• donderdag 16 July 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
VES: Na één jaar regering-Simons: ‘Kenki a Systeem’ is nog vooral een slogan

VES: Na één jaar regering-Simons: ‘Kenki a Systeem’ is nog vooral een slogan

| starnieuws | Door: Redactie

VES-secretaris Swami Girdhari

Één jaar na het aantreden van de regering zijn volgens secretaris Swami Girdhari van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) nog onvoldoende fundamenten gelegd voor duurzaam economisch herstel. Positieve sociale initiatieven ten spijt, blijven structurele hervormingen op het gebied van begrotingsdiscipline, staatsbedrijven, productiebeleid en goed bestuur uit. "Een jaar is te kort om alle problemen op te lossen, maar lang genoeg om richting te geven aan beleid, prioriteiten te stellen en vertrouwen te creëren”, zegt Girdhari in gesprek met

Starnieuws.

Elke nieuwe regering krijgt de kans een andere bestuurscultuur neer te zetten. Girdhari noemt de opening van medische hulpposten die 24 uur per dag toegankelijk zijn een concrete verbetering van de dienstverlening aan de bevolking. Dergelijke initiatieven verdienen volgens hem erkenning.

De beloofde Kenki a Systeem, a Nyun Pasi en Wan Tra Fas de is na één jaar echter nauwelijks zichtbaar in de inrichting van het economisch bestuur, de instituties en de beleidsvorming, benadrukt de VES. Volgens Girdhari gaat het niet om de vraag of alle problemen al zijn opgelost, maar of de fundamenten zijn gelegd voor duurzaam economisch herstel en toekomstgerichte ontwikkeling. Op veel essentiële beleidsterreinen is die basis volgens hem nog onvoldoende zichtbaar.

De regering heeft bij haar aantreden geen regeerakkoord met een duidelijke tijdsplanning gepresenteerd. Een regeerakkoord is niet alleen een politiek document, maar ook een belangrijk instrument voor beleidscoördinatie, monitoring en publieke verantwoording.
Daardoor ontbreekt volgens de VES een helder toetsingskader voor burgers, ondernemers, investeerders en internationale partners. Goed bestuur begint immers met voorspelbaarheid, transparantie en meetbare doelstellingen.

Staatsschuld: de rekening wordt doorgeschoven
Bij de machtsoverdracht bedroeg de staatsschuld ongeveer USD 4,1 miljard. Een jaar later is die opgelopen tot circa USD 4,9 miljard, een stijging van bijna USD 800 miljoen. Volgens Girdhari zegt deze ontwikkeling veel over de kwaliteit van het begrotingsbeleid.

Een stijgende staatsschuld hoeft economisch niet per definitie problematisch te zijn wanneer de extra financiering wordt ingezet voor productieve investeringen die toekomstige economische groei opleveren. "De fundamentele vraag is echter welke economische waarde tegenover deze schuldopbouw staat. Waar zijn de structurele hervormingen? Waar zijn de investeringen die de productie en productiviteit verhogen en toekomstige inkomsten genereren?”

Wanneer de schuld sneller groeit dan de economische draagkracht van het land, worden toekomstige generaties geconfronteerd met oplopende rente- en aflossingsverplichtingen.
Daardoor dreigt een deel van de toekomstige olie-inkomsten niet beschikbaar te zijn voor onderwijs, infrastructuur, innovatie en economische diversificatie, maar vooral voor het aflossen van schulden uit het verleden. Dat zou haaks staan op de belofte dat de olie-inkomsten bijdragen aan duurzame welvaart, benadrukt Girdhari.

Begrotingstekort: het huishoudboekje raakt verder uit balans
De door De Nationale Assemblée goedgekeurde begroting laat een tekort zien van bijna SRD 20 miljard, oftewel ruim USD 500 miljoen. Als dit tekort volledig door nieuwe leningen wordt gefinancierd, zal de staatsschuld opnieuw aanzienlijk toenemen.

Tijdens haar inaugurele rede sprak president Jennifer Simons nadrukkelijk over het op orde brengen van het huishoudboekje van de overheid. "Een jaar later moet echter worden vastgesteld dat de begrotingsdiscipline onvoldoende zichtbaar is. Goed financieel bestuur betekent niet uitsluitend het verhogen van inkomsten, maar vooral het structureel beheersen van uitgaven, het stellen van duidelijke prioriteiten en het beperken van structurele tekorten.”
/>
Zonder een geloofwaardig meerjarig consolidatieprogramma bestaat het risico dat Suriname de olieperiode ingaat met een kwetsbare begrotingspositie. Daarmee dreigt volgens Girdhari een unieke economische kans verloren te gaan.

Wisselkoers en inflatie
De wisselkoers van de Amerikaanse dollar is het afgelopen jaar relatief stabiel gebleven en liet in bepaalde perioden zelfs een lichte daling zien. Dat is volgens Girdhari positief voor het vertrouwen in de economie. Toch plaatst hij kanttekeningen bij deze ontwikkeling.

Aan het begin van de regeerperiode intervenieerde de Centrale Bank zichtbaar op de valutamarkt. Het is onduidelijk of deze interventies nog steeds plaatsvinden. "Transparantie hierover ontbreekt. Juist een onafhankelijke Centrale Bank dient duidelijk te communiceren welke instrumenten worden ingezet om prijs- en valutastabiliteit te waarborgen.”

Daar staat een inflatie van ruim 11 procent tegenover. Hoewel die lager is dan enkele jaren geleden, blijft zij voor huishoudens een forse aantasting van de koopkracht. Inflatie is
volgens Girdhari een sluipende belasting op inkomen en vermogen, waarbij vooral lagere en middeninkomens zwaar worden getroffen.

Staatsbedrijven: noodzakelijke hervormingen blijven uit
Nog steeds ontbreekt een integraal hervormingsprogramma voor de staatsbedrijven. Verlieslatende staatsbedrijven leggen structureel beslag op publieke middelen die ook voor onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid en infrastructuur hadden kunnen worden ingezet.

Niet ieder staatsbedrijf hoeft volgens Girdhari te worden geprivatiseerd. Strategische nutsbedrijven behoren terecht tot de publieke sector. Voor commerciële ondernemingen moet echter op basis van een objectieve analyse worden bepaald of private exploitatie efficiënter en doelmatiger is.

Jaren geleden is al een rapport opgesteld over de toekomst van de staatsbedrijven. Toch blijft daadwerkelijke besluitvorming uit. Bij haar aantreden gaf de president aan dat binnen drie maanden duidelijkheid zou worden gegeven over de toekomst van de SLM. Een jaar later is er nauwelijks vooruitgang geboekt, terwijl de overheid nog steeds miljoenen aan steun verstrekt.

Productiebeleid: zonder
strategie geen economische groei

Vrijwel iedere regeringsvertegenwoordiger benadrukt productie als motor van economische ontwikkeling. "Maar na één jaar ontbreekt nog steeds een samenhangend nationaal productiebeleid waarin duidelijk wordt gemaakt hoe landbouw, industrie, toerisme, logistiek en dienstverlening daadwerkelijk zullen worden gestimuleerd", stelt Girdhari. 

Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij beschikt nog steeds niet over een uitgewerkte beleidsnota en ook een integraal toerismebeleid blijft uit. De instelling van presidentiële commissies voor de agrarische sector en het toerisme kan volgens Girdhari geen vervanging zijn voor concreet beleid.

"Economische groei ontstaat niet door beleidsvoornemens alleen, maar door hogere productiviteit, investeringen, innovatie en exportontwikkeling. Zonder duidelijke strategie dreigt Suriname steeds afhankelijker te worden van toekomstige olie-inkomsten, terwijl economische diversificatie juist de hoogste prioriteit zou moeten hebben.”

FATF-compliance: onderschat economisch risico
Een van de meest zorgwekkende ontwikkelingen is volgens Girdhari de naleving van de internationale FATF-standaarden op het gebied van de bestrijding van
witwassen en terrorismefinanciering.

De Nationale Assemblee moet in 2026 nog bijna twintig wetten aannemen en verschillende aanbevelingen implementeren om aan de FATF-standaarden te voldoen. Suriname heeft tussen 2023 en 2026 de ruimte gehad om deze aanpassingen door te voeren, maar heeft laag gescoord. Daardoor bestaat het risico dat het land op een monitoringslijst wordt geplaatst. Volgens Girdhari is dit een economisch risico van de eerste orde.

Plaatsing op een monitoringslijst kan leiden tot hogere transactiekosten, grotere terughoudendheid van correspondentbanken, reputatieschade en een minder aantrekkelijk investeringsklimaat. Internationale investeerders beoordelen immers niet alleen fiscale stabiliteit, maar ook de kwaliteit van financiële instituties. Juist nu Suriname zich voorbereidt op de olie-economie, moet volgens hem maximale prioriteit worden gegeven aan internationale compliance.

Governance: systeemverandering blijft uit
Een jaar geleden beloofde de regering een fundamentele bestuursverandering. "Na één jaar moet echter worden vastgesteld dat veel patronen uit het verleden voortbestaan.”

Het
benoemingsbeleid wordt volgens Girdhari nog steeds gekenmerkt door politieke loyaliteit. Goed economisch bestuur vraagt juist om benoemingen op basis van competentie, ervaring en integriteit. Dat verhoogt ook het vertrouwen van burgers en investeerders in het openbaar bestuur.

Ook de vele presidentiële commissies roepen vragen op. Tijdens haar eerste persconferentie gaf het staatshoofd aan dat het Kabinet van de President geen uitvoeringsorgaan is. "Toch zien we inmiddels een groeiend aantal presidentiële commissies, werkgroepen, platforms en taskforces. Deze parallelle bestuursstructuren gaan gepaard met extra begrotingsmiddelen, vervagen verantwoordelijkheden en ondermijnen bestaande ministeries en instituten. In plaats van institutionele versterking ontstaat institutionele versnippering.”

Integriteit en rechtsstaat: moraliteitscrisis
Economische ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met vertrouwen in de rechtsstaat, voert Girdhari aan. Corruptiebestrijding, transparantie en handhaving zijn essentiële voorwaarden voor een gezonde economie. Het uitblijven van duidelijkheid en de strafrechtelijke afhandeling van vermeende corruptiezaken uit de vorige regeerperiode ondermijnen volgens hem het vertrouwen van de
samenleving.

Ook recente incidenten, waaronder de verdwijning van kwik uit een politiepost, hebben de reputatie van de overheid geen goed gedaan. In deze zaak is nog geen klaarheid gebracht. Wanneer burgers het gevoel krijgen dat misstanden zonder consequenties blijven, tast dat de legitimiteit van de overheid aan en vermindert het vertrouwen in publieke instituties.

Conclusie
"Na één jaar moet worden vastgesteld dat de slogan Kenki a Systeem zich vooralsnog onvoldoende heeft vertaald in aantoonbare verbeteringen van het economisch bestuur en de kwaliteit van de publieke instituties. Er zijn positieve initiatieven genomen op sociaal terrein, maar bij fundamentele economische kwesties - begrotingsdiscipline, schuldhoudbaarheid, hervorming van staatsbedrijven, productiviteitsbeleid, institutionele versterking en governance - blijft de voortgang achter bij de gewekte verwachtingen”, concludeert de VES-secretaris.

"De grootste uitdaging voor Suriname ligt bovendien nog vóór ons. Binnen enkele jaren zullen de eerste substantiële olie-inkomsten beschikbaar komen. De vraag is niet of
deze middelen de economie kunnen versterken, maar of de overheid tijdig de instituties opbouwt die noodzakelijk zijn om deze rijkdom verantwoord te beheren.”

Volgens Girdhari wacht de samenleving na één jaar nog altijd op de daadwerkelijke invulling van de beloofde systeemverandering. "Uiteindelijk zal een regering niet worden beoordeeld op haar slogans, maar op de kwaliteit van haar economische keuzes, haar institutionele hervormingen en de duurzame welvaart die zij voor huidige en toekomstige generaties weet veilig te stellen.”

De VES-secretaris stelt dat ministeries, staatsbedrijven, staatsinstituten, buitenlandse posten en presidentiële commissies nog te vaak worden gebruikt als politiek beloningsmechanisme voor friends and family. "Wat deze zaken en het reisbeleid betreft, kan de regering-Simons I worden getypeerd als Santokhi II. A systeem no kenki neks.”


| starnieuws | Door: Redactie