• maandag 19 October 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Column: Een mens, steeds een andere naam

Column: Een mens, steeds een andere naam

| starnieuws | Door: Redactie

Op de Centrale Markt en de Vreedzaammarkt in Paramaribo klinkt de roep om meer veiligheid. Marktventers hebben bij korpschef Melvin Pinas hun beklag gedaan over mensen die volgens hen voor overlast zorgen, stelen en bezoekers en verkopers aanvallen. De zorgen zijn begrijpelijk. Niemand mag zich onveilig voelen op de plek waar hij of zij dagelijks probeert de kost te verdienen.

Maar te midden van de klachten viel mij opnieuw iets op. De mensen over wie wordt gesproken, worden landlopers genoemd. En
ik vraag me af: wanneer zijn we eigenlijk begonnen deze mensen zo te noemen? En wat weten we werkelijk over hen?

In Suriname hebben we voor mensen die op straat leven door de jaren heen verschillende benamingen gebruikt. Eerst waren het zwervers. Daarna werden ze vaak aangeduid als drugsverslaafden. Vervolgens spraken we over daklozen. Nu lijkt het woord landloper steeds vaker de overhand te krijgen.

Het zijn woorden die niet hetzelfde betekenen. Toch lijkt het soms alsof we naar behoefte een nieuw etiket op dezelfde groep mensen plakken. Alsof een andere naam ons meer duidelijkheid geeft over wie zij zijn en waarom zij op straat leven.

Maar weten we dat eigenlijk wel?

Wanneer we iemand op straat zien slapen, rondlopen, om geld vragen of gedrag vertonen dat we als hinderlijk ervaren, hebben we vaak al snel een oordeel klaar. We noemen iemand een zwerver, een verslaafde
of een landloper, zonder te weten wat zich in het leven van die persoon heeft afgespeeld.

Misschien is er sprake van verslaving. Misschien kampt iemand met psychische problemen. Misschien is er sprake van armoede, familieproblemen, verlies van werk of het ontbreken van een sociaal vangnet. Het kan ook een combinatie van omstandigheden zijn. En soms weten we eenvoudigweg niet wat er aan de hand is.


Dat betekent niet dat we ieder gedrag moeten goedpraten. Wie steelt, bedreigt of geweld gebruikt, moet daarop worden aangesproken. Marktventers hebben recht op bescherming. Klanten moeten zich veilig kunnen voelen en de politie moet optreden wanneer de situatie daarom vraagt.

Maar er is een verschil tussen iemand aanspreken op gedrag en een hele groep mensen reduceren tot een probleem.

Wie een ander met een mes bedreigt, moet daarvoor verantwoordelijkheid dragen. Maar de daad van één persoon mag niet zonder meer het verhaal worden
van iedereen die op straat leeft.

De overheid heeft eerder bekendgemaakt dat in Groot-Paramaribo 503 zogenoemde landlopers zijn geregistreerd. Volgens minister Harish Monorath is bewust voor die verzamelnaam gekozen omdat de term in de wetgeving voorkomt. Tegelijkertijd werd benadrukt dat daklozen niet zonder meer als zwervers of verslaafden mogen worden beschouwd.

Dat onderscheid is belangrijk. Een juridische of bestuurlijke term kan nodig zijn om beleid uit te voeren, maar daarmee kennen we de mensen achter die term nog niet.

En daar begint voor mij de werkelijke vraag.

Wat gebeurt er met deze mensen nadat ze van de straat zijn gehaald? Waar kunnen ze terecht? Wie onderzoekt welke hulp zij nodig hebben? Is er opvang voor mensen die nergens naartoe kunnen? En wat gebeurt er met degenen die vanwege verslaving, psychische problemen of andere omstandigheden langdurige begeleiding nodig hebben?


Berichten over hulpverlening in Paramaribo laten zien hoe moeilijk

het is om mensen duurzaam van de straat te houden wanneer structurele opvang ontbreekt. Mensen krijgen soms voeding, kleding en verzorging, maar keren daarna terug naar de straat.


Dan moeten we ons afvragen of we het probleem werkelijk oplossen, of slechts tijdelijk verplaatsen.

We kunnen mensen registreren, van straat halen en opnieuw registreren. We kunnen ze een andere naam geven en maatregelen aankondigen. Maar zolang de omstandigheden die hen op straat houden niet worden aangepakt, blijft de vraag wat er uiteindelijk verandert.

Het is gemakkelijk om vanaf een afstand te oordelen over iemand die op straat leeft. Moeilijker is het om stil te staan bij de vraag hoe die persoon daar terechtgekomen is. Nog moeilijker is het om te erkennen dat we het antwoord misschien nooit zullen kennen.

Dat vraagt niet om medelijden met iedereen, maar wel om een zekere terughoudendheid in ons oordeel. Menselijkheid betekent niet
dat we overlast moeten accepteren of de veiligheid van anderen op het spel moeten zetten. Het betekent dat we iemand niet zijn menswaardigheid ontnemen omdat diens gedrag, uiterlijk of levensomstandigheden ons ongemakkelijk maken.

Misschien heeft iemand verkeerde keuzes gemaakt. Misschien heeft die persoon fouten begaan waarvoor hij of zij verantwoordelijkheid moet dragen. Maar ook dan blijft het een mens. Een mens die niet uitsluitend samenvalt met zijn fouten, zijn verslaving, zijn gedrag of de plek waar hij slaapt.


We weten vaak precies hoe we deze mensen moeten noemen. Maar weten we ook wat ze nodig hebben?

De discussie over de mensen die op straat leven, mag niet blijven steken in de vraag hoe we hen noemen of hoe we hen uit het straatbeeld kunnen verwijderen. De vraag moet ook zijn welke opvang, zorg en begeleiding beschikbaar zijn en wie ervoor zorgt dat mensen niet telkens opnieuw op straat belanden.


Dat
is geen eenvoudige opdracht. Ze vraagt samenwerking tussen de overheid, hulpverleningsorganisaties, zorgverleners en de samenleving. En ze vraagt om een aanpak waarin zowel de veiligheid van burgers als de menselijke waardigheid van mensen zonder vaste woonplaats serieus wordt genomen.

De marktventer die zich bedreigd voelt, verdient bescherming. De klant die wordt aangevallen, verdient rechtvaardigheid. Maar ook de mens die op straat leeft, verdient het om niet uitsluitend als overlast te worden gezien.


Misschien moeten we daarom wat voorzichtiger worden met de namen die we anderen geven. Niet omdat woorden alle problemen oplossen, maar omdat woorden mede bepalen hoe we naar mensen kijken en hoe we hen behandelen.

We hebben zwervers genoemd, drugsverslaafden, daklozen en nu landlopers. De benaming verandert, maar de mens blijft.

En zolang we meer aandacht besteden aan het etiket dan aan het verhaal erachter, blijft één belangrijke vraag onbeantwoord:

Weten we werkelijk wie deze mensen

zijn, of hebben we alleen besloten hoe we hen willen noemen?


Indra Toelsie

| starnieuws | Door: Redactie