonder lijsttrekkerGajadien heeft zelf een argument aangedragen dat hier tegen hem werkt. Hij stelde eerder dat

bij gevestigde partijen de lijsttrekker doorgaans tussen de veertig en zestig procent van de partijstemmen binnenhaalt, bij de VHP ongeveer 52 procent. Dat klopt in grote lijnen. In Wanica ging het in 2020 zelfs verder: Santokhi nam 29.653 van de 41.114 uitgebrachte lijststemmen voor zijn rekening, ruim zeventig procent. Landelijk haalde hij in 2025 ruim 41.000 van de 87.032 VHP-stemmen.

Gajadien gebruikte die vaststelling om te betogen dat de partij ook zonder Santokhi overeind blijft. Maar zij roept een scherpere vraag op. Als de lijsttrekker de helft tot driekwart van de stemmen draagt, dan is de vraag wie van de overgebleven kandidaten dat gat kan dichten. De cijfers wijzen niet in zijn richting. In 2025, de enige verkiezing waarin alle VHP-kandidaten op één landelijke lijst tegen elkaar werden afgezet, stond hij op de vierde plaats en eindigde hij ver buiten de vier grootste stemmentrekkers.

De tegenwerpingEr is een serieuze methodologische kanttekening. De

cijfers van 2015 en 2020 komen uit het oude districtenstelsel, waarin de omvang van het kiesdistrict en de positie op de lijst het persoonlijke stemmenaantal sterk beïnvloedden. Die van 2025 komen uit een landelijk stelsel. Absolute aantallen over die jaren heen naast elkaar leggen is daarom onzuiver.

Die kanttekening is terecht en ontkracht een deel van de vergelijking — maar niet de kern ervan. Want de meest sprekende vergelijking is niet die tussen jaren, maar die binnen één en dezelfde lijst. Kandidaten op dezelfde lijst, in hetzelfde district, in hetzelfde jaar, delen precies dezelfde omstandigheden: dezelfde kiezers, dezelfde campagne, dezelfde omvang. Wat hen onderscheidt, is uitsluitend wat kiezers van hen persoonlijk vinden. En binnen elke lijst waarop hij sinds 2015 stond, presteerde Gajadien onder zijn positie.

Bovendien werkt de lijstpositie in zijn voordeel, niet in zijn nadeel. Hoge plaatsen leveren zichtbaarheid en gemak op. Wie vanaf plaats twee, drie of vier wordt

ingehaald door kandidaten van plaats vijf, negen en zesendertig, kan zich niet op het stelsel beroepen.

Wat dit betekentJogi’s uitspraak was ongebruikelijk direct, en binnen de VHP zal die directheid hem niet overal in dank worden afgenomen. Maar zijn diagnose is niet ongefundeerd. Zij wordt gedragen door drie opeenvolgende officiële uitslagen.

De partij staat voor een keuze die verder reikt dan één functie. Als parlementaire oppositiepartij zonder haar historische boegbeeld moet de VHP tussen nu en 2027 vaststellen op welke basis zij haar volgende leider kiest: op de optelsom van interne verhoudingen, of op aantoonbaar vermogen om kiezers te bewegen. Gajadien pleit voor collectief leiderschap en een partijvisie richting 2050. Dat is een legitiem programma. Maar het beantwoordt de vraag niet die de cijfers stellen.

Een voorzitter die drie verkiezingen achtereen onder zijn lijstpositie presteert, vraagt de partij niet om vertrouwen in wat hij bewezen heeft, maar in wat hij nog moet bewijzen.

Dat is een aanzienlijke gok voor een partij die zich er geen kan veroorloven.

Gregory Berrenstein

| waterkant | Door: Redactie