• donderdag 30 May 2024
  • Het laatste nieuws uit Suriname

BESCHOUWING — Padieprijs, wetenschap en boerenbedrog

| de ware tijd | Door: Redactie

Met de opzet van Stichting Machinale Landbouw (SML) in Wageningen, Nickerie in 1948 door de Landbouw Hogeschool Wageningen uit Nederland werd moderne rijstbouw op wereldniveau in Suriname ingeluid. In 1977 werd het werk van de SML verder uitgebouwd op basis van de promotie studie van ingenieur Robert Zevenhuizen die ging over de Nanizwamp als irrigatiebron. Hierdoor waren de boeren in Nickerie van goed irrigatiewater verzekerd en kon de sector verder uitgroeien.

Tekst Kenneth Sukul

Beeld dWT archief

De SML zorgde niet alleen voor mechanisatie van de rijstbouw, maar ook voor de ontwikkeling van rijstrassen die de opbrengsten en de kwaliteit steeds verbeterden. Na

1991 vervielen de preferentiële voordelen die de voormalige koloniën uit Afrika, het Caribisch Gebied en de Grote Oceaan (de ACP-landen) hadden op de rest van de wereld bij de import van landbouwproducten in de toenmalige Europese Gemeenschap, nu Europese Unie (EU). Die voordelen hielden onder meer in dat deze landen zonder invoerrechten hun rijst op de EU-markt konden afzetten. Daarna werd ook de belastingvrije import in de EU via overzeese gebieden stopgezet.

“Het is de taak van de overheid ervoor te zorgen dat de bevolking is verzekerd van haar eerste levensbehoeften, zoals rijst”

Suriname moest vanaf dat moment concurreren met goedkope rijst

uit voornamelijk de Verenigde Staten van Amerika en Vietnam, waarop het land niet was voorbereid door gebrek aan beleid en wetenschappers in de sector. Daardoor liep de productie van ruim 44.000 hectare per seizoen in 1985 terug naar twaalfduizend hectare in 1991 om na 2005 naar gemiddeld 25.000 te stijgen.

Surexco (Suriname Rice Export Corporation) werd in 1986 opgericht als opvolger van de Staatscommissie Rijst, die zowel de inzaai, input als afzet monitorde. Zij presteerde het, ondanks de crisis op de wereldmarkt van rijst in de beginjaren tachtig, de sector overeind te houden en te loodsen naar een record inzaai en oogst van ruim 78.000 hectare in 1985/86. Helaas, Surexco werd door de regering-Venetiaan/Ajodhia 1 opgeheven, waardoor de sector stuurloos werd.

Gebrek aan wetenschappers

In 1984 gingen de tot dan succesvolle rijstboeren in Coronie failliet. Bij de bouw van een nieuwe waterkerende dam in 1983 in de westelijke polders van dit district, was er geen rekening gehouden met de kwaliteit van het bouwmateriaal (klei). 

Er was bovendien ook geen studie van de Coronie-zwamp (grootste van Suriname) vooraf gedaan om in te kunnen spelen op ‘gedragsverandering’ van het water, als gevolg van menselijke veranderingen in de zwamp. Het gevolg daarvan is dat tot heden elk jaar dambreuken en overstromingen plaatsvinden in Coronie. 

Er is nog steeds geen zwampstudie gemaakt, maar dat weerhoudt ook nu het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) niet om op grote schaal handelingen daarin te plegen. Voor succesvolle inzaai en afoogsten van het rijstareaal van ruim vijftigduizend hectare is goed watermanagement voor de sector van eminent belang. Echter, de sector heeft vanaf 1986 geen cultuurtechnicus. De laatste werd in 1986 met de politie uit zijn kantoor gezet en dat bleef niet zonder gevolgen voor de sector.

Cultuurtechniek is de discipline die ervoor moet zorgen dat water op het juiste moment op de juiste plaats in de juiste hoeveelheid aanwezig is. De rijstarealen in Wageningen kampen voortdurend met watertekort en moeten vaker braak staan. Terwijl in Nickerie de boeren doorgaans eerst ‘lawaai’ moeten maken voordat de waterpompen bij Wakaay (MCP-kanaal) worden opgestart. Ook lijden ze vaak verlies (2006, 2011, 2021 en 2023) vanwege overstromingen, omdat de beheerder van de Nani-zwamp (OW/MCP-beheer) het waterpeil in de zwamp niet beheert.

Vriendjespolitiek

Vanaf 2016 is LVV bezig nieuwe pompen te Wageningen in de Nickerierivier te plaatsen. Helaas wordt getracht om ze weer op dezelfde plek te plaatsen waar de zouttong (het zeewater) bij extreme droogte voorbij dringt en het water onbruikbaar maakt als irrigatiewater. Meer dan tienduizend hectare rijstareaal in Wageningen ligt nu braak en wacht op de regen. Die zal vanwege El Niño misschien na mei vallen.

In 2000 gaf de regering-Venetiaan/Ajodhia SML opdracht om  vijfduizend hectare in te zaaien. Echter, het kabinet dat voor de financiering zorgde, stopte daar op het meest cruciale moment mee, waardoor het bedrijf verder afgleed en daarin de sector meenam.

In 2019 gaf de regering-Bouterse/Adhin het bedrijf met een waarde van meer dan tien miljoen US dollar aan een partij financier. Volgens artikel 17 van het decreet Gronduitgifte van 1982 zijn alle gebouwen, sluizen, pompen, kanalen, wegen en bruggen eigendom  de SML. 

Volgens artikel 1 van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd in 2019, is de minister van Grondbeleid en Bosbeheer (lees de regering) verplicht bij vervalen van het erfpachtrecht het perceel, waarop de genoemde gebouwen en infrastructuur staan, weer in huurpacht te geven, in dit geval SML. Welk belang de regering en het bestuur van dit bedrijf dienen om na bijkans vier jaar hun eigendommen nog steeds niet via de rechter op te eisen, moet minister Parmanand Sewdien van LVV nog aan de boeren en de samenleving uitleggen.

Stalweiden, zaaizaad en input

Om de rijstbouw winstgevend te maken moesten de kleine boeren bijna hun volledig perceel, waarop ze ook moeten wonen, gebruiken als rijstareaal. Daardoor was er geen ruimte meer voor de koeien, die functioneerden als spaarpot en melk verschaffer van het gezin. In tijden van weinig inkomsten konden de boeren één of meerdere koeien verkopen om daarmee de volgende inzaai te financieren of hun huishouding draaiende te houden.

De overheid maakte toen de voorzetting daarvan mogelijk door gezamenlijke grasweiden – Stalweide 1 en 2 – ter beschikking te stellen van de boeren. Mede daardoor konden de kleine boeren, na het uitvallen van de EU-markt, zichzelf en de rijstsector overeind houden. Ook de eerste levensbehoefte van de samenleving konden ze daardoor verzekeren en betaalbaar houden.

“De regering-Wijdenbosh/Radhakishun (1996-1999) gaf Stalweide 1 weg aan een  partijfinancier en Stalweide 2 werd door de regering-Santokhi/Brunswijk eveneens aan een eigen  partijfinancier gegeven”

Echter, dat was geen reden voor de opeenvolgende ministers van LVV en ook de huidige niet, om de veehouderij op de Stalweide te professionaliseren. Integendeel, de regering-Wijdenbosh/Radhakishun (1996-1999) gaf Stalweide 1 weg aan een  partijfinancier en Stalweide 2 werd door de regering-Santokhi/Brunswijk eveneens aan een eigen  partijfinancier gegeven.

In 2008 kreeg Suriname een schenking van negen miljoen euro van de EU om het Anne van Dijk Rijst Onderzoekscentrum Nickerie (Adron) op te zetten, dat ook zou moeten zorgen voor zaaizaad. Het resultaat daarvan na vijftien jaar is dat  de regering-Santokhi/Brunswijk de smokkel van zaaizaad uit Guyana moest legaliseren om de inzaai in Suriname mogelijk te houden. Naast zaaizaad halen de boeren onderdelen voor hun machines en andere input uit het buurland, omdat die daar goedkoper zijn.

Kipsector en prijsvorming

In 1991 viel de inzaai van padie terug naar twaalfduizend hectare per seizoen om vervolgens naar gemiddeld 25.000 te stijgen na 2005. Door deze lage inzaai kunnen de kippenboeren niet optimaal van de bijproducten voor voer, verkregen uit de rijstsector, worden voorzien, waardoor de kipsector zich ook niet kan herstellen naar het niveau van vóór december 1987.

De padieprijs wordt door de opkopers afgeleid van de prijs voor rijst op de internationale markt. Die prijs komt tot stand door vraag en aanbod. Op de internationale markt fluctueert slechts het aanbod van rijst. Die fluctuatie wordt veroorzaakt door lage oogsten als gevolg van overstromingen of gebrek aan irrigatiewater. Dat betekent dat tekorten of overschotten niet langer duren dan een seizoen.

De boeren worden gecompenseerd bij slechte oogsten en hebben garantie op winst. De overschotten worden opgeslagen waardoor die landen optimaal profiteren van de hoge prijzen bij tekorten op de internationale markt.

In Suriname wordt de lage wereldmarktprijs op de boer afgewenteld. Die zaait vervolgens minder of niet. Vervolgens wordt bij hoge marktprijzen weer ingezaaid. Maar Suriname vist dan achter het net omdat de hoge prijzen van korte duur zijn. Als de boer minder inzaait, ontstaan er tekorten op de lokale markt, betaalt de consument duurder voor rijst, gaat de kostprijs van Surinaamse kip omhoog en kan de overheid ook minder belasting innen.

Volgens LVV heeft ze geen rol bij het bepalen van de opkoopprijs van padie, omdat de sector is geliberaliseerd. Ook maakt het ministerie geen kostprijsberekening van de padieproductie. Als zij de kosten in de sector niet bijhoudt, hoe maakt ze dan beleid?

De boer kan onder de huidige situatie niet anders dan direct na de oogst zijn padie leveren aan de opkoper met of zonder prijs. Daarbij krijgt hij een prijs die volgens de opkoper voor “hem” haalbaar is vanwege de internationale markt. En die prijs wordt door alle 28 opkopers/verwerkers in Nickerie betaald. Is er dan nog sprake van een vrije markt of is het een markt van een kartel?

In 1985 betaalden de opkopers slechts 9,50 gulden voor een baal padie. Om die prijs af te dwingen lieten de opkopers de afgeoogste padie dagen op het veld staan. Daarin kwam er verandering door interventie van de SML die de boeren toen 16,50 gulden per baal aanbood. Stapt  de huidige regering/het SML-bestuur daarom niet naar de rechter?

Het is de taak van de overheid ervoor te zorgen dat de bevolking is verzekerd van haar eerste levensbehoeften, zoals rijst. Daarnaast moet ze zorgen voor de ontwikkeling van alle burgers in het land. Verwacht zou mogen worden dat zij uit die verantwoordelijkheid alle belangen in de sector zou dienen met als voorkeur het belang van de samenleving.

| de ware tijd | Door: Redactie