
Suriname, de laatste tuin van Amerika’s achtertuin
| starnieuws | Door: Redactie
Deze statement van de Surinaamse ambassadeur klonk als muziek in de oren bij het bliksembezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio van ruim een uur op onze internationale luchthaven. Rubio merkte op dat hij misschien de eerste Amerikaanse minister wordt die Suriname twee keren zal bezoeken tijdens zijn ambtstermijn.
Moeten we dit zien als een compliment? Neen! Het heeft te maken met een puur zakelijk belang van de
Rubio zag kans om 'stroop om de mond te smeren' van de zittende Surinaamse regering met plat getreden statements zoals: het herstel van de economie; economische groei en welvaart; de politieke stabiliteit en veiligheid in de regio naar Amerikaanse maatstaven. Een passende 21e-eeuwse ontwikkelingsvisie voor Suriname en het Caribisch gebied bleef helaas uit van zowel Surinaamse als Amerikaanse zijde.
Tegengas Engelssprekende Caribbean
Terwijl de Surinaamse regeringsleiders bij gebrek aan een ontwikkelingsvisie voor Suriname en de regio niet verder kwamen dan "pragmatisch zijn" om de woorden van de president te gebruiken, gaven leiders uit de Engelssprekende regio veel tegengas. Ralph Gonsalves van St. Vincent gaf een krachtige waarschuwing over de mogelijk ernstige economische gevolgen voor het Caribisch gebied als het voorstel van de Verenigde Staten doorgaat om een heffing van één miljoen US dollar op te leggen aan elk schip van Chinese makelij dat Amerikaanse havens aandoet.
Gonsalves benadrukte het belang van deze kwestie voor de Caribische regio met de opmerking: "Als dit voorstel van de VS wordt uitgevoerd, zal dit een van de zwaarste klappen zijn voor de economieën van het Caribisch gebied". De voorgestelde hoge tarieven passen binnen pogingen om de scheepsbouw terug te halen naar de Verenigde Staten, en China’s invloed in de internationale maritieme logistiek te beperken, vooral door in China gebouwde schepen te “straffen” en in de VS gemaakte schepen te promoten.
Het Engelssprekend Caribisch gebied is bezorgd over ernstige sociale en economische gevolgen zoals "astronomische" kostenstijgingen voor goederen vanuit Amerikaanse havens naar het Caribisch gebied, vooral Antigua en Barbuda, Dominica, Grenada, St. Lucia, St. Vincent en de Grenadines en ook Suriname, waar meer dan 50 procent van de schepen in deze regio's van Chinese makelij zijn.
Lessen niet geleerd
Na het bliksembezoek vertrok de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken naar de VS. Dat ook deze Surinaamse regering is blijven steken in het ontberen van een samenhangende ontwikkelingsvisie en de gevangenschap in een bedorven cirkel van de grondstoffenvloek blijkt weer duidelijk. Typerend is de statement van de minister van Buitenlandse Zaken in Suriname: "Het was weliswaar een kort bezoek maar heel intensief, constructief, positief, weinig geklaag. Toekomstgericht, met name op olie en gas". De grondstoffenvloek verwijst naar het hinken op 1 of enkele economische pijlers, waardoor andere economische sectoren niet aan bod komen om duurzaam een grote toegevoegde waarde als basis voor ontwikkeling te kunnen creëren.
Een van de verschijnselen van de grondstoffenvloek betreft een omgekeerd verband tussen een toename van de economische productie (ihb export) in de ene sector en een afname van de output in andere sectoren. Suriname moet treden uit de eentonige bedorven cirkel van de grondstoffenvloek die wat de VS betreft twee momenten kent: tijdens de Tweede Wereld oorlog toen Suriname schitterde met een enorme bauxietproductie als ruwe grondstof voor o.m. de Amerikaanse oorlogsindustrie; en vervolgens met het Big Push Brokopondoproject (1958-1964).
Dit project staat symbool voor de grondstoffenvloek en als mislukt ontwikkelingsproject om drie redenen:
-Gedwongen verhuizing van Marrons van wie de dorpen 'verdronken' onder water voor de Brokopondo energieopwekking ten behoeve van de aluminium industrie en kustvlaktebewoners;-Grootste volksverhuizing van Surinamers naar Nederland voltrok zich van 1969-1975;
-Doelen van duurzame groei en sociale rechtvaardigheid werden niet bereikt.
Surinaamse kiezers moeten alert blijven om niet in de valkuil van de volgende grondstoffenvloek te vallen, en nog minder in de holle Oil en Gas verkiezingsbelofte dat 'Elke Surinamer een aandeel krijgt in royalty's van US$ 750 met een rente van 7% per jaar'.
Jack Menke
| starnieuws | Door: Redactie