
Van Amarok tot wet: dienstautoregeling Suriname blijft politiek gevoelig
| snc.com | Door: Redactie
De regeling waarmee bewindslieden hun dienstvoertuigen kunnen overnemen na hun ambtsperiode, is in Suriname opnieuw onderwerp van felle discussie. Terwijl de regering-Santokhi in 2025 formeel een wettelijke basis heeft gecreëerd voor deze overname tegen 25 % van de getaxeerde waarde, staat het publieke geheugen nog scherp afgesteld op de omstreden toepassing van een soortgelijke regeling onder de NDP-regering in 2020.
Een terugblik laat zien dat het overnemen van dienstvoertuigen geen nieuw fenomeen is, maar dat het nu wél aan strengere voorwaarden lijkt te zijn onderworpen – tenminste op papier.
2020 – De “10 % regeling” onder NDP: veel kritiek, weinig transparantie
In juni 2020, aan het einde van de regeerperiode van de NDP, vaardigde toenmalig vicepresident Ashwin Adhin een missive uit die het mogelijk maakte dat bewindslieden, inclusief de president en vicepresident, hun dienstvoertuig konden overnemen voor slechts 10 % van de getaxeerde waarde.
De maatregel werd verdedigd als compensatie voor het intensieve gebruik en snelle afschrijving
Eén van de bekendste voorbeelden betrof voormalig minister Rabin Parmessar, die een Volkswagen Amarok overnam voor SRD 20.048, terwijl de marktwaarde van een dergelijk voertuig rond de USD 52.000 lag.
Volgens latere verklaringen van VHP-minister Mahinder Jogi was deze regeling nooit wettelijk vastgelegd en gebeurde de verkoop op basis van interne besluiten binnen de Raad van Ministers, zonder transparante controle of vaste criteria. In totaal zouden bijna 150 overheidsvoertuigen in 2020 zijn verkocht tegen sterk gereduceerde prijzen.
2025 – De “25 % regeling” onder Santokhi: formalisering via wet, maar toch kritiek
Vijf jaar later probeert de regering-Santokhi het proces formeler en transparanter te maken. In december 2024 werd de Wet Geldelijke Voorzieningen Ministers en Onder-ministers aangenomen. Deze wet bepaalt dat ministers, onderministers, de president en vicepresident hun dienstvoertuigen mogen overnemen tegen 25 % van de getaxeerde waarde, mits zij minstens één jaar in functie zijn geweest.
Hoewel de regeling
Volgens Ramsukul was het juist deze praktijk die in 2020 door de VHP werd veroordeeld. Hij stelt dat de partij nu niet geloofwaardig is als zij deze regeling zelf opnieuw invoert – al is het in aangepaste vorm.
Veel kritiek ondank verhoging van 10% naar 25%
Hoewel de huidige regering de regeling op wettelijke leest heeft geschoeid en het overnamepercentage heeft verhoogd van 10 % naar 25 %, blijft het publieke wantrouwen bestaan. Vooral omdat dezelfde coalitie zich vijf jaar eerder nog keerde tegen dit beleid.
Tegenstanders wijzen op
Toch blijft er veel onduidelijkheid: het is niet bekend om welke auto’s het precies gaat, wie er gebruik van wil maken, of hoe de taxatie plaatsvindt. En zolang daar geen transparantie over is, zal deze regeling – wet of niet – politiek gevoelig blijven en het debat over integriteit blijven voeden.
| snc.com | Door: Redactie




































