
In de race tegen de zwarte lijst dreigt Suriname zijn eigen wet te overtreden
| suriname herald | Door: Redactie
Suriname wil koste wat kost van de internationale zwarte lijst wegblijven. Dat het land daarvoor tempo moet maken met de hervorming van zijn anti-witwas- en antiterrorismefinancieringsregime (AML/CFT), staat buiten kijf. De Caribbean Financial Action Task Force (CFATF) houdt ons in een verscherpt vervolgtraject, en de klok tikt. Tegen die achtergrond heeft de president bij besluit een Anti-Money Laundering Task Force (AML-TF) ingesteld, die het hervormingsdossier “onder directe presidentiële regie” versneld tot uitvoering moet brengen. De urgentie is terecht. De juridische vormgeving verdient echter een kritische blik, want goedbedoeld beleid kan een kwetsbaarheid worden zodra het de grenzen van de wet overschrijdt.
Wat de wet al heeft geregeld De Wet ter voorkoming en bestrijding van Money Laundering en Terrorismefinanciering (WMTF) heeft het institutionele huis al ingericht. De Anti-Money Laundering Steering Council (ASC) stuurt op het hoogste niveau beleidsmatig aan. De Nationale Anti-Money Laundering Commissie (NAMLAC) monitort de CFATF-aanbevelingen, adviseert en coördineert
De Financial Intelligence Unit (FIU) en de toezichthouders voeren het operationele werk uit: het analyseren van meldingen, het houden van toezicht en het handhaven. Elk van deze organen heeft een eigen, wettelijk afgebakende taak, en de FIU is zelfs uitdrukkelijk “zelfstandig en operationeel onafhankelijk”.
Dat is geen toevallige constructie. Het is precies de architectuur die de internationale standaarden verlangen: een beleidslaag, een coördinatie- en advieslaag en onafhankelijke uitvoerende instanties die afgeschermd zijn van politieke sturing.
Waar de schoen wringt Het presidentieel besluit geeft de nieuwe taskforce meer dan een aanjagende rol. De AML-TF wordt “primair verantwoordelijk voor de uitvoering” en zou “belast” worden met “de uitvoering van besluiten van de ASC”. Daarnaast krijgt zij toegang tot vrijwel alle informatie — inclusief toezichtgegevens, FIU-informatie en handhavingsgegevens — waarbij vertrouwelijke informatie “na goedkeuring door de president” beschikbaar wordt gesteld. Tot slot mag zij “alle informatie opvragen” bij overheidsinstellingen én
Hier ontstaat een probleem dat elke jurist herkent: een presidentieel besluit staat in de rangorde van regelingen onder een door De Nationale Assemblée aangenomen wet. Een besluit kan dus geen bevoegdheden scheppen die de wet exclusief elders heeft belegd, en het kan een wettelijke geheimhoudingsplicht niet opzijzetten. Juist dat dreigt hier te gebeuren op drie punten.
Ten eerste kent de wet de ASC alléén een beleidsaansturende taak toe — niet het nemen van uitvoerbare “besluiten” die een apart orgaan ten uitvoer legt. De operationele uitvoering ligt bij de onafhankelijke FIU en de toezichthouders. Een taskforce die “de uitvoering” naar zich toetrekt, doorkruist die taakverdeling.
Ten tweede omgeeft de wet de in het kader van de AML/CFT verkregen gegevens met een streng geheimhoudingsregime. Schending daarvan is geen bagatel: het is een misdrijf, met een gevangenisstraf tot tien jaar. De FIU heeft weliswaar een eigen wettelijke bevoegdheid om geheimhouding
Een bij besluit ingestelde taskforce is geen “bevoegde autoriteit” in de zin van de wet en heeft geen wettelijke taak — slechts een besluittaak. “Goedkeuring door de president” of een getekende geheimhoudingsverklaring kan de wettelijke geheimhouding niet helen; de wet geeft de president die bevoegdheid eenvoudigweg niet.
Ten derde ontbreekt voor het afdwingbaar opvragen van informatie bij private partijen een wettelijke grondslag. Die dwangbevoegdheid ligt bij wet uitsluitend bij de FIU en de toezichthouders.
De implicaties zijn niet theoretisch Wie deze constructie laat staan, neemt reële risico’s. Ambtenaren en toezichthouders die vertrouwelijke gegevens aan de taskforce verstrekken, kunnen zich blootstellen aan strafrechtelijke aansprakelijkheid. Besluiten en handelingen die op deze wankele grondslag berusten, kunnen juridisch worden aangevochten.
En — misschien wel het meest pijnlijk — een maatregel die is bedoeld om blacklisting te voorkomen, kan zelf een compliancekwetsbaarheid worden: het
Een ondersteunend team: ja. Een pseudo-NAMLAC: nee.
Niets van dit alles betekent dat de ASC het zonder slagkracht moet doen. Het is volstrekt legitiem dat de ASC — en de president als haar voorzitter — een ondersteunend team inricht om haar werkzaamheden uit te voeren: een projectmatige eenheid die de planning bewaakt, de wetgevings- en implementatiematrix beheert, deliverables en mijlpalen volgt en voortgang rapporteert aan de ASC, die op haar beurt aan de CFATF rapporteert. Zo’n Project Implementatie Unit (PIU) of programmabureau is geen wettelijk orgaan, claimt geen wettelijke bevoegdheden en botst dus ook niet met de
En dáár ligt de grens die niet mag vervagen. Een ondersteunend team van de ASC kan geen pseudo-NAMLAC worden, en al helemaal geen pseudo-toezichthouder of pseudo-bevoegde autoriteit. Het mag de statutaire taken van NAMLAC niet overnemen, geen toegang forceren tot vertrouwelijke toezicht- of FIU-gegevens en geen private partijen tot medewerking dwingen. Die functies heeft de wetgever bewust bij specifieke, deels onafhankelijke organen belegd. NAMLAC blijft de wettelijk verankerde motor van de coördinatie en monitoring van de implementatie; de FIU en de toezichthouders blijven de onafhankelijke uitvoerders; het ondersteunend team faciliteert, jaagt aan en rapporteert.
De uitweg De oplossing is niet ingewikkeld en kost geen tempo. Herformuleer het besluit zó dat de taskforce onmiskenbaar een coördinerend en projectmatig ondersteunend karakter krijgt. Schrap de uitvoerende pretentie en de rechtstreekse toegang tot vertrouwelijke gegevens; laat informatiedeling verlopen langs de wettelijke kanalen en de bevoegde organen.
Suriname heeft haast, en die haast is gerechtvaardigd. Maar de geloofwaardigheid van ons AML/CFT-regime staat of valt met de vraag of wij onze eigen wetten respecteren. Slagvaardigheid en rechtsstatelijkheid zijn hier geen tegenpolen. Ze zijn, als we het goed doen, twee kanten van dezelfde medaille.
K. Sitaldin
| suriname herald | Door: Redactie



































