
Rijk gaan we worden…, maar voor wie? Wat de Dag der Immigratie ons leert over olie, talent en de toekomst van Suriname
| chronostimes | Door: Redactie
Vandaag, op 5 juni, herdenken wij de aankomst van de Lalla Rookh, het eerste schip met Hindostaanse contractarbeiders. Het land dat hen ontving werd al bewoond: door de Inheemse volken, oorspronkelijke bewoners van het Amazonebekken, en door de tot slaaf gemaakten uit Afrika, op wier gedwongen arbeid koloniale rijkdom werd gebouwd en uit wier verzet onze marronculturen voortkwamen. Wat daarna kwam – Javanen, Chinezen, Libanezen, en in onze tijd Brazilianen, Haïtianen en zovele anderen – bouwde verder op die fundamenten. Suriname is gevormd door wie hier reeds was, door wie er werd gebracht, en door wie er kwam. Dat is geen toevallige geschiedenis; dat is ons constitutionele DNA.
De vraag hoe wij onze olie- en gasinkomsten omzetten in duurzame welvaart voor alle Surinamers, kan niet worden beantwoord zonder ook deze vraag te stellen: wie zal Suriname helpen bouwen in de komende kwart eeuw?
In maart presenteerde de Strategische Groep voor Olie- en Gasbeleid haar eindrapport Suriname 2050: een duurzame weg naar de toekomst voor alle Surinamers. Het is een oprecht document dat ons land verdient. Erkentelijkheid is hier op haar plaats voor prof. Marten Schalkwijk en zijn brede team – werkgroepen voor onderwijs, gezondheidszorg, groei en investeringen, milieu en leefbaarheid – die hun expertise belangeloos hebben gegeven. Het rapport is, naar ik uit eigen ervaring weet, met serieuze waardering ontvangen in kringen van onder andere de Wereldbank en de Inter-American Development Bank. Dat signaal is niet zonder betekenis, ook al blijft de uiteindelijke maatstaf het Surinaamse belang.
De ervaringen van andere landen vertellen twee verhalen. Noorwegen legde, met solide begrotingsdiscipline én een doordacht beleid van kennismigratie, een blijvend fundament onder de welvaart van zijn volk. Venezuela en Nigeria zagen overvloed verdampen in tweedracht, corruptie en een uittocht van eigen talent die de neergang versnelde. Het verschil lag niet in de geologie, maar in het institutionele weefsel, in de discipline van bestuurders, en in het vermogen mensen aan te trekken én vast te houden.
Uit het rapport komen drie centrale vraagstukken naar voren die om gezamenlijk antwoord vragen.
Het eerste raakt het kader, vernieuwd door onderwijs én door migratie. Suriname zal behoefte houden aan hooggekwalificeerde deskundigen om de olie- en gasontwikkeling vanuit nationaal perspectief te sturen. Het rapport benoemt dit terecht als een van de twee meest acute risico’s. De oplossing kan echter niet uitsluitend bestaan uit langjarige onderwijshervorming. Wij hebben tegelijkertijd een actieve, doordachte immigratie- en remigratiepolitiek nodig. Onze diaspora – in Nederland, de Verenigde Staten en het Caribisch gebied – is een onbenutte schat aan kennis en kapitaal die wij met te weinig overtuiging naar huis hebben gevraagd. En wij hoeven ons daar niet voor te schamen: geen enkel land heeft ooit op eigen kracht een kennissprong gemaakt zonder ook van buiten talent aan te trekken. Doordachte migratie, in waardigheid georganiseerd, kan de motor zijn van onze nationale verrijking – een les die wij, juist ook in het licht van de pijnlijke onvrijwilligheid van veel migratiegeschiedenis, niet mogen vergeten.
Het tweede betreft de instituties. Een land oogst wat zijn instituten zaaien. Goed bestuur, transparantie en een sterke rechtsstaat zijn er niet voor mooi-mooi; zij vormen de zenuwbanen waarlangs welvaart eerlijk wordt verdeeld en bestuurders verantwoording afleggen. Het rapport pleit voor versterking van controle- en handhavingsfuncties, digitalisering van aanbestedingen en wettelijk verankerde sancties bij overtreding. Daaraan voeg ik toe: een modern migratie- en arbeidsrechtelijk stelsel – eerlijke werkvergunningen, bescherming tegen uitbuiting, handhaving in alle sectoren – behoort tot diezelfde institutionele kern. Een natie die haar migranten niet ordelijk en menswaardig kan ontvangen, kan ook haar eigen burgers niet eerlijk besturen.
Het derde gaat over de discipline van het sparen. Olie- en gasinkomsten zijn geen permanente bron van welvaart, maar een katalysator. Het IMF-rapport van twee weken geleden (opgesteld op verzoek van Suriname zelf ) stelt onomwonden vast dat ons land op dit moment nog niet in staat is om grote bedragen duurzaam en zorgvuldig te verwerken. Die waarschuwing mag niet worden weggehoond als pessimisme; zij is een spiegel die wij onszelf hebben voorgehouden. Zonder een wettelijk afdwingbaar Spaar- en Stabilisatiefonds, met begrotingsregels die procyclische uitgaven temmen en een aanzienlijk deel van de inkomsten reserveren voor toekomstige generaties, dreigt Suriname zijn rijkdom te verbranden nog vóór onze kinderen er deel aan kunnen hebben. Het is een morele plicht om de discipline op te brengen die Noorwegen zichzelf heeft opgelegd: vandaag bewust minder uitgeven, zodat morgen overvloed mogelijk blijft.
Dit dossier verdient een ander register dan de gebruikelijke politieke loopgraven. De vraag is niet welke partij de olie ontdekte, noch welke coalitie haar zal beheren. De vraag is of de kinderen die vandaag onze scholen bezoeken – Hindostaans, Creools, Javaans, Marron, Inheems, Chinees, gemengd, en zij die nog moeten komen – in 2050 in een land zullen leven dat hen een waardig bestaan biedt in eigen huis, met een fatsoenlijk inkomen.
Laten wij daarom op deze 5 juni niet alleen herdenken wie kwam, maar ook nadenken over wie nog komen mag. Een natie die haar poorten sluit uit angst, sluit ook haar toekomst. Een natie die haar deuren doordacht en menswaardig beheert, die haar diaspora actief terugroept, haar talent gericht verwelkomt en haar arbeidsmigranten met rechten beschermt, vergroot haar kansen op welvaart, kennis en geopolitieke betekenis.
Suriname 2050 is geen blauwdruk en pretendeert dat ook niet te zijn. Het is een kompas: soms onvolkomen, voortdurend bijstelbaar, maar onmisbaar voor wie zich oriënteert op onbekend terrein.
Wat is er dan nodig? Geen nieuwe ronde van studies, comités of beleidsverkenningen. De tijd van vrijblijvend praten en eindeloos onderzoeken is voorbij. Drie zaken vragen om concrete actie: nu, niet morgen.
Ten eerste: rond alles af wat te maken heeft met een wettelijk verankerd Spaar- en Stabilisatiefonds, met afdwingbare begrotingsregels en publieke kwartaalrapportage. Niet als ambitie, maar als wet. Deskundigen verzekeren mij dat het met een beetje politieke wil binnen zes tot negen maanden afgerond kan zijn. Laten wij ons als symbolische einddatum 25 november 2027 stellen — onze Onafhankelijkheidsdag. Geen jaar later.
Ten tweede: lanceer een nationaal Talent- en Diasporabeleid 2026–2030, met concrete instrumenten voor remigratie, kennismigratie en strategische beurzen, ondergebracht onder één bestuurlijk dak (bijvoorbeeld DDB-Diaspora Directoraat BIS) en met meetbare doelen.
Ten derde: maak de Olie- en Gas Audit Unit, het Local Content Development Office en het Nationaal Ontwikkelingsorgaan binnen één jaar daadwerkelijk operationeel; met onafhankelijke leiding, eigen budgetten en publieke rapportage. Niet op papier, maar in de praktijk. Daarmee borgen wij de drieslag: discipline, talent en continuïteit – zonder dat de politiek het kan verzieken.
Er zijn weinig giften groter dan een tweede kans. Suriname heeft die in handen. Of zij vloek wordt of zegen, hangt niet af van de wereldmarkt of van geopolitieke krachten waarover wij geen zeggenschap hebben. Het hangt vooral af van de kwaliteit van onze instituten, van de scherpte van onze geesten, en van de moed om onze vensters open te houden voor wie ons land verder kan brengen.
De vraag is steeds minder óf Suriname rijk gaat worden, want dat zal wel lukken. De vraag is veel meer: rijk voor wie?
Over de auteur
Rajendre Khargi was van 2021 tot 2025 Ambassadeur van Suriname in Nederland, mede geaccrediteerd in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Noorwegen, Zweden en Finland. Hij is thans actief als strategisch adviseur op het snijvlak van good-governance, diplomatie, energiebeleid en Caribische en Surinaamse geopolitiek. Zijn werk wordt gedragen door het motto “Born in Suriname, Serving the World.”
DISCLAIMER
Een columnist schrijft op eigen titel en onder eigen verantwoordelijkheid. Chronos Times is niet aansprakelijk voor de inhoud, standpunten of interpretaties in een column. Chronos Times erkent de auteursrechten van de columnist op de inhoud van de betreffende column. Verzoeken tot verwijdering van een column kunnen niet door Chronos Times worden gehonoreerd op grond van auteursrechten; eventuele geschillen dienen met de columnist te worden afgehandeld. Deze column geeft uitsluitend de mening van de columnist weer en niet die van de redactie. De tekst is bedoeld ter discussie en opinievorming. Redactie Chronos| chronostimes | Door: Redactie




































