PL-fractieleider en ex-minister Bronto Somohardjo heeft donderdag in De Nationale Assemblee vóór de vordering van de procureur-generaal tegen hem gestemd. Daarmee heeft DNA ingestemd met zijn in staat van beschuldigingstelling.
Somohardjo zegt voorbereid te zijn op het juridische vervolg. “Ik ben op alles voorbereid,” verklaarde hij tegenover Starnieuws. Volgens hem wil hij voorkomen dat later wordt gezegd dat hij politieke bescherming heeft gezocht of is weggelopen voor de zaak.
De politicus stelt dat hij de verdere strijd in de rechtszaal zal voeren. Hij benadrukt dat de goedkeuring van de vordering niet betekent dat de kwestie voor hem is afgerond. Volgens Somohardjo moet in een democratische rechtsstaat niet alleen verantwoording worden gevraagd van politici, maar ook van instituten.
DNA keurde donderdag ook de vorderingen tegen de voormalige ministers Riad Nurmohamed en Gillmore Hoefdraad goed. Daarmee is voldaan aan de vereisten van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers (WIPA). Het Openbaar Ministerie kan hierdoor de strafrechtelijke procedures voortzetten.
Assembleevoorzitter Ashwin Adhin bevestigde dat wordt gewerkt aan de formele kennisgeving aan het Openbaar Ministerie. Zodra die melding is ontvangen, kan het OM de wettelijke procedure verder afwikkelen.
Opmerkelijk was dat de stemming niet door Adhin werd geleid, maar door assembleelid Ivanildo Plein. Adhin had vooraf aangegeven dat hij zich van stemming zou onthouden en de vergaderzaal zou verlaten. Omdat assembleeleden alleen vóór of tegen kunnen stemmen, droeg hij de leiding van de vergadering over.
Plein zegt dat hij verrast was toen hij de hamer kreeg. Hij maakte deel uit van de commissie die de vorderingen onderzocht, maar zag af van zijn spreekbeurt om de vergadering te kunnen voortzetten. Als hij het woord had gevoerd, had hij de vergadering daarna niet kunnen voorzitten.
Het Openbaar Ministerie benadrukt dat de goedkeuring door DNA niet betekent dat schuld is vastgesteld. Het oordeel over de feiten en eventuele strafrechtelijke aansprakelijkheid ligt bij de rechter. Na afronding van de onderzoeken kunnen de zaken volgens de wettelijke procedure aan het Hof van Justitie worden voorgelegd.