
‘Werkelijk geschil over brandstof eigenlijk een kwestie tussen KLM en Luchthavenbeheer’
| waterkant | Door: Redactie
De brandstofruzie tussen KLM en GOw2 Energy Suriname blijkt vooral te draaien om een verhoogde luchthavenheffing die via de brandstofrekening wordt doorberekend. Uit het vonnis van de kantonrechter blijkt dat de zogenoemde concessievergoeding niet bij GOw2 blijft, maar verband houdt met het gebruik van de infrastructuur van Airport Management Ltd. (AML), de beheerder van de Johan Adolf Pengel Luchthaven (Luchthavenbeheer).
GOw2 levert op de Surinaamse luchthaven vliegtuigbrandstof aan KLM. Voor het gebruik van de luchthaveninfrastructuur moet GOw2 een concessievergoeding aan AML betalen. Die vergoeding wordt volgens het vonnis contractueel doorberekend aan afnemers, waaronder KLM.
Het meest opvallende is dat deze vergoeding in de loop der jaren fors is verhoogd. In 2015 ging het nog om 3 Amerikaanse dollarcent per gallon. In 2018 werd dat 10 dollarcent, in 2021 15 dollarcent en vanaf januari/april 2025 kwam daar nog eens 15 dollarcent per gallon bovenop. Daarmee kwam het tarief uit op 30 Amerikaanse dollarcent per gallon.
KLM betaalt volgens de rechter wel voor de geleverde brandstof en ook nog steeds het oude tarief van 15 dollarcent per gallon. De luchtvaartmaatschappij weigerde echter het verhoogde deel te betalen, omdat zij sinds 2019 bezwaar maakt tegen de verhogingen. Volgens KLM is nooit voldoende duidelijk gemaakt op welke wettelijke of contractuele basis de verhogingen rusten.
Het conflict liep uit de hand toen GOw2 KLM aanmaande om ruim 1,17 miljoen Amerikaanse dollar aan openstaande concessievergoeding te betalen over de periode januari 2025 tot en met april 2026. Daarbij werd aangekondigd dat de brandstoflevering zou worden stopgezet als betaling uitbleef. Die maatregel werd uiteindelijk ook uitgevoerd.
Volgens KLM veroorzaakte de stopzetting grote onzekerheid voor de vluchten tussen Paramaribo en Amsterdam. De maatschappij stelde dat zij extra kosten moest maken om de route voorlopig veilig te stellen, zodat passagiers niet de dupe zouden worden. De kantonrechter erkende dat de vliegschema’s en reizigers door de situatie in onzekerheid kwamen.
GOw2 stelde daartegenover dat zij zelf ook in de problemen kwam, omdat zij de concessievergoeding aan AML verschuldigd bleef terwijl KLM het verhoogde deel niet betaalde. Volgens GOw2 was het werkelijke geschil eigenlijk een kwestie tussen KLM en AML, maar de rechter ging daar niet in mee. Het was immers GOw2 die de brandstoflevering had stopgezet.
De rechter heeft nu een tijdelijke ordemaatregel opgelegd. GOw2 moet de levering van brandstof aan KLM binnen 24 uur hervatten. Doet het bedrijf dat niet, dan moet het SRD 100.000 per dag betalen, tot een maximum van SRD 3 miljoen.
Tegelijkertijd moet KLM voorlopig bij elke tankbeurt de volledige brandstofprijs én de concessievergoeding van 30 Amerikaanse dollarcent per gallon betalen. Daarmee krijgt geen van beide partijen volledig zijn zin. De rechter oordeelt niet definitief over het onderliggende geschil, omdat partijen daarvoor naar arbitrage moeten.
De kwestie legt wel een gevoelig probleem bloot. De stabiele vliegverbinding tussen Suriname en Nederland komt onder druk te staan door een conflict over een verhoging van een luchthavenheffing. Juist omdat KLM een van de belangrijkste luchtverbindingen tussen beide landen onderhoudt, kan zo’n geschil grote gevolgen hebben voor reizigers, luchtvracht, toerisme en het vertrouwen in de Surinaamse luchtvaartsector.
| waterkant | Door: Redactie




































