• donderdag 04 June 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Staken mag maar cijfers vertellen ook een ander verhaal

Staken mag maar cijfers vertellen ook een ander verhaal

| starnieuws | Door: Redactie

Op maandag 1 juni 2026 keek ik met argusogen naar de acties van de onderwijsbonden. Deze hebben op de vele socialemediaplatformen geleid tot felle discussies. Begrijpelijk ook. Leerkrachten hebben jarenlang koopkrachtverlies geleden, terwijl de kosten van levensonderhoud stegen. Niemand kan ontkennen dat die frustraties echt zijn. Gelukkig is na twee dagen een akkoord bereikt met de regering, waardoor het onderwijsproces voortgang kan vinden.


Maar terwijl het debat zich heeft gericht op wat vandaag ontbreekt, dreigt een grotere vraag onder te sneeuwen: staat Suriname werkelijk nog stil, of bevindt het land zich aan het begin van een historische omslag?

Volgens het Internationaal Monetair Fonds groeit de Surinaamse economie in 2026 met ongeveer 3,9 procent. Nog opvallender is dat de niet-oliesector naar verwachting met ongeveer 4,7 procent groeit. Dat betekent dat niet alleen toekomstige olie-inkomsten voor beweging zorgen, maar dat ook handel, dienstverlening, bouw, logistiek en andere sectoren opnieuw beginnen aan te trekken.


Tegen deze achtergrond moet worden gesteld dat de president zich ten tijde van de acties in Brazilië bevond en vervolgens de Dominicaanse Republiek bezocht. Daarvoor bestaat een legitieme reden: het creëren van economische ruimte om salarissen, onderwijsinvesteringen en sociale voorzieningen duurzaam te verbeteren. Geen enkel land kan structureel meer uitgeven zonder nieuwe inkomsten, investeringen en economische groei. Juist daarom zijn internationale missies gericht op handel, investeringen, infrastructuur, landbouw, veiligheid en samenwerking geen luxe, maar een noodzaak.

Wat zich momenteel offshore afspeelt, is namelijk van een schaal die Suriname nooit eerder heeft meegemaakt. Het GranMorgu-project vertegenwoordigt een investering van ongeveer US$ 10,5 miljard. Het huidige bruto binnenlands product van Suriname bedraagt ongeveer US$ 4,5 miljard. Met andere woorden: één project vertegenwoordigt meer dan twee keer de waarde van de volledige economie van Suriname vandaag.

Daar komt de recente aankondiging van Staatsolie-directeur Annand Jagesar bovenop. Volgens Jagesar kan Block 52, waar Petronas actief is, binnen ongeveer 18 maanden mogelijk ook commercieel worden verklaard voor olie. Dat blok was eerder al commercieel levensvatbaar verklaard voor gasontwikkeling rond de Sloanea-vondst. Indien ook olie commercieel rendabel blijkt, kan Suriname niet alleen rekenen op GranMorgu, maar op een bredere offshoreontwikkeling waarin olie en gas parallel kunnen worden ontwikkeld.


Maar uiteindelijk draait dit niet om olieplatformen of investeerders. Het draait om de vraag of deze ontwikkelingen kunnen worden omgezet in tastbare verbeteringen voor gewone Surinamers. Hoe groter en breder de toekomstige inkomstenbasis van Suriname wordt, hoe meer ruimte ontstaat voor investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, woningbouw, infrastructuur en sociale voorzieningen. Voor een leerkracht betekent dit niet alleen hoop op een beter salaris, maar ook op betere schoolfaciliteiten, modern lesmateriaal, meer opleidingsmogelijkheden en een overheid die financieel sterker staat dan in de crisisjaren.


Dat is het punt dat in het publieke debat verloren dreigt te gaan. Momenteel kijkt Suriname naar een reeks concrete energieontwikkelingen: GranMorgu richting productie vanaf 2028, Block 52 met gasperspectief, mogelijk olie binnen 18 maanden en een open-door licensing round van Staatsolie over meer dan 70.000 vierkante kilometer offshoregebied om nieuwe investeerders aan te trekken.

Dit zijn investeringsbesluiten, commerciële verklaringen, exploratietrajecten en internationale kapitaalbewegingen. Internationale bedrijven investeren dergelijke bedragen pas nadat banken, ingenieurs, geologen en investeerders jarenlang hebben vastgesteld dat projecten economisch haalbaar zijn.

Terwijl Suriname discussieert over stakingen, salarissen en koopkracht, voorspellen internationale instellingen dat ons land vanaf de start van de offshoreproductie tot de snelst groeiende economieën ter wereld kan behoren.

Dat betekent niet dat alle problemen morgen opgelost zijn. Het betekent ook niet dat leerkrachten geen recht hebben om op te komen voor hun belangen. Integendeel. Onderwijs blijft een van de belangrijkste pijlers van nationale ontwikkeling. Want olie alleen creëert geen welvaart. Daarvoor zijn goed opgeleide jongeren nodig: technici, verpleegkundigen, ICT-specialisten, ingenieurs, ondernemers en leraren.

Misschien is dat de bredere waarheid die in deze discussie niet verloren mag gaan. Ja, Surinamers hebben moeilijke jaren achter de rug. Maar voor het eerst in lange tijd bestaan er objectieve cijfers die onderbouwen waarom hoop gerechtvaardigd is.


De vraag is niet langer óf Suriname economische kansen krijgt. De vraag is hoe wij ervoor zorgen dat iedere Surinamer daarvan profiteert. De generatie die vandaag protesteert, zou wel eens de laatste generatie Surinamers kunnen zijn die de volledige last van de economische crisis draagt voordat een periode van ongekende economische kansen zich aandient. Dat is geen garantie. Maar het is misschien wel de sterkste economische reden tot hoop.


Met dit alles in gedachten drink ik hedenmorgen mijn kopje koffie leeg en vertrek ik naar kantoor om ook daar mijn bijdrage aan dit alles te leveren. Werken voor jezelf, je land en je toekomst.


Robert Jahangier


Bronnen: IMF Article IV Consultation 2026; TotalEnergies Final Investment Decision GranMorgu; Reuters-interview met Annand Jagesar over Block 52, 27 mei 2026; Staatsolie-berichtgeving over de Sloanea-1-gasvondst en Block 52.

| starnieuws | Door: Redactie