
Analyse van Jack Menke over Suriname is Anti-democratisch
| surinamevandaag | Door: Redactie
(Door: Ashwin Ramcharan) – De Surinaamse socioloog Jack Menke durft opnieuw. Recent is Menke vaak in de publiciteit omdat iemand hem waarschijnlijk heeft gezegd “Menke ie moes tak wan sani jereh want joe na sabi mang”. Dus komt hij met een stevige diagnose over de staat van de Surinaamse
Menke zegt veel maar lost niets op.
Het probleem van Suriname is niet nog meer politiek, volgens Menke nu een “moreel-technisch overgangskabinet”, maar gewoon zo min mogelijk politiek en overheidsbemoeienis.
Dus nogmaals de oplossing voor Suriname is: Overheid no bemoei!
De informele economie groeit
Maar goed, laten we nu kijken wat Menke ons wil doen geloven…..
Wat durft
De analyse klinkt herkenbaar voor veel burgers die teleurgesteld zijn in de politiek. Corruptieschandalen rond staatsbedrijven, voortdurende coalitieconflicten en een overheid die moeite heeft om economische groei duurzaam vorm te geven, lijken Menke’s diagnose te ondersteunen.
Maar wie zijn analyse nauwkeurig
Coalitiepolitiek als zondebokIn Menke’s analyse vormt coalitiepolitiek de kern van het probleem.
Het argument klinkt plausibel, maar internationale ervaring vertelt een ander verhaal.
Coalities zijn namelijk geen uitzondering
De politicoloog Arend Lijphart beschreef dit model als de “consensusdemocratie”: een bestuursvorm
De vraag is dus niet
De technocratische verleiding Waar Menke’s analyse werkelijk controversieel wordt, is in zijn voorgestelde oplossing: een overgangskabinet van deskundigen dat buiten de normale politieke dynamiek staat.
Het idee van technocratisch bestuur duikt
Maar democratische theorie waarschuwt al decennialang voor deze verleiding.
De filosoof Karl Popper stelde dat democratie niet
Technocratische regeringen missen precies dat mechanisme. Zij zijn niet gekozen en dus niet direct verantwoordelijk tegenover de kiezer.
De geschiedenis laat zien dat technocratische oplossingen vaak tijdelijk werken, maar zelden structurele hervormingen opleveren. De Russen dachten dit
Is Menke een Marxist die zich aan het bedenken is?
Een dorp van 650.000 inwoners, SurinameEen tweede probleem in Menke’s analyse is dat zij onvoldoende
Met ongeveer 650.000 inwoners functioneert het land sociologisch eerder als een kleine gemeenschap dan als een klassieke massademocratie. In zulke staten zijn politieke, economische en sociale netwerken onvermijdelijk met elkaar verweven.
Dat betekent niet automatisch dat het
In kleine staten is het aantal ervaren bestuurders, ondernemers en beleidsmakers eenvoudigweg kleiner. Het idee dat een brede pool van volledig onafhankelijke technocraten klaarstaat om het politieke systeem te vervangen, is
De uitdaging voor kleine staten is meestal niet het vervangen van politieke elites, maar het versterken van instituties.
De ADEK universiteit en de praktijkEen ironische dimensie van Menke’s analyse is dat zij zelf voortkomt uit een academische traditie die
Binnen die academische cultuur domineren vaak theoretische benaderingen van economische ontwikkeling, variërend van afhankelijkheidstheorie tot staatsgerichte ontwikkelingsmodellen.
Critici wijzen er echter op dat veel academische analyses van Suriname worden geschreven door
De Oostenrijkse econoom Friedrich Hayek waarschuwde al in de twintigste eeuw voor dit probleem. Volgens hem overschatten intellectuelen vaak hun vermogen om complexe economische systemen rationeel te ontwerpen. We zien dit bij vele zogenaamde intellectuelen vanMenke’s generatie.
Economische ontwikkeling ontstaat zelden uit theoretische blauwdrukken; zij groeit uit duizenden individuele beslissingen van ondernemers, investeerders
De echte structurele problemenDat betekent niet dat Menke’s diagnose volledig onjuist is. Suriname kampt inderdaad met structurele problemen. Het netwerk van staatsbedrijven is omvangrijk, inefficiënt en vaak verlieslatend. Politieke patronage speelt nog steeds een rol bij benoemingen. En de economie blijft sterk afhankelijk van grondstoffen
Maar deze problemen zijn niet uniek voor Suriname. Veel grondstoffenrijke economieën hebben vergelijkbare uitdagingen. De vraag is dus niet of het systeem imperfect is, maar hoe instituties zodanig kunnen worden versterkt dat economische groei en politieke stabiliteit hand in hand gaan.
De sleutel ligt bij institutiesDe moderne politieke economie biedt hiervoor een duidelijke richting. De economen Daron Acemoglu en James A Robinson laten in hun onderzoek zien dat landen succesvol worden wanneer zij inclusieve instituties ontwikkelen.
Dat betekent instituties die:
politieke competitie open houdenMet andere woorden: economische ontwikkeling ontstaat niet uit technocratische kabinetten, maar uit sterke regels die voor iedereen gelden. De Surinaamse overheid moet met
ConclusieDe Surinaamse democratie kan alleen gered worden als de overheid zich minder gaat bemoeien met het
De analyse van Jack Menke raakt een reëel gevoel van stagnatie dat in delen van de Surinaamse samenleving leeft. Veel burgers ervaren de politiek als een gesloten systeem waarin dezelfde partijen en elites elkaar blijven afwisselen.Maar de voorgestelde oplossing — een technocratisch overgangskabinet — vormt geen overtuigend
Integendeel: zij dreigt een fundamenteel principe van democratie te ondermijnen.
Suriname heeft geen behoefte aan een nieuw experiment met bestuur door experts die buiten de politiek staan. Het land heeft behoefte aan iets simpeler, maar ook veel effectiever: sterke instituties,
Dat vraagt geen overgangskabinet, maar politieke
En dus Menke no doe moeilijk, de oplossing is te vinden in deze gedachte:
Suriname groeit, wanneer de overheid slaapt!
Dr. Ashwin Ramcharan RO
| surinamevandaag | Door: Redactie




































