
SOVA waarschuwt voor overhaaste herstructurering Openbaar Ministerie
| starnieuws | Door: Redactie
De Surinaamse Orde van Advocaten (SOVA) heeft tijdens het congres over de modernisering van de rechterlijke macht een inhoudelijk en kritisch pleidooi gehouden over de hervorming van het Openbaar Ministerie (OM). Volgens
de advocaten mag modernisering niet worden verengd tot het wijzigen van bestuursstructuren, maar moet deze primair gericht zijn op versterking van rechtszekerheid, transparantie, integriteit en institutionele weerbaarheid.In haar bijdrage ging SOVA uitgebreid in op het lopende debat over de mogelijke invoering van een college van procureurs-generaal, naast of in plaats van het huidige model met één procureur-generaal. De Orde presenteerde een vergelijkende analyse van beide modellen en benadrukte dat de keuze niet louter organisatorisch is, maar diep raakt aan fundamentele rechtsstatelijke beginselen zoals verantwoordelijkheid, slagkracht en democratische controle.Volgens SOVA biedt het bestaande model van één procureur-generaal duidelijke voordelen. De eindverantwoordelijkheid
is helder belegd, besluitvorming kan snel en doortastend plaatsvinden en in crisissituaties is directe interventie mogelijk. Tegelijkertijd erkent de Orde dat dit model kwetsbaar kan zijn voor persoonsafhankelijkheid en politieke druk, met name wanneer institutionele waarborgen onvoldoende zijn uitgewerkt.Het alternatief van een College van procureurs-generaal kan volgens SOVA bijdragen aan beleidscontinuïteit en interne tegenspraak, maar brengt in de Surinaamse context ook aanzienlijke risico’s met zich mee. Zo kan collegiale besluitvorming leiden tot vertraging, bureaucratisering en diffuus leiderschap, terwijl voor een kleine rechtsorde als die van Suriname juist snelheid, overzichtelijkheid en duidelijke aanspreekbaarheid essentieel zijn. Zonder voldoende institutionele volwassenheid bestaat bovendien het gevaar dat verantwoordelijkheid verdampt en informele machtsverhoudingen de overhand krijgen.
De SOVA waarschuwde daarom tegen een schijntegenstelling waarin modernisering automatisch wordt gelijkgesteld aan het invoeren van een collegiaal bestuur. Volgens de Orde zijn er binnen het bestaande systeem van één procureur-generaal reële en rechtsstatelijk verantwoorde hervormingsmogelijkheden die de effectiviteit en legitimiteit van het Openbaar Ministerie aanzienlijk kunnen versterken, zonder ingrijpende structuurwijzigingen of grondwetsherzieningen.
Als alternatief presenteerde SOVA een samenhangend pakket aan hervormingsvoorstellen. Zo werd gepleit voor versterking van interne tegenspraak door een formele consultatieplicht bij zwaarwegende vervolgingsbeslissingen, zoals zaken die raken aan staatsveiligheid, grootschalige corruptie of politieke ambtsdragers. Ook kan een intern strategisch beraad met hoofdofficieren bijdragen aan inhoudelijke kwaliteit, mits de eindverantwoordelijkheid ondubbelzinnig bij de procureur-generaal blijft.Verder benadrukte SOVA het belang van openbare en consistente vervolgingsrichtlijnen. Door vervolgingsprioriteiten vast te leggen en afwijkingen daarvan gemotiveerd toe te lichten, kan de voorspelbaarheid van het strafrecht worden vergroot en het risico op selectieve of politieke beïnvloeding worden verkleind. Transparantie wordt daarbij gezien als een noodzakelijke voorwaarde voor vertrouwen in het Openbaar Ministerie.Ook de positie van de procureur-generaal zelf vraagt volgens de Orde om herbezinning. Daarbij werd gewezen op de mogelijkheid van een wettelijk vastgelegde benoemingstermijn, duidelijke ontslaggronden en versterkte procedurele waarborgen bij schorsing of ontslag. Deze maatregelen moeten bijdragen aan zowel onafhankelijkheid als institutionele stabiliteit.Daarnaast pleitte SOVA voor een transparantere verhouding tussen het Openbaar Ministerie en de minister van Justitie en Politie. Schriftelijke vastlegging van beleidsmatige aanwijzingen, parlementaire controle op inmenging en duidelijke rolafbakening binnen de trias politica zijn volgens de Orde essentieel om informele beïnvloeding te voorkomen en de rechtsstatelijke autonomie van het OM te beschermen.Er werd gewezen op het belang van versterkte parlementaire en maatschappelijke verantwoording, zonder politisering van individuele strafzaken. Jaarverslagen, periodieke hoorzittingen en structurele dialoog met maatschappelijke organisaties en de advocatuur kunnen bijdragen aan legitimiteit en vertrouwen, terwijl professionele ontwikkeling, ethische training en interne kwaliteitsborging noodzakelijk zijn voor duurzame institutionele versterking.De SOVA concludeerde dat een sterke procureur-generaal, ingebed in duidelijke wettelijke waarborgen, transparant beleid, effectieve checks and balances en zichtbare verantwoording, een minstens even robuuste en rechtszekere rechtsorde kan garanderen als een collegiaal bestuur. De kernvraag van de modernisering is volgens SOVA dan ook niet hoeveel bestuurders nodig zijn, maar hoe verantwoordelijk, transparant en weerbaar het systeem wordt| starnieuws | Door: Redactie


































